In 2008 zetten Annick en Anton Herbert een punt achter het verzamelen van hedendaagse kunst. Hun laatste aanwinst was een kijkbarak op scheve poten en een bijbehorende video waarin kunstenaar Heimo Zobernig (°1958) zich door een dubbelganger laat vervangen om aan een andere dubbelganger uit te leggen hoe men een performance uitvoert - een ontregelende bevraging van theater- en performancevormen. Met Mike Kelley (1954-2012), Franz West (1947-2012) en Martin Kippenberger (1953-1997) behoort Zobernig tot de harde kern van de 'tweede generatie' in de collectie Herbert: illusieloze kunstenaars, gemarkeerd door de opmars van het globale kapitalisme vanaf 1989 en de val van de Berlijnse Muur.
...

In 2008 zetten Annick en Anton Herbert een punt achter het verzamelen van hedendaagse kunst. Hun laatste aanwinst was een kijkbarak op scheve poten en een bijbehorende video waarin kunstenaar Heimo Zobernig (°1958) zich door een dubbelganger laat vervangen om aan een andere dubbelganger uit te leggen hoe men een performance uitvoert - een ontregelende bevraging van theater- en performancevormen. Met Mike Kelley (1954-2012), Franz West (1947-2012) en Martin Kippenberger (1953-1997) behoort Zobernig tot de harde kern van de 'tweede generatie' in de collectie Herbert: illusieloze kunstenaars, gemarkeerd door de opmars van het globale kapitalisme vanaf 1989 en de val van de Berlijnse Muur. Ze schuwen het groteske niet, schudden artistieke genres en procedures door elkaar, flirten met het nihilisme terwijl ze elk een hoogst persoonlijk beeldend universum uitbouwen. Zonneklaar vormen ze een tegenpool van de 'eerste generatie' in de collectie. Die werd vanaf 1972 bedachtzaam uitgebouwd rond exemplarische werken uit de minimal art, concept art en arte povera, richtingen die indirect een utopische dimensie inhielden, gevoed door de culturele revolutie van 1968. Donald Judd, Sol LeWitt, Carl Andre, Dan Graham, Lawrence Weiner, Bruce Nauman, Daniel Buren en Marcel Broodthaers doorbraken vanaf eind de jaren 1960 de 'burgerlijke' conventies over kunst en haar instellingen. Tegenover het materiële, esthetische object, bestemd voor de salons, stelden ze een ongrijpbare kunst, gebaseerd op taal, op het ideële ontwerp, op ervaringen van tijd en ruimte, buiten de institutionele perken. Toch hebben beide generaties het een en ander met elkaar gemeen. Het zijn beeldenstormers van wie het werk zich niet laat strikken in oppervlakkige schoonheidscriteria. Bovendien heeft de tweede generatie onmiskenbaar de conceptuele grondslag van de eerste overgenomen. Zo liet Martin Kippenberger, door Jan Hoet niet geselecteerd voor Documenta IX in Kassel (1992), in een fotomontage een van zijn dronken lantaarnpalen installeren op de Friedrichsplatz, pal op de plek waar het afsluitklepje uitstak van een Vertical Earth Kilometer. Die ronde staaf uit messing was daar in 1968 een kilometer diep in de grond geboord door Walter De Maria, conceptkunstenaar van het eerste uur. Kippenberger wist zijn montage ( Melancholie) in de Documenta-catalogus binnen te smokkelen en in postervorm aan de collectie Herbert toe te voegen. 'We verzamelden geen kunstwerken maar een nieuwe manier van denken', zegt Anton Herbert. Daarom heeft het archief zo'n cruciaal belang. Het bevat historische documenten die een licht werpen op de gedachtegang en werkwijzen van de kunstenaars en hun eerste verdedigers - galeriehouders als Fernand Spillemaeckers en Konrad Fischer, museumdirecteuren als Rudi Fuchs en Kasper König, collectioneurs als Annick en Anton Herbert. Zonder de intense contacten en diepgaande gesprekken binnen deze 'kleine familie' zou er van een collectie Herbert geen sprake zijn. Het archief is toegankelijk voor studiedoeleinden, de verzameling wordt op geregelde tijdstippen via wisselende presentaties geopend voor het publiek. Het beheer is sinds 2013 in handen van een stichting, de Herbert Foundation. Om veiligheidsredenen blijft de stichting alsnog gesloten, maar de kleine staf heeft een tiental video's uit het archief online gezet. In een rondleiding met Chantal Pattyn uit 2015 zien we Maria Gilissen minzaam verklaren hoe haar levensgezel Marcel Broodthaers door het vervangen van één enkele letter een politieke kaart van de wereld omdoopte tot een poëtische. Van utopieën gesproken.