Zelfs een droomstad, gewoonlijk drukbezocht door eendagsreizigers van overal, toont zich minder opzichtig dan anders vanwege de pandemie, zo blijkt uit haar Triënnale. De kunst hoeft daar niet onder te lijden, aangezien de nachtzijde van de dingen haar vertrouwd is. Een uitbraak van cholera in 1911 in Italië gaf spankracht aan de novelle en de film Der Tod in Venedig, en onder het thema TraumA wisten kunstenaars de droom en zijn keerzijde beeldend te verknopen in de publieke ruimte van Brugge. In het zwarte water van de stille Augustijnenrei spiegelen zich zeven doorzichtige gestalten met identieke maskers, geweien en kleurrijke linten, puilend uit een rij van zeven nissen in de verweerde kaaimuur. Zo carnavalesk, volks en licht verontruste...

Zelfs een droomstad, gewoonlijk drukbezocht door eendagsreizigers van overal, toont zich minder opzichtig dan anders vanwege de pandemie, zo blijkt uit haar Triënnale. De kunst hoeft daar niet onder te lijden, aangezien de nachtzijde van de dingen haar vertrouwd is. Een uitbraak van cholera in 1911 in Italië gaf spankracht aan de novelle en de film Der Tod in Venedig, en onder het thema TraumA wisten kunstenaars de droom en zijn keerzijde beeldend te verknopen in de publieke ruimte van Brugge. In het zwarte water van de stille Augustijnenrei spiegelen zich zeven doorzichtige gestalten met identieke maskers, geweien en kleurrijke linten, puilend uit een rij van zeven nissen in de verweerde kaaimuur. Zo carnavalesk, volks en licht verontrustend ogen Les niches parties van Nadia Naveau, als een troebele echo van Venetië, of is het Mexico? Laura Splan legde de hand op besmettelijke ziekten en bracht ze onder op de plaats waar ze eeuwenlang door de zusters augustinessen werden behartigd: het tot museum omgedoopte hospitaal van Onze-Lieve-Vrouw ter Potterie. Ze toont er vooreerst vier Doilies, ingelijste onderleggertjes van kant, geborduurd volgens patronen die ze aantrof bij het bekijken van de structuren van herpes, SARS 1, de hepadnafamilie en het influenzavirus met zijn spijkervormige eiwitten, ook typerend voor covid-19. Een gelijkenis met de roosvensters in kathedralen dient zich aan, alsook het besef dat ziekte en schoonheid kunnen samengaan. Met 3D-modellen van het coronavirus, menselijke cellen en dierlijke antilichamen - afkomstig van lama's, paarden en alpaca's - maakte Laura Splan moleculaire animaties. Ze bewegen zich in een caleidoscopische choreografie over het scherm van haar videotriptiek Disentanglement. Vanuit vier hoeken rukken ze in lichtende kleuren op naar een centrale leegte, waarin ze verdwijnen na het vormen van een kruis, een roos of enig andere architecturale structuur. Het zou te vermetel zijn om in het werk een hedendaagse pendant te zien van Pieter Bruegels Val der opstandige engelen: weliswaar is de oorlog tussen goed en kwaad in beide gevallen totaal, maar in de videotriptiek blijft de strijd tussen het virus en de antilichamen misschien onbeslecht. Joanna Malinowska en C.T. Jasper trokken naar de paradijselijke binnenhof van het Begijnhof. Wat staat hun metershoge standbeeld van een jonge vrouw in vooroorlogse plattelandskledij daar in godsnaam te doen? Haar stap vooruit op een wankele bakstenen sokkel, de gestreken vlag die ze in beide handen klemt en haar strakke blik verraden een ouderwetse expressie van strijdvaardigheid, desnoods te rijmen met de houding van de religieuze vrouwen die op deze plek hun droom van een geëmancipeerd bestaan probeerden waar te maken en nu verdwenen zijn. Uitgerangeerd is ook het piepkleine museum in een begijnenhuisje vlak bij het monument. Eén bedompt kamertje is voor even weer open om het gefilmde verhaal achter het verdwaalde beeld te vertellen. Who Is Afraid of Natasha? blijkt een kopie te zijn van een standbeeld uit de jaren vijftig, gemaakt door de Poolse beeldhouwer en verzetsman Marian Wnuk om de dankbaarheid van zijn volk voor de Russische bevrijder te tonen. Het stond in het centrum van de havenstad Gdynia, maar werd in 1990 misplaatst bevonden, wellicht omdat de inwoners het eerder verbonden met het trauma van de onderdrukking dan met de droom van de bevrijding. Het verhuisde naar een gedeelte van de stedelijke begraafplaats, voorbehouden aan de Russische soldaten die sneuvelden toen ze Gdynia verlosten van de nazi's. Staat het daar minder in de weg dan zijn tweelingbeeld in het Begijnhof van Brugge?