Hoe aanlokkelijk beelden van een exotisch strand ook zijn, er echt zijn voelt in principe beter aan. Hoe fraai gedrukt ook, reproducties van een schilderij vallen in het niet bij de echte kleuren, penseelstreken, materie, dimensies en textuur. Bij een tekening ligt het een beetje anders. De drager bestaat uit papier, net zoals de bladzijde in het boek waarin ze staat afgedrukt. En vaak verschillen de afmetingen van de gedrukte en de originele tekening niet veel. Soms gaat het mis, wanneer papier in het boek zo glanst dat reflecties het zicht belemmeren en de tekening van het blad roetsjt.
...

Hoe aanlokkelijk beelden van een exotisch strand ook zijn, er echt zijn voelt in principe beter aan. Hoe fraai gedrukt ook, reproducties van een schilderij vallen in het niet bij de echte kleuren, penseelstreken, materie, dimensies en textuur. Bij een tekening ligt het een beetje anders. De drager bestaat uit papier, net zoals de bladzijde in het boek waarin ze staat afgedrukt. En vaak verschillen de afmetingen van de gedrukte en de originele tekening niet veel. Soms gaat het mis, wanneer papier in het boek zo glanst dat reflecties het zicht belemmeren en de tekening van het blad roetsjt. Het was voor ons een paradoxale prikkel om de expo Watteau in het Haarlemse Teylers Museum te bezoeken: het vermoeden dat het verschil in kwaliteit tussen gedrukte en originele tekening weleens bijzonder klein zou kunnen uitvallen. Als dat inderdaad het geval zou blijken, was de verplaatsing naar Nederland dan wel nodig geweest? Had het volstaan om thuis de haarfijne reproducties in het boek Watteau (uitgeverij Thoth) te bewonderen? De eerste indruk in het museum voedde de twijfel. Tekeningen verdragen alleen gedempt licht, anders gaan ze kapot. Als ze dan ook nog achter glas zitten, komt het contact met de kijker maar langzaam tot stand. Maar met de gewenning aan het halfduister trad ook het gevoel in dat je iets doorleefds, iets resistents meemaakte, dat er iets unieks was aan het papier en de rode krijttrekken waarmee iemand driehonderd jaar geleden figuren, gezichten en subtiele emoties tot leven had gebracht. Heus niet altijd meer zo haarscherp als in het boek, zo leek het. Vergelijk de magistrale Drie Vrouwenhoofden: minder geprononceerd, iets brozer en poreuzer in het echt, meer gelijkend op alles wat leeft en verslijt, gelukkig langzaam, door de zorg van conservatoren. Jean-Antoine Watteau (1684-1721) groeide op in twee culturen. De zoon van een dakdekker en handelaar in bouwmaterialen was een Fransman omdat Lodewijk XIV in 1656 zijn vaderstad Valenciennes had ingenomen, maar eigenlijk was hij nog een halve Vlaming die zich op eigen houtje vertrouwd maakte met de kunst van Rubens, Van Dyck en Teniers. In Parijs kon hij bij een decoratieschilder aan de slag, en daar raakte hij in de ban van muziek en commedia dell'arte. Hij kwam er in contact met een bankier en collectioneur, die hem de Italiaanse landschapsschilderkunst leerde kennen en hem liet rondstruinen in zijn uitgestrekte park ten noorden van de lichtstad. Meer had Watteau niet nodig om een eigen wereld te creëren en de Parijse fine fleur te verleiden met een lichtvoetig dromerige kunst - een verademing na het door en door gereglementeerde academisme onder Lodewijk XIV. Zijn figuren in rood, wit en zwart krijt ademen de zinnelijkheid en de zwier van de Vlaamse barokkunst, maar hij koos ze onder soldaten, straatmuzikanten, Perzen op doorreis en gewone modellen die hij eigenhandig opdofte om eruit te zien als acteurs van het commedia dell'arte. Hij kon uit een indrukwekkende voorraad getekende figuren en poses kiezen om ze samen te brengen op schilderijen, waarop ze in weelderige parken musiceren, acteren en lichtelijk intrigeren ter wille van de liefde. Zo werd Watteau de uitvinder van de fêtes galantes in prerococostijl. Het heeft er sterk de schijn van dat hij voor zijn tableaus geen uitgewerkte compositieschema's gebruikte, maar schoof met afzonderlijke figuren uit zijn kist, tot ze een tafereeltje vormden. In het bekendste geval een groep die aan de waterkant staat te wachten om in te schepen naar een eiland van de vrije liefde (L'embarquement pour Cythère). Meer actie zou de intieme sfeer niet ten goede gekomen zijn.? Tot 14 mei. Door Jan BraetWatteau dofte zijn modellen eigenhandig op en tekende ze met de zwier van de Vlaamse barok.