Outsiders zijn niet noodzakelijk gedoemd om te verkommeren voor de poorten van de gevestigde kunstwereld. Hun houding van verzet inspireert hen om een ander soort kunst te maken en levert vaak de zuurstof die het mainstream artistieke gebeuren zo hard nodig heeft om niet zelf te verslensen. Zo verging het alleszins laatbloeier Jean Dubuffet (1901-1985) die de hele westerse cultuur de rug toekeerde om uit de vroege prehistorie, de wereld van kinderen en van gekken (l'art brut) de grondstof van zijn kunst te putten. Zijn 'primitieve' schilderijen, prenten en sculpturen behoren tot de vaste waarden in de grote internationale publieke collecties. Maar om ze het lot te besparen van alles wat geconsacreerd wordt, te veel bekeken en daard...

Outsiders zijn niet noodzakelijk gedoemd om te verkommeren voor de poorten van de gevestigde kunstwereld. Hun houding van verzet inspireert hen om een ander soort kunst te maken en levert vaak de zuurstof die het mainstream artistieke gebeuren zo hard nodig heeft om niet zelf te verslensen. Zo verging het alleszins laatbloeier Jean Dubuffet (1901-1985) die de hele westerse cultuur de rug toekeerde om uit de vroege prehistorie, de wereld van kinderen en van gekken (l'art brut) de grondstof van zijn kunst te putten. Zijn 'primitieve' schilderijen, prenten en sculpturen behoren tot de vaste waarden in de grote internationale publieke collecties. Maar om ze het lot te besparen van alles wat geconsacreerd wordt, te veel bekeken en daardoor niet meer echt gezien, moet men ze regelmatig in nieuwe verbanden tonen. Voor haar afscheid aan het hoofd van het Centre de la Gravure deed Catherine de Braekeleer nog beter: ze haalde uit het Dubuffet-patrimonium een reeks amper bekende werken, preciseerde hun betekenis en presenteert ze in een hechte opstelling. Van 1958 tot 1962 legde de kunstenaar zich toe op het maken en inventariseren van lithografische prenten met de afdrukken van alle mogelijke natuurlijke fenomenen, texturen en oppervlakken. Aanvankelijk bedoeld als basisreservoir voor zijn assemblages van primitieve mannetjes, verwierf het repertorium gaandeweg een eigen logica die hem ertoe aanzette om er een zelfstandige reeks van te maken . Les Phénomènes bestaat uit 324 litho's, verdeeld over 22 albums. In La Louvière worden er 9 geëxposeerd, 5 in zwart-wit en 4 in kleur. Het album Le preneur d'empreintes leende zijn titel aan de hele expo, want dat was de grondslag van alle werk. Jean Dubuffet maakte systematisch afdrukken van verschillende texturen die hij aantrof op de grond, op muren, op straat, op bladeren, rotsen en zandvlaktes. Dat hij eveneens 'afdrukken' nam van waterpartijen, wolken, luchtstromen en sterrenstelsels moet wel in een poëtische zin worden begrepen. Toch leidden die evengoed tot afdrukken van grafische vormen die zich aftekenden op de steen (of de zinken plaat): door het verpulveren, verstuiven, fijnstampen of bevochtigen van materie en het aanbrengen van emulsies van vloeistoffen op de lithografische steen en het lithografische papier, kon Dubuffet de analogie met (on)stoffelijke, natuurlijke fenomenen effectvol naar voren laten komen. Wat de kunstenaar in een eerste beweging aan het toeval en zijn intuïtie overliet, wilde hij na het drukken van de prenten ook een betekenis geven. Diep doordrongen van de eenheid onder alle natuurlijke fenomenen, zocht hij in de afdrukken naar tekenen van de oorsprong van het universum en het leven. Dat bracht hem tot het benoemen van de geregistreerde fenomenen, zodat elk van de 324 litho's een eigen titel kreeg. Vaak poëtisch, en altijd suggestief genoeg om associaties op te roepen die van de natuurlijke wereld als vanzelf overlopen in het domein van de metafysica. Het aandeel van de fantasie is aanzienlijk. Een prent vol zwervende, onregelmatig gekapte plavuizen met een streelzacht oppervlak en doorschoten met felle lichtflitsen kreeg de titel Pavage de peau, letterlijk vertaald 'huidplaveisel'. Het album Théâtre du sol wemelt van kolkende bewegingen en grove korrels, en maakt melding van een 'vurig leven van de bodem'. Elders fuseren wolken met rotsen, is er vuurwerk en spektakel, als van een actieve vulkaan. Ook sporen van dierlijke fossielen en eencellig leven wijzen op het bestaan van een Anarchitecte, een bouwmeester van het heelal die het niet zo nauw nam met de regels van de academie.