Nadat de vrijmetselaars er hun tempel hadden ontruimd, bleef een geblokt logehuis in Elsene gewoon 'La Loge' heten, eerst als architectuurarchief en later als ruimte voor tentoonstellingen. Het is ook een passende naam voor de vzw die in het huis een brede, 'verlichte' kijk op kunst en architectuur levend houdt, in het verlengde van het avant-garde-erfgoed in de hoofdstad: de kruisbestuiving tussen de disciplines.
...

Nadat de vrijmetselaars er hun tempel hadden ontruimd, bleef een geblokt logehuis in Elsene gewoon 'La Loge' heten, eerst als architectuurarchief en later als ruimte voor tentoonstellingen. Het is ook een passende naam voor de vzw die in het huis een brede, 'verlichte' kijk op kunst en architectuur levend houdt, in het verlengde van het avant-garde-erfgoed in de hoofdstad: de kruisbestuiving tussen de disciplines. La Loge dook onlangs in de archieven, nagelaten door Akarova (geboren als Marguerite Arcin, 1904-1999). In de jaren van het interbellum creëerde en beoefende ze haar eigen avant-gardedans, ontwierp ze kostuums en decors en maakte ze er tekeningen en sculpturen bij - alles in de geest van de totaalkunst, met sterke impulsen uit de moderne muziek en de architectuur. De expo biedt overvloedig documentatie over Akarova's oeuvre en de kringen waarin ze verkeerde: de geometrisch-abstracte schilder Marcel-Louis Baugniet, korte tijd haar echtgenoot; architect Henry Van de Velde, die haar als leerkracht aantrok in de progressieve kunstschool La Cambre; architect Jean-Jules Eggericx, die een op haar maat gesneden theaterzaaltje bouwde. Het jammere is dat er van het werk van een kunstenares voor wie alles draaide om beweging geen bewegende beelden zijn bewaard - zelfs niet op YouTube. Daarom is de korte stille film van Jurgen Persijn en Ana Torfs (1989) over de dag die ze met de 85-jarige Akarova in haar honk doorbrachten zo'n zeldzaam document. Er komt geen klank uit haar piano, noch uit de kelen van de kinderen aan wie ze zangles geeft. Zelfs haar eigen stemgeluid, wanneer ze haar gasten in haar kleine universum binnenleidt, is weggelaten. Er is alleen een ritme, hortend en expressief, dat de innerlijke dynamiek van Akarova laat spreken. Eenzelfde dwingend ritme lokte Lili Dujourie uit toen ze drie strak gecomponeerde Stillevens van gescheurde papierstroken in zwart, rood, grijs en oranje naast elkaar aan de muur hing. Ze doen denken aan collages uit de vroegste avant-garde. Die stillevens en de film Een dag met Madame Akarova vormen de link tussen enkele tentoongestelde spullen van Akarova - een stuk decor en een kostuum uit Rhapsody in Blue van Gershwin, werken op papier, een angstaanjagende stenen kop van de duivel naar een masker uit The Soldier's Tale van Igor Stravinsky - en dertien nieuwe werken door vijf vrouwelijke kunstenaars, gemaakt in opdracht van La Loge voor de expo Voici des fleurs, die de geest van Akarova moet doen herleven. Leen Voet interpreteerde met veel gevoel de beschrijvingen die Akarova van haar eigen theaterzaal naliet, en presenteert vier tekeningen waarin ze veelkleurig vibrerende lijnen uit een stralende bühne uitstuurt in een open ruimte (Marguerite). Anderen veroorloofden zich meer vrijheid. Caroline Mesquita voert in een video haar onschuldige metalen sculpturen op als moordmachines. Anne Hardy toont een digitaal geprojecteerde choreografie voor behekste objecten. De bijdrage van Pauline Curnier Jardin is een aandoenlijk gebricoleerd totaaltheatertje (Solo pour Geneviève). Zwarte coulissen, bezet met fonkelende pailletten, evoceren een fauna en flora die passen bij het verhaal van twee slakken die naar de begrafenis van dode herfstblaadjes gaan, en pas aankomen tegen de lente wanneer de blaadjes weer springlevend zijn. De allegorie wint aan betekenis wanneer op het scherm in het midden van de bühne de oude grootmoeder van Curnier Jardin uit haar stoel verrijst, met een verheerlijkte glimlach een levenslied uit haar jeugd beluistert en er voorzichtig op meebeweegt. Het had Akarova kunnen zijn. Dat is het eigenlijk ook.