Cartografen, ontdekkingsreizigers en veroveraars dienden altijd elkaars belangen. Het wetenschappelijk in kaart brengen van de wereld was een zegen voor degenen die haar rijkdommen wilden exploiteren, haar bewoners en de grond onder hun voeten wilden bezitten. Onvergetelijk toch hoe Charles Chaplin, stand-in voor Adolf Hitler in de film The Great Dictator (1940), stikgeil wordt van de grote globe die hij spelenderwijs opgooit, tot hij stukspringt.
...

Cartografen, ontdekkingsreizigers en veroveraars dienden altijd elkaars belangen. Het wetenschappelijk in kaart brengen van de wereld was een zegen voor degenen die haar rijkdommen wilden exploiteren, haar bewoners en de grond onder hun voeten wilden bezitten. Onvergetelijk toch hoe Charles Chaplin, stand-in voor Adolf Hitler in de film The Great Dictator (1940), stikgeil wordt van de grote globe die hij spelenderwijs opgooit, tot hij stukspringt. Mannen van dat kaliber zijn enkele zestiende-eeuwse pioniers als Abraham Ortelius uit Antwerpen en Gerard Mercator uit Rupelmonde eeuwige dank verschuldigd. Hun wereldkaarten ontbreken uiteraard niet op een tentoonstelling als deze, al gaat het hier in de eerste plaats over kaarten die bedoeld zijn om een eerder mentale dan wetenschappelijke voorstelling van de wereld te geven. Richtinggevend in deze categorie was allicht de Carte de Tendre (1656), een 'topografische en allegorische voorstelling van het liefdesleven in de praktijk', een gebied waar La Mer dangereuse en het Lac d'indifférence een prominente plaats innemen. Voor de overige begeven we ons op de glibberige paden van de hedendaagse kunst, deels met een hoog conceptueel gehalte, deels spiritueel, fraai beeldend, ironisch en poëtisch, maar meer dan eens voorzien van een politieke lading, manifest of onderhuids. Het moet zijn dat kunstenaars vandaag extra gevoelig zijn voor de beladen politieke geschiedenis van de cartografie, in het bijzonder voor de erfenis van het koloniale tijdperk, toen op de zogenaamd wetenschappelijke wereldkaarten het Noorden onredelijk groot en het Zuiden onredelijk klein werden voorgesteld (een wanverhouding die pas in de jaren 1990 aan het licht kwam). De brutaaltjes onder de 34 kunstenaars zorgen voor een schokeffect dat snel weer wegebt, ook al vanwege de gedempte sfeer in de elegante art-decovertrekken van Villa Empain. Zo kan men zich slechts even voorstellen dat de door Mircea Cantor met roet bestreken continenten op een wereldkaart van wit papier inderdaad gedoemd zijn om in de fik te vliegen ( The World Belongs to Those Who Set It on Fire, 2016). Even nietsontziend ging Aung Myint te werk, toen hij op zijn kaart van handgeschept papier de vijf werelddelen viraal besmette met ontelbare klonen van Edvard Munchs schreeuwende doodskopje, en daar een regen van rode verfslierten overheen kletste. Nauwelijks minder apocalyptisch is de boodschap van Rivane Neuenschwander in de video Contingent, al werkt de mierenkolonie die de met honing ingestreken continenten in tien minuten tijd helemaal opvreet toch vooral op de lachspieren. Het zijn de subtielere werken die wat meer denk- of mijmertijd vragen. De kleurenprints van Malala Andrialavidrazana uit de reeks Figures zijn grafisch, iconografisch, coloristisch en politiek uiterst gelaagd. Uit een mix van prachtige landkaarten, bankbiljetten, postzegels en ander beeldmateriaal uit de koloniale periode distilleert de geboren Malagassische nieuwe beelden, waarin de oorspronkelijke tendentieuze inhoud omgebogen is tot een paradijselijke idylle van een schone wereld zonder grenzen. Ook Olafur Eliasson zet tot dromen aan met een oude zeekaart van IJsland, discreet bewerkt tot een visioen van drijvende stukken land die pas uit de blauwe oceaan lijken te zijn verrezen. Hij vindt een geestverwant in David Renaud, die enkele van zijn bevroren eilanden schilderde op de muren van de overloop, een gelegenheidsoceaan. De plaatsnamen matchen er met die op de 17e-eeuwse Carte de Tendre : er is een Cap Verdoyant, een Cap négligé en een Cap de la déception. En zo is de globe rond.