Een oud en tot leegstand gedoemd fabrieksgebouw raakte plots weer van leven vervuld. Dat had het te danken aan Mark Manders (°1968), met hart en ziel gebonden aan de voormalige weverij in Ronse waar hij woont en werkt. Het verwondert niemand dat hij zijn beeldende oeuvre sinds 1986 inpast in een Zelfportret als gebouw met vele kamers die voortdurend veranderen en net verlaten lijken wanneer wij ze betreden. Het is evenmin uitzonderlijk dat hij zijn zelfportret niet beperkt tot een beeld in de spiegel, maar het intens verweeft met zijn leefwereld. Tot zover de vanzelfsprekendheid. Voor de rest roept het werk van Manders vooral verwondering op.
...

Een oud en tot leegstand gedoemd fabrieksgebouw raakte plots weer van leven vervuld. Dat had het te danken aan Mark Manders (°1968), met hart en ziel gebonden aan de voormalige weverij in Ronse waar hij woont en werkt. Het verwondert niemand dat hij zijn beeldende oeuvre sinds 1986 inpast in een Zelfportret als gebouw met vele kamers die voortdurend veranderen en net verlaten lijken wanneer wij ze betreden. Het is evenmin uitzonderlijk dat hij zijn zelfportret niet beperkt tot een beeld in de spiegel, maar het intens verweeft met zijn leefwereld. Tot zover de vanzelfsprekendheid. Voor de rest roept het werk van Manders vooral verwondering op. Met gewone logica komt men absoluut nergens in zijn bevroren universum van stille sculpturale figuren en installaties van dagelijkse dingen, fijn aaneengeschakeld zoals de woorden die we kiezen om een mooie zin te vormen. Er is een soort aan hypnose grenzende staat nodig om er de samenhang en de raadselachtige schoonheid van te ervaren. De kunstenaar zou echt wel een sfinx gebleven zijn als hij in de recente Engelstalige publicatie Shadow Studies niet zelf in zijn pen was gekropen om verschillende van de 48 afgebeelde werken van commentaar te voorzien. Niet uitleggerig, maar helder genoeg om iets van de logica van de droom te ontsluieren. Hij is de eerste niet die deze mysterieuze poort opent, maar dat waren misschien vooral schilders: de symbolist Fernand Khnopff, de surrealist René Magritte en ook Giorgio de Chirico met zijn metafysische realisme. Over De Chirico heeft Manders het overigens zelf. Hij schrijft dat hij de oude meester 'op een mooie manier jaloers' wilde maken met zijn Room with Chairs and Factory, een woonkamer waarin een liggende figuur met pruik een voet warmt aan een buis, verbonden met een van twee fabrieksschoorstenen op een lange tafel waarrond stoelen staan. Silent Factory (2000) is er een variant van, dit keer met een luidspreker en een liggende witte kat op de tafel en een aantal objecten uit de jaren zeventig op de grond, terwijl 'de hele scène een mislukte poging is om mijn jeugd in herinnering te brengen'. De gelijkenis met het schilderij Metafysisch interieur met grote fabriek (1926-1927) van De Chirico is telkens treffend. Voor de organisatie van zijn woonkamerfabriek verwijst Manders naar het eerste grondplan voor zijn Zelfportret als gebouw uit 1986. Het bestaat uit pennen en potloden, gommen, schildergerei en scharen die een kleurrijke figuur vormen op de grond. Hij noteerde: 'Ik werd meer en meer gefascineerd door de fysieke manifestatie van het grondplan; (...) hoe het veranderende licht een balpen zo dramatisch veranderde; hoe ik mijn oog dichter bij een gom kon brengen en wat er dan in mijn hoofd gebeurde. Dit inzoomen creëerde een adembenemend filmische ervaring: ik kon boven deze voorwerpen bewegen, en ze dicteerden mijn gedachten met hun kleur, taal, vorm en hun onbeschrijfelijke fysieke coherentie.' De kunstenaar blijft weg uit het gebouw dat hem portretteert, maar heeft het bevolkt met plastische figuren die net uit de grijze klei geschapen lijken. Vele hebben het stereotiepe van fabrieksproducten en vertonen de regelmatige gezichtstrekken van Griekse, Romeinse, Khmer- of hindoegoden en -godinnen. Als ze niet slapen, staren ze met open ogen blind voor zich uit. Ze zouden rust kunnen uitstralen, ware het niet dat ze vaak betimmerd, opengespleten of moedwillig om het leven gebracht zijn. Net als de kale meubels en de dode dieren die hen omringen, doen ze de temperatuur in de woonkamerfabriek dalen tot diep onder nul.