Een moment van verstrooidheid en men staat op het verkeerde been: Pieter Bruegel zelf was geen prentenmaker. Voor de Antwerpse uitgever Hieronymus Cock maakte hij fameuze ontwerptekeningen, door anderen omgezet in etsen en gravures die in hoge oplages werden verspreid. De gebroeders Joannes en Lucas van Doetecum bekommerden zich om zijn panoramische landschappen, een mix van Italiaanse bergen en Brabantse boerderijen. Pieter van der Heyden ontfermde zich over zijn reeksen met de zeven hoofdzonden, de deugden en de vier seizoenen. In het midden van de zestiende eeuw was de prentkunst duidelijk de kinderschoenen ontgroeid. Enkele uitgevers in de bloeiende handelsmetropool aan de Schelde - behalve Cock ook Hans Liefrinck, Philips Galle of Gerard de Jode - ston...

Een moment van verstrooidheid en men staat op het verkeerde been: Pieter Bruegel zelf was geen prentenmaker. Voor de Antwerpse uitgever Hieronymus Cock maakte hij fameuze ontwerptekeningen, door anderen omgezet in etsen en gravures die in hoge oplages werden verspreid. De gebroeders Joannes en Lucas van Doetecum bekommerden zich om zijn panoramische landschappen, een mix van Italiaanse bergen en Brabantse boerderijen. Pieter van der Heyden ontfermde zich over zijn reeksen met de zeven hoofdzonden, de deugden en de vier seizoenen. In het midden van de zestiende eeuw was de prentkunst duidelijk de kinderschoenen ontgroeid. Enkele uitgevers in de bloeiende handelsmetropool aan de Schelde - behalve Cock ook Hans Liefrinck, Philips Galle of Gerard de Jode - stonden aan de Europese top. Dus, jawel, ook op het verkeerde been valt er heel wat Bruegel te savoureren op de expo in Bozar met 16e-eeuwse Antwerpse prenten, bewaard in het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek in Brussel. In Bruegels wereld, hier ook schitterend geëvoceerd in een video-installatie van Antoine Roegiers, zit van alles: figuurtjes ontsproten uit een volkse verbeelding en vertelzucht, de visionair-apocalyptische geest van de laatmiddeleeuwse doemdenker Bosch, alsook de stijl en de geest van een nieuwe tijd, de renaissance. Uit de gravures van Van der Heyden blijkt dat allemaal. De schone deugd van Het Geduld wordt in een overvol tableau allegorisch voorgesteld als een kleine brave maagd, een zoutpilaartje haast, verloren in een opeenstapeling van de meest afzichtelijke creaturen. Wat een contrast met de prent van de Zomer, een uitgekiende compositie van een akker met levensechte mensen in volle beweging. Een genietende en een werkende boer op de voorgrond, de ene in voor-, de andere in achteraanzicht; in het midden nijvere boertjes op de weg die het landschap in tweeën splijt, met links in de heuvels een dorp en rechts de oppers in het hooiland, beschenen door de zon. Er is geen vuiltje aan de lucht. Onthoofdingen, brandstapels, galgen en folterpraktijken waren nochtans schering en inslag in de Spaanse Nederlanden tijdens de eeuw van Bruegel. De vorsten en de katholieke kerk wilden op die manier korte metten maken met al wat rook naar protestantisme en een opstandige geest. Louis-Paul Boon mag de eindeloze reeks gruweldaden zwaar in de verf hebben gezet in zijn Geuzenboek (1979), in de 16e-eeuwse productie van prenten met artistieke ambities lijken ze zelden aan bod te zijn gekomen. De tenoren werkten dan ook in opdracht van de machtigen. Bruegel, hij weer, had nochtans een oog voor dat soort dingen. Zo maakte hij een tekening, Justitia, waarin alle manieren om mensen te martelen en ter dood te brengen op één beeld verenigd zijn, onder het mom van de rechtvaardigheid. De gravure die Philips Galle ernaar maakte, ware op zijn plaats geweest op de expo. De Prenten in de eeuwvan Bruegel bestaan evenwel niet louter uit fraaie landschappen, architecturale en ornamentele vormen, reisindrukken, volkse en religieuze taferelen, lessen moraal. Met portretten van de beruchte wederdoper Jan van Leiden, de doortrapte kardinaal Granvelle en de bedachtzame Willem De Zwijger tekenen enkele hoofdactoren van deze bewogen tijd present. Het kapittel oorlog en crisis valt wat magertjes uit, maar de satirische prenten mogen er zijn: een Spaans bordeel, een smerig huishouden, een Mosselschuyte vol kwelende snoeshanen, een stel leeglopers op een Blau Schuyte, onderweg naar het paradijs der zotten. Het tafereel is geïnspireerd op het boek Der Sotten Schip van Sebastian Brandt, uitgegeven door Marie Ancxt, weduwe van de wegens ketterij onthoofde uitgever Jacob van Liesvelt.