HUGO METTEPENNINGEN
...

HUGO METTEPENNINGEN Hogescholen kunnen hun studenten niet dezelfde dienstverlening aanbieden als de universiteiten, zegt Hugo Mettepenningen, secretaris-generaal van het Vlaams Verbond van het Katholiek Hoger Onderwijs. Dat VVKHO organiseerde een pluralistische Staten-Generaal waaraan 29 Vlaamse hogescholen deelnamen.?De term sociale toelagen voor universiteiten of hogescholen is misleidend. Het gaat om sociale toelagen voor studenten. En die hebben dezelfde noden, of ze nu aan een universiteit of hogeschool studeren. Universiteiten krijgen sinds 37 jaar sociale toelagen, de hogescholen sinds drie jaar. Universiteiten krijgen 9.544 frank per student per academiejaar, hogescholen 3.188 frank. De universiteiten bouwden in de loop der jaren een heel netwerk van voorzieningen uit : restaurants, huisvesting, sociale dienstverlening zoals studiefinanciering, jobdiensten, plaatsingsdiensten. Maar ook alle vormen van dienstverlening in verband met gezondheid, sport, studieadvies en zo meer. Hogescholen konden en kunnen dat niet. Ze vertrekken dus al met een achterstand en hebben zeker niet voldoende geld voor een inhaalbeweging. Er bestaat een niet te verantwoorden ongelijkheid. Zeker als men weet dat het meest recente wetenschappelijk onderzoek erop wijst dat studeren aan een hogeschool even duur, zoniet duurder is dan studeren aan een universiteit. Ik wil die cijfers graag nuanceren, gezien het onderzoek tien jaar oud is. Maar zelfs als de studiekost gelijk is, hebben hogeschoolstudenten het financieel zwaarder omdat de sociale voorzieningen nog niet optimaal uitgebouwd zijn. We worden ook weggestuurd met het argument dat we meer moeten samenwerken met universiteiten. Dat kan in de stedelijke centra waar universiteiten zijn, maar er zijn ook heel wat hogescholen die niet vlakbij een universiteit liggen. Wij pleiten voor een debat gebaseerd op een studiekostenonderzoek, maar ook op een globaal onderzoek naar de beschikbare middelen en naar de studentennoden. Waarom gaan we niet gefaseerd naar een afbouw van dat verschil in toelagen ? Dan kunnen we samen een gemeenschappelijk beleid uitwerken. Samenwerking brengt alle partijen voordeel en bevordert de democratisering van het onderwijs.? LUC VAN DEN BOSSCHE Vlaams minister van Onderwijs Luc Van den Bossche (SP) wijst op de geleverde inspanningen. Vier jaar geleden waren er geen sociale toelagen voor hogeschoolstudenten ; sinds drie jaar krijgen ze 3.188 frank per jaar en per student. Op het budget van de Vlaamse overheid is dat goed voor ruim 280 miljoen frank.?Sociale toelagen zijn er in principe om het hoger onderwijs voor iedereen toegankelijk te maken. Het is, naast de studietoelage en de bij ons relatief lage inschrijvingsgelden, een instrument in de democratisering van het onderwijs. Ik geef toe dat de hogescholen een achterstand dienen in te lopen. De allereerste eis voor een sociale toelage in het toenmalige niet-universitair hoger onderwijs werd door de Vereniging van Vlaamse Studenten goedgekeurd, eind van de jaren zestig. Die achterstand inhalen, zal het voorwerp moeten uitmaken van een meerjarenprogramma, gebaseerd op concrete analyses. Dat vraagt tijd, want hoewel sommige hogescholen een correcte besteding van sociale toelagen voorleggen, stel ik vast dat ze niet allemaal op een verantwoorde manier omgaan met de sociale toelagen voor studenten. Nog al te vaak wordt het geld besteed aan louter lineaire maatregelen. In een aantal gevallen hebben de VZW's zelfs het geld besteed aan aankopen die gewoon behoren tot de uitrusting van de hogescholen. Ook de besteding van de inschrijvingsgelden zal het voorwerp moeten zijn van deze analyse. Bij een eventuele uitbreiding van de middelen zullen we er moeten rekening mee houden dat de uitdagingen verschillen per hogeschool. Een lineaire gelijkheid komt niet altijd overeen met een reële gelijkheid. Hogescholen in de nabijheid van een universiteit kunnen akkoorden afsluiten, bijvoorbeeld inzake maaltijdvoorzieningen, studentenartsen en sociale voorzieningen. Ik zal volgend jaar mijn commissarissen vragen een analyse te maken van de aanwending van de middelen in de sociale sector en na te gaan of er in boekhoudkundig opzicht enige verbetering merkbaar is. Als dat in orde is, zullen we een evolutie moeten starten, rekening houdend met een mogelijke samenwerking tussen hogescholen en universiteiten. Het uiteindelijke doel is een gelijkwaardige behandeling van alle studenten in het hoger onderwijs.? Opgetekend door Misjoe Verleyen