Er is iets loos met onze perceptie van wat een kunstenaar is. Dat is zeker het geval wanneer we ons laten leiden door het beeld dat hij van zichzelf geeft of laat geven in een kunstwerk. Dat hij een normaal mens met een normaal beroep kan zijn, komt niet in ons op, zelfs wanneer hij de schijn wekt dat te zijn. Le rêve d'être artiste toont de vele manieren waarop kunstenaars hun zelfbeeld zo in scène zetten dat het beantwoordt aan de gedroomde categorie van bijzondere mensen met een bijzondere gave. Wellicht zouden zij hun status in rook zien opgaan vanaf het ogenblik dat wij ophouden om erin te geloven. De droom hangt aan een zijden draadje dat maar niet wil knappen.
...

Er is iets loos met onze perceptie van wat een kunstenaar is. Dat is zeker het geval wanneer we ons laten leiden door het beeld dat hij van zichzelf geeft of laat geven in een kunstwerk. Dat hij een normaal mens met een normaal beroep kan zijn, komt niet in ons op, zelfs wanneer hij de schijn wekt dat te zijn. Le rêve d'être artiste toont de vele manieren waarop kunstenaars hun zelfbeeld zo in scène zetten dat het beantwoordt aan de gedroomde categorie van bijzondere mensen met een bijzondere gave. Wellicht zouden zij hun status in rook zien opgaan vanaf het ogenblik dat wij ophouden om erin te geloven. De droom hangt aan een zijden draadje dat maar niet wil knappen. Neem nu Gerhard Richter, de hoogst gequoteerde schilder van deze tijd. Hij is door zijn baanbrekende werk in abstracte en fotografisch-figuratieve registers zo verheven boven het pak dat we hem ons in het dagelijks leven navenant voorstellen als een halfgod. Uit zelfportretten zouden we nochtans moeten afleiden dat hij niet zo veel verschilt van Jan Modaal: het summum van chic voor wie zijn naam niet meer moet maken? Zijn leerling Thomas Struth corrigeerde dat beeld in zijn somptueuze foto The Richter Family I, waarop de pater familias poseert als een gedistingeerd lid van de burgerlijke elite in een sober maar o zo stijlvol interieur. Dat Struth zijn compositie spiegelt aan de portretten van welvarende families in Nederlands Gouden Eeuw, drijft de verwarring ten top. Het kan nog straffer. Wereldwijd als een icoon vereerd kon Andy Warhol zich de weelde veroorloven om zich te laten identificeren met het ordinaire massaproduct dat hij zelf een aura van zeldzaamheid had helpen geven. Dat had Jorgen Let goed gezien toen hij de paus van de popart in een videofilm (1981) warholesk langzaam een hamburger liet verorberen en hem na een doodse stilte met een uitgestreken gezicht deed zeggen: 'I am Andy Warhol and I just finished eating a hamburger. 'Wanneer de kunstenaar een merknaam geworden is, volstaat zijn signatuur om lood in goud te laten veranderen. Le rêve d'être artiste laat zien hoe de oudere Picasso in blote tors voor de camera van Henri-Georges Clouzot ( Le mystère Picasso) een wit doek vult met alleen zijn levensgrote signatuur. Elders op de expo herkennen we in tere potloodtrekken de contouren van de jonge Picasso, mijmerend op de achtergrond van zijn intimistische schilderij Le peintre et son modèle. Hij legt zijn gevoelige zieltje bloot en is zijn handtekening vergeten. Voor Georges Seurat dan weer volstond een fijne signatuur in dezelfde kleurige stipjes als zijn pointillistische landschap om te tonen dat hij samenviel met zijn kunst. We zien de artiste maudit defileren, de lijdende kunstenaar, de kunstenaar als dier (Wim Delvoye als hond, Jeff Koons bij de varkens). En uiteraard mocht het cliché van het genie niet ontbreken. Niemand in het bijzonder krijgt die eer toebedeeld, maar in de persoon van Camille Claudel wordt aandacht gevraagd voor het 'verpletterde genie', onder de voet gelopen als ze was door haar leermeester en trouweloze minnaar Auguste Rodin. Claudels zelfportret als smekelinge (bronzen studie voor L'age mûr) is aangrijpend. Overeenkomstig hun onderwaardering in het verleden zijn vrouwelijke kunstenaars op de expo niet al te dik gezaaid. Het probleem wordt duidelijk aangekaart in het geval van Berthe Morisot, maar haar portret is van de hand van Edouard Manet. De eer wordt gered door Marina Abramovic, paraderend als The Hero op een wit paard, en door Pilar Albarracin, die onverstoorbaar haar sigaret blijft roken met zeker tien messen in haar rug ( No comment).