Ze wilde de chique villa eindelijk eens gemeubileerd zien zoals bouwheer Louis Empain zou hebben gedaan als hij rond 1930 echt in dit meesterwerk van architect Michel Polak was gaan wonen. Louma Salamé liep verzamelaars, musea en handelaren af tot ze voor elke kamer een passend ensemble had gevonden: alle onderdelen haarfijn afgestemd op elkaar en bijdragend tot de specifieke sfeer die even robuust en elegant, geometrisch en exotisch, blits en eclectisch is als de stijl uit het interbellum die we art deco noemen.
...

Ze wilde de chique villa eindelijk eens gemeubileerd zien zoals bouwheer Louis Empain zou hebben gedaan als hij rond 1930 echt in dit meesterwerk van architect Michel Polak was gaan wonen. Louma Salamé liep verzamelaars, musea en handelaren af tot ze voor elke kamer een passend ensemble had gevonden: alle onderdelen haarfijn afgestemd op elkaar en bijdragend tot de specifieke sfeer die even robuust en elegant, geometrisch en exotisch, blits en eclectisch is als de stijl uit het interbellum die we art deco noemen. Misschien was het resultaat de bouwheer inderdaad bevallen, maar het hedendaagse publiek van de Villa is alleszins laaiend. Flamboyant is er de best bezochte expo tot nu toe. Historische reconstructies doen het nu eenmaal goed, zelfs als ze - zoals in dit geval - volledig gefantaseerd zijn. Het succes ligt in het onderdompelingseffect: opgenomen worden in de levenssfeer van de ondernemende, modieuze elite uit het interbellum (1920-1939), een bloeitijd van de interdisciplinaire creatie tussen twee wereldvernietigende oorlogen in. Louma Salamé, algemeen directeur van de Boghossianstichting die Villa Empain beheert, ging als curator van de expo Flamboyant even zorgvuldig te werk als de grote ensembliers van de art-decostijl die het behangpapier en de meubelen, de vloerbekleding, de vazen en de schilderijen in een woonruimte tot een volmaakte eenheid wilden brengen. Het geheel van het tiental ingerichte kamers in Villa Empain doet me een beetje denken aan een XL-versie van het Van Buuren Museum in Ukkel. Dat is wellicht 's lands gaafst bewaard gebleven, gemeubileerde en publiek toegankelijke art-decowoning, nog geheel ingericht zoals Alice van Buuren ze bij haar dood in 1973 had nagelaten. Zelfs in de keuze van de schilders zijn er frappante gelijkenissen. David van Buuren was de mecenas van Gustave Van de Woestyne uit de Eerste Latemse School, een ietwat mystiek aangelegde kunstenaar die nu ook zijn opwachting maakt in Villa Empain: in de grote salon met het intimistische doek De hof van Sint-Agnes en in de kinderkamer met De kleine annunciatie. Van ver dacht ik ook zijn hand te herkennen in het schilderij boven het buffet in de eetkamer. Het bleek echter het Portret van de kinderen van Y. Peters door Rodolphe Strebelle te zijn. Ik had er een gelijkenis in gezien met het prachtige portret dat Van de Woestyne maakte van zijn eigen kinderen, verenigd rond de eettafel, gezien vanuit de hoogte. Maar dat hangt natuurlijk in het Van Buuren Museum. De curator haast zich om te zeggen dat ze lang niet alleen daar leentjebuur speelde. Voor Flamboyant ging ze snuisteren in de collecties van het Museum van Elsene, het Brussels Speelgoedmuseum, het Cauchiehuis, het Autriquehuis en vele andere. Fluitend van bewondering laat ik Louma Salamé voorgaan in de met nachtelijke kleuren en een flamboyant floraal motief behangen Rookkamer de Oase. Afrikaanse objecten en een tijgervel matchen er met twee zetels en een tafel, ontworpen door beeldhouwer Oscar Jespers. Een ereplaats aan de wand is bezet door een mysterieus schilderij van een gesluierde vrouw, staande in een bos. Het blijkt van de hand van Kees Van Dongen, modernist van het eerste uur en kennelijk eveneens een adept van oriëntaalse sferen. Ik bedenk dat ook het museum Van Buuren een schitterend vrouwenportret van Van Dongen bezat, La Penseuse, tot het in 2013 werd gestolen en vervangen door een kopie. Ik bespaar de curator mijn zwarte gedachte en stel haar voor om in dit escapistische decor een rokertje op te steken, zij aan zij in de stoelen van Jespers, onder een echte Van Dongen. Echt flamboyant.?