Onder de vele anonieme kunstwerken in de collectie van M, het Leuvense museumlabyrint, bevindt zich een merkwaardige wijzerplaat. Het eikenhouten paneel werd omstreeks 1500 beschilderd in een Brabants atelier. Het mechanisme dat de tijd aanwees is er ooit uit verwijderd, en liet een lacune na. Een tweede leemte zit daar vlak boven, op de plaats waar allicht de stand van de maan en de planeten werd aangeduid. Elke beweging van de wijzer belandde in een bepaald segment van de grote cirkel waarin het uur en de datum worden aangegeven, het corresponderende teken van de dierenriem, de maand van het jaar met een seizoensgebonden activiteit en enkele scènes uit het dagelijkse leven.
...

Onder de vele anonieme kunstwerken in de collectie van M, het Leuvense museumlabyrint, bevindt zich een merkwaardige wijzerplaat. Het eikenhouten paneel werd omstreeks 1500 beschilderd in een Brabants atelier. Het mechanisme dat de tijd aanwees is er ooit uit verwijderd, en liet een lacune na. Een tweede leemte zit daar vlak boven, op de plaats waar allicht de stand van de maan en de planeten werd aangeduid. Elke beweging van de wijzer belandde in een bepaald segment van de grote cirkel waarin het uur en de datum worden aangegeven, het corresponderende teken van de dierenriem, de maand van het jaar met een seizoensgebonden activiteit en enkele scènes uit het dagelijkse leven. De zes concentrische cirkels van de kalenderwijzerplaat sluiten ons tijdsbesef op in een strakke cyclus die de eeuwige herhaling van alles impliceert. Dat is typerend voor een wereldbeeld waarin het leven gedetermineerd wordt door hogere, in dit geval astrologische machten. Dat de maanden van het jaar met hun bijbehorende werkzaamheden elkaar opvolgen tegen de wijzerrichting in, suggereert dat er ook een gevecht tegen de klok moest worden gevoerd en dat de mens door arbeid (brood bakken, oogsten, druiven pletten) ook tijd kon winnen.Omgaan met tijd werd de rode draad van een kleine, selectieve collectiepresentatie. De cirkel van de kalenderwijzerplaat werd formeel doorgetrokken in de enscenering, hoewel de andere kunstwerken, die van recentere datum zijn, vrijer omgaan met het cyclische tijdsbegrip. De opeenvolging van de seizoenen in de animatievideo Gardening (2001) van Hans Op de Beeck bevat nog wel de idee van de eeuwige wederkeer van hetzelfde. Maar in de almaar meer gesofisticeerde aanleg van de tuin omheen een ronde put zit ook een notie van lineaire vooruitgang in de tijd. Ann Veronica Janssens bedient zich van een discus in gegraveerd aluminium om de bewegende stralenbundel van het licht op te vangen. Hij vertoont een puur cyclisch aspect. Bij de witte en de zwarte discus in keramisch materiaal waarop Christoph Fink het lijnenstelsel van zijn reisbewegingen en de geschiedenis van de aarde voorstelt in relatie met de donkere materie (dark matter), hebben we te maken met een duidelijke evolutie in de tijd. Stilstaan doet de tijd op een Graanmarkt in Fez, (1926-1938) door Jules van Biesbroeck gezien in de hitte en geschilderd in een verblindend wit. Een zeventiende-eeuws vanitasstilleven van Gerrit Louwerensz Stellingwerff, maant aan tot bezinning in het teken van de vergankelijkheid van alles, en bevat een globe die een mysterieuze wereld onder water voorstelt. In het midden van een vide prijkt een monumentaal standbeeld in gebronsd gips. De Zaaier (1893) van Constant Meunier overschouwt er, oog in oog met een anoniem Brabants Christoffelbeeld (circa 1500), het hele veld vanaf een ronde sokkel in zwarte kunststof (boven op zijn eigen platte, bronzen sokkel). Hij staat klaar om het zaaigoed uit te strooien dat hij in zijn rechtervuist omklemd houdt. Zonneklaar een ode aan de scheppingskracht van de natuur. Over wat hij, in de geest van deze expo, precies zal hebben geoogst kan de kijker speculeren vanaf de lage, ronde banken omheen het beeld. Ik denk aan de massa bedrukte paneeltjes, uitgestrooid over twee hoge muren die de zaaier omringen. Ze bevatten dagelijks genoteerde gedachten en fantasieën van Orla Barry, zoals ' You only have to choose a moment'. Vandaar glijdt het oog naar de wand waarop Philippe Van Snick het 'symmetrische en asymmetrische' verloop van dagen en nachten aanbracht als een lineaire formatie abstracte schilderijtjes in de kleuren blauw, geel en zwart.