Vlaamser dan hij kan een schilder bezwaarlijk geweest zijn, maar slechts een fractie van de zowat veertig schilderijen die hij heeft nagelaten is in vaderlandse handen. De Habsburgers kaapten het leeuwendeel weg, zodat het Kunsthistorisches Museum in Wenen met twaalf stuks de grootste verzameling paneelschilderijen van Pieter Bruegel (1525?-1569) bezit. Om een omvattende tentoonstelling te kunnen maken was Wenen evenwel aangewezen op samenwerking met andere grote en kleine Europese huizen. Meesterwerken als De triomf van de dood uit het Prado en het pas gerestaureerde Dulle Griet uit het Antwerpse Museum Mayer van den Bergh maken vanaf 2 oktober hun opwachting in de Oostenrijkse hoofdstad. Het 450e sterfjaar van de Brabantse meest...

Vlaamser dan hij kan een schilder bezwaarlijk geweest zijn, maar slechts een fractie van de zowat veertig schilderijen die hij heeft nagelaten is in vaderlandse handen. De Habsburgers kaapten het leeuwendeel weg, zodat het Kunsthistorisches Museum in Wenen met twaalf stuks de grootste verzameling paneelschilderijen van Pieter Bruegel (1525?-1569) bezit. Om een omvattende tentoonstelling te kunnen maken was Wenen evenwel aangewezen op samenwerking met andere grote en kleine Europese huizen. Meesterwerken als De triomf van de dood uit het Prado en het pas gerestaureerde Dulle Griet uit het Antwerpse Museum Mayer van den Bergh maken vanaf 2 oktober hun opwachting in de Oostenrijkse hoofdstad. Het 450e sterfjaar van de Brabantse meester (1525?-1569) zal niet onopgemerkt blijven. Ook de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten (KMSKB) in Brussel laten zich niet onbetuigd. Ze zijn in Wenen present met een alleraardigst Winterlandschap met schaatsers en vogelknip, het meest gekopieerde schilderij van Bruegel, en een goddelijke tekening, Prudencia (voorzichtigheid), uit de reeks van de zeven deugden. Een ander wintertafereel, de Volkstelling te Bethlehem, en ook de Boschiaanse Val der opstandige engelen mogen wegens de broze staat van de panelen niet reizen. Lange tijd dacht Brussel een vijfde meesterwerk te bezitten, het iconische Val van Icarus, tot bleek dat het originele doek te jong is om door Bruegel beschilderd te kunnen zijn. Vermoedelijk gaat het om een vroege kopie naar een verloren gegaan origineel. Wenen bleek niet geïnteresseerd om het te exposeren, maar vroeg wel een ander kwestieus werk op: de Aanbidding der wijzen is een schildering van het vrij zeldzame Tuchlein-type (temperaverf op linnen). De restauratieafdeling van de KMSKB stelde evenwel haar veto: te delicaat. De grote Rubenszaal (!) van de KMSKB vormde het decor voor de prelancering van het Bruegeljaar. Hoofdcurator Sellink presenteerde er de Weense expo als een researchproject: een grondig onderzoek naar de materiële kwaliteit van de werken en het creatieve proces. Dat leverde alvast een nieuwe toekenning op. Had Sellink het in de oeuvrecatalogus (2007) in verband met het Gezicht op de Baai van Napels nog over 'stroeve penseelstreken en een zwak uitgevoerde achtergrond', dan deed het recente materiële onderzoek van het schilderij hem toch bijdraaien. Tine Meganck, onderzoekster bij de KMSKB, boog zich over de Volkstelling te Bethlehem. Nu het paneel in Brussel blijft, kan iedereen er rustig de vruchten van haar kunsthistorische research aflezen op het schilderij zelf. In haar bijdrage voor het nieuwe boek Bruegels wintertaferelen (Mercatorfonds) verklaart ze hoe Bruegels voorstelling van de volkstelling in het Bijbelse Bethlehem tegelijk een cijnsinning in het zestiende-eeuwse Brabant is. De fraaie hoeve op de achtergrond kon gelokaliseerd worden in Wijnegem, en behoorde toe aan de financier Jan Vleminck. In 1566, het jaar waarin het paneel geschilderd werd, verwierf hij het recht om cijns te heffen op zijn gronden. Dat gebeurde in de lokale herberg. Vleminck moet de opdrachtgever voor het schilderij zijn geweest, veronderstelt Meganck. Zo zag hij zijn verheffing tot 'heer van Wijnegem' vereeuwigd. Onder de toestromende cijnsplichtigen in de sneeuw herkennen we de timmerman Jozef en zijn hoogzwangere vrouw Maria, aan wie de toegang tot de herberg zou worden ontzegd.