Een befaamde Neurenbergse kunstenaar, net geen vijftig, trekt een jaar lang met vrouw en dienstmeid door de Nederlanden en het Rijnland. Wellicht wil Albrecht Dürer (1471-1528), ster van de noordelijke renaissance, in Aken dringend van de nieuwe keizer Karel V vernemen of zijn jaarlijkse staatstoelage zal worden doorbetaald. In zijn reisboekje (een latere kopie zonder de tekeningen) staan weinig persoonlijke beschouwingen. Dürer noteert kort waar hij allemaal aankomt, wat hij er ziet en beleeft, wie hij ontmoet en eventueel geportretteerd heeft, wat zijn uitgaven en inkomsten zijn. Veel meer niet.
...

Een befaamde Neurenbergse kunstenaar, net geen vijftig, trekt een jaar lang met vrouw en dienstmeid door de Nederlanden en het Rijnland. Wellicht wil Albrecht Dürer (1471-1528), ster van de noordelijke renaissance, in Aken dringend van de nieuwe keizer Karel V vernemen of zijn jaarlijkse staatstoelage zal worden doorbetaald. In zijn reisboekje (een latere kopie zonder de tekeningen) staan weinig persoonlijke beschouwingen. Dürer noteert kort waar hij allemaal aankomt, wat hij er ziet en beleeft, wie hij ontmoet en eventueel geportretteerd heeft, wat zijn uitgaven en inkomsten zijn. Veel meer niet. De expo in Aken reconstrueert zijn trip van begin augustus 1520 tot midden juli 1521. Dat gebeurt aan de hand van documenten, tekeningen, gravures en enkele schilderijen van Dürer zelf, van stijlgenoten en van een handvol romantische bewonderaars uit de negentiende eeuw. In november opent in de Londense National Gallery een versie van de expo die zich ook met zijn andere tochten bezighoudt (Dürer's Journeys: Travels of a Renaissance Artist). Hij had ook de Alpen bereisd, Italië en Venetië, waar hij met Giovanni Bellini renaissance-ideeën deelde. In de Nederlanden is het vooral de Antwerpse metropool die hem aantrekt. De lokale kunstenaars dragen hem op handen en leggen hem in de watten. Hij kan er naar hartenlust netwerken, zijn religieuze prentenreeksen aan de man brengen, aan de lopende band leden van de elite portretteren tegen betaling of in ruil voor geschenken. Een beetje stereotiep vaak, soms meesterlijk, zoals het gevoelvolle Portret van Bernhard von Reesen.Dürers volkse figuren leveren de meest levensechte portretten op. Zonder decorum, in enkele rake trekken. Dat Dürer zijn jonge herbergier, Jobst Plankfelt, met een onbeschaamde, wakkere blik bedenkt, strookt ook met de indruk die hij van hem heeft: een kleine geldwolf. Ongemeen subtiel de zilverstift hanterend, laat hij de expressieve, mijmerende gelaatstrekken tot leven komen van de meid Katharina, het vroegst bekende portret van een zwarte vrouw. Zijn tekening van De kop van een 93-jarige man zal hij later als model gebruiken voor een imposant olieverfschilderij van de Heilige Hieronymus in zijn studeerkamer.Precisie, zuiverheid en naturel kenmerken ook de zeldzame afbeeldingen van dieren - een Liggende hond, de Kop van een walrus - en enkele pentekeningen met stadsgezichten: De haven van Antwerpen en De dierentuin in Brussel, gezien vanaf het Coudenbergpaleis, weliswaar zonder dieren. Talloos zijn de tekeningen, kopergravures en houtsneden met religieuze thema's. Dürer beschouwt de voorstelling van het lijden van Christus dan ook als de voornaamste opdracht van een kunstenaar. Op een pentekening als De bewening van Christus, bewaard in het Fogg Museum (Cambridge, VS), is uitmuntend te zien hoeveel zin voor drama, compositie, lichtwerking en emotie hij daarbij aan de dag kan leggen. Een pilaarbijter is hij anders allerminst. Hij geniet van rijke tafelen, drinkgelagen en dobbelen (waarbij hij zonder verpinken zijn geldverlies noteert). Maar hij blijkt ook uiterst begaan met de reformatorische ideeën van Luther en het humanisme van Erasmus. Het fake bericht van Luthers gevangenneming en dood zet hem aan tot de enige hartstochtelijke ontboezeming uit zijn hele reisdagboek. In Brussel maakt hij enkele vluchtige portrettekeningen van Erasmus. Pas vijf jaar na de reis gebruikt hij die als model voor zijn beroemde kopergravure van de humanist in vol ornaat. Wat deze de bedenking ontlokt dat hij er zich, inmiddels geteisterd door nierstenen en andere plagen, helemaal niet meer in herkent.