Een oeuvre van 2500 composities verdeeld over meer dan 9000 kunstwerken in kaart brengen is geen kattenpis. Het zal niemand verbazen dat de grootste oeuvrecatalogus ooit op naam van Peter Paul Rubens (1577-1640) staat, dat het een poos duurde eer iemand zo vermetel was om eraan te beginnen en dat de voltooiing nog niet voor morgen is. Toen Ludwig Burchard, Duits kunsthistoricus en Rubensfreak (1886-1960), zijn persoonlijke bibliotheek, notities en honderden documentatiedozen aan de stad Antwerpen naliet, bleek daar ruw materiaal voor zo'n monstercatalogus in te zitten.
...

Een oeuvre van 2500 composities verdeeld over meer dan 9000 kunstwerken in kaart brengen is geen kattenpis. Het zal niemand verbazen dat de grootste oeuvrecatalogus ooit op naam van Peter Paul Rubens (1577-1640) staat, dat het een poos duurde eer iemand zo vermetel was om eraan te beginnen en dat de voltooiing nog niet voor morgen is. Toen Ludwig Burchard, Duits kunsthistoricus en Rubensfreak (1886-1960), zijn persoonlijke bibliotheek, notities en honderden documentatiedozen aan de stad Antwerpen naliet, bleek daar ruw materiaal voor zo'n monstercatalogus in te zitten. Het onderzoekscentrum Rubenianum maakte er een internationale onderneming van. Zo verscheen in 1968 het eerste van 29 geplande delen en 51 volumes van het Engelstalige Corpus Rubenianum Ludwig Burchard. De primeur was voor de Canadese kunsthistoricus John Rupert Martin, die er de 39 door brand vernielde plafondschilderijen van Rubens voor de Antwerpse Jezuïetenkerk (sinds 1779 herdoopt tot Carolus Borromeuskerk) in behandelde. Voor zijn onderwerp had hij genoeg aan één volume, net zoals Nils Büttner, die heerlijk dartelde in de Allegories and Subjects from Literature (2018). Andere thema's vroegen meer plaats. Hans Vlieghe had twee volumes nodig om al Rubens' heiligen ( Saints, 1972-1973 ) streng onder de loep te nemen. Nu is het niet al schilderkunst wat de klok slaat. In 2002 verscheen het volume Palazzi di Genova, uitgaand van Rubens' gelijknamige modelboek met architectuurtekeningen van de renaissancepaleizen en landhuizen, gemaakt toen hij in de Ligurische havenstad verbleef en er het aristocratische vrouwelijk schoon portretteerde. Hij bazuinde er zijn liefde in uit voor de klassieke architectuur en stelde ze als voorbeeld voor onze gewesten, die nog aan de gotische bouwtrant waren gehecht. Zijn architecturale bijdragen voor de Jezuïetenkerk kwamen in 2018 aan bod. Nog niet behandeld zijn de ontwerpen voor decoratieve kunst en voor zijn woonhuis: een monumentale portiek en een klein tuinpaviljoen. Nieuw is het volume Architectural Sculpture door MSKA-conservator Valerie Herremans. Het is gewijd aan de sculpturale modellen voor kleinschalige architectuur, vooral altaren en grafmonumenten. Blijkt dat Rubens het niet onder de markt had wanneer hij voor de altaren met zijn schilderijen ook zijn nieuwe soort barokke omlijstingen, gebaseerd op klassieke architectuurprincipes en de creatieve toepassingen ervan door Michelangelo, in de praktijk wilde brengen. Het was een getouwtrek met lobby's en kerkelijke opdrachtgevers, waarbij hij vaak aan het kortste eind trok. Tot overmaat van ramp zijn veel van zijn ontwerpen verdwenen of kennen we ze alleen nog uit brieven of gravures. In het ideale geval zouden de hoogaltaren van de Gentse en de Antwerpse kathedraal met schilderijen en omlijstingen van zijn hand zijn gesmukt. Uit Herremans' zorgvuldige onderzoek blijkt Rubens' taaie ambitie om het barokke idee te realiseren van architecturale sculptuur als een plastisch geheel. Gevat in een klassieke portiek moest het geschilderde altaarstuk verschijnen als de toegang tot een tempel. Met het hoogaltaar voor de Brusselse Kapellekerk lukte het hem wel, zodat we vandaag voor een gaaf voorbeeld zouden staan van wat hij eigenlijk wilde. Helaas, om de restauratie van de kerk te betalen werd De tenhemelopneming van de maagd in 1712 verkocht en vervangen door een kopie. De omlijsting werd in 1866 ontmanteld, samen met de kopie naar de kerk van Sint-Joost-ten-Node overgebracht en aan moeilijk naspeurbare veranderingen onderworpen. Peter Paul Rubens was duidelijk nog niet onaantastbaar.