Spelen met een collectie verfrist de geesten, zowel van curatoren als van bezoekers. De tijd dat musea de werken uit hun verzameling op een vaste plek verankerden, gerangschikt per genre en in een strikt chronologische orde, ligt voorgoed achter ons. Zo doet het stadsmuseum M niets liever dan mixen en put daarvoor uit zijn zeer heterogene collectie. Er is oude kunst, waarin religieuze werken uit het Brabantse naast seculiere sculpturen van Jef Lambeaux, Constant Meunier en Georges Minne in het oog springen. Er is het hedendaagse luik, met Belgische kunst na 1945. Er is zelfs een rayon toegepaste kunst. Die blijft wel buiten beeld op de nieuwe collectiepresentatie: kanonskogels, Leuvense stoven en porseleinen vazen vallen wellicht m...

Spelen met een collectie verfrist de geesten, zowel van curatoren als van bezoekers. De tijd dat musea de werken uit hun verzameling op een vaste plek verankerden, gerangschikt per genre en in een strikt chronologische orde, ligt voorgoed achter ons. Zo doet het stadsmuseum M niets liever dan mixen en put daarvoor uit zijn zeer heterogene collectie. Er is oude kunst, waarin religieuze werken uit het Brabantse naast seculiere sculpturen van Jef Lambeaux, Constant Meunier en Georges Minne in het oog springen. Er is het hedendaagse luik, met Belgische kunst na 1945. Er is zelfs een rayon toegepaste kunst. Die blijft wel buiten beeld op de nieuwe collectiepresentatie: kanonskogels, Leuvense stoven en porseleinen vazen vallen wellicht moeilijk ter rijmen met het thema van de dag, De taal van het lichaam. De mantra van curatoren vandaag is de dialoog of de confrontatie tussen oud en nieuw. M kiest in een nieuwe presentatie, gespreid over één grote en drie kleine ruimten, voor een ramkoers. Het begint bij een uitbundige expositie van geëxalteerde figuren op sokkels of op canvas, alle naakt. Met hun pathetische lichaamsgebaren die naar actuele normen onnatuurlijk overkomen, hebben ze iets te vereeuwigen: in gebronzeerd gips het lijden van de om zijn overmoed door de Griekse goden gestrafte held Prometheus (Jef Lambeaux); in wit marmer de noodkreet van een geketende Slavin (Jan-Hendrik Cuypers); in gepolychromeerd notenhout de lichamen van de 'goede' en de 'slechte' moordenaar, het ene tot rust gekomen, het andere krampachtig kronkelend. De houding van het met pijlen doorboorde lijf van Sint-Sebastiaan, een Leuvense paneelschildering uit 1587, wordt er niet geloofwaardiger op in de nabijheid van een dode haas (1699), geschilderd in een ongeveer identieke pose als de heilige martelaar. Twee naakte schonen in olie op doek van Armand Rassenfosse (1912), hogelijk verbaasd dat ze zich in zo'n bombastische omgeving bevinden, temperen enigszins het pathetische vertoon. Maar pas het op z'n zondags geklede oudere echtpaar dat zich stierlijk zit te vervelen in een hoek van een troosteloos koffiesalon (de video Coffee van Hans Op de Beeck) neemt de hoogdravende vertoning onbedoeld op de hak. De enige 'taal van het lichaam' die het koppel verstaat is roerloos neerzitten en wezenloos voor zich uit staren. In een ander zaaltje lijkt de kortsluiting tussen oud en nieuw zelfs compleet. De meedogenloze catalogus van geschifte fysieke oefeningen, uitgevoerd door individuen uit alle hoeken van de wereld in een park (de video Entre nous quelque chose se passe van Ria Pacquée) bemoeilijkt een onbevangen inleving in de lichaamstaal van de omringende religieuze beelden: de in overgave geopende handpalmen en het knielen van Christus aan de vooravond van zijn kruisiging (1520), de tot een gebed gevouwen handen van de berouwvolle Magdalena (150), de zeven glas-in-loodmedaillons met de sprekende bewegingen van de personages in het Bijbelse verhaal van de verloren zoon. En toch wordt uitgerekend hier bewezen dat één enkel meesterlijk beeld in staat is om in een context van vervreemding opperste concentratie voor zichzelf af te dwingen. Georges Minne nam in 1896 de verloren zoon als alibi om een innige omstrengeling, een versmelting zelfs, van twee naakte mannenlichamen in brons te realiseren. Is dit een vader, is dit een zoon, schenkt de ene de vergeving waar de andere om vraagt? Of zijn het gewoon twee mensen die met de gave van het lichaam hun liefde vieren? Tot over de dood heen wellicht, want de degene die door de andere, achteruit leunend, van de grond wordt getild, zou al gestorven kunnen zijn.