Met de stralende eetstillevens van de vergeten Clara Peeters nog vers in het geheugen, wilde ik opnieuw een of meer meesteressen in het genre ontdekken op de grote tentoonstelling van vier eeuwen Spaans stilleven. De schamele oogst bedroeg een doekje van Maria Blanchard, geschilderd in de trant van Juan Gris' poëtische kubisme. Ik liep langs tientallen provisiekasten met alle soorten vruchten, langs uitpuilende groentemarkten en weelderige bloemtuilen. Ze bleken allemaal gezien door de ogen van mannen, alsof zij van de 17e tot en met de 20e eeuw het monopolie hadden in de keuken en de bloemisterij. Dat hadden ze niet, ze bepaalden alleen hoe de dingen moesten worden voorgesteld. Het genre van het stilleven stond eerst niet eens zo hoog aangeschrev...

Met de stralende eetstillevens van de vergeten Clara Peeters nog vers in het geheugen, wilde ik opnieuw een of meer meesteressen in het genre ontdekken op de grote tentoonstelling van vier eeuwen Spaans stilleven. De schamele oogst bedroeg een doekje van Maria Blanchard, geschilderd in de trant van Juan Gris' poëtische kubisme. Ik liep langs tientallen provisiekasten met alle soorten vruchten, langs uitpuilende groentemarkten en weelderige bloemtuilen. Ze bleken allemaal gezien door de ogen van mannen, alsof zij van de 17e tot en met de 20e eeuw het monopolie hadden in de keuken en de bloemisterij. Dat hadden ze niet, ze bepaalden alleen hoe de dingen moesten worden voorgesteld. Het genre van het stilleven stond eerst niet eens zo hoog aangeschreven. Potten en pannen, en geen vrouw om er een penseel in te dopen. De Spaanse mannen deden het anders goed. Ze legden een soort valse bescheidenheid aan de dag door hele bijzondere dingen te doen met nederige onderwerpen. Juan Sanchez Cortan gaf in het prille begin van de 17e eeuw de toon aan. Voor hij zich terugtrok in een kartuizerklooster schilderde hij stukken groenten en fruit in een gapende leegte. De kweepeer en de groene kool bengelen er elk aan een touwtje; op een verlichte vensterbank zonder venster liggen een opengesneden meloen en een komkommertje met de top over de rand. Samen vormen ze een slinger in de donkere ruimte. Een helder licht glijdt over de stukken en stelt hun kwaliteit als eetbare materie scherp. Schijnbaar althans. Het geheel vormt immers een onoplosbare contradictie doordat een abstracte en een concrete voorstellingsvorm van leven samenvallen. Echt stof tot meditatie, moet de kartuizer in de dop hebben gedacht, en legde de penselen neer. Miste Cortan zo de kans om een bekende meester te worden, de jonge Diego Velazquez trad uit de schaduw door het stilleven op te waarderen. Hij gooide het open door het te kruisen met meer prestigieuze genres. Het schilderij Christus in het huis van Marta en Maria ontleent zijn titel aan een verhaal uit de Bijbel dat Velazquez als achtergrond gebruikte voor een portret van twee proletenzussen bij een tafel met de ingrediënten van een maaltijd: een stilleven om op te eten. Op het hoogtepunt van de barok gaf Antonio de Pereda het genre een onovertroffen glans. Een lange tafel met doodshoofden, wapenrusting en een pistool naast een tafel met een kompas, bloemen, muntstukken en een aardbol. Een engel geeft de verbinding aan tussen de twee: ook wereldveroveraars zijn gedoemd om te sneuvelen. Het is een geslaagde combinatie van een historieschilderij met het meest ambitieuze soort stilleven, het vanitas-schilderij (alles is ijdelheid). Na een 18e eeuw vol brave academiekunst, schilderde Francisco Goya met scherp. Alles behalve een schilder van stillevens, trof hij dodelijk raak wanneer hij zich toevallig aan het genre waagde. Hij legde vijf dode vissen met wijd open ogen zo op een hoop dat het wel een stapel burgerslachtoffers van een massaslachting lijkt. Joaquin Sorolla van zijn kant leefde lang genoeg om een tafel met fruit in de verfijnde, bruine stijl van de 19e eeuw te schilderen (1878), en een bos witte rozen in een klare, moderne stijl (1920). Even briljant als inventief was Pablo Picasso, met het devies van Cortan voor ogen: bijzondere dingen doen met nederige onderwerpen. Eerst een Cezannesk stilleventje met peren die even groot zijn als de drinkbeker ernaast, zodat ze oprijzen als een gebergte. Dan een oefening in het uit elkaar halen van vlakken en vormen in de geest van het analytische kubisme, en tot slot een knoert van een geëmailleerde steelpan van synthetisch kubistische makelij.