Ach, vond een krant. Johan Vande Lanotte moet niet zeuren. Hij wil bedrijven verplichten om een minimumaantal mensen van allochtone afkomst in dienst te hebben? Wel, van de meer dan zeventig werknemers op zijn kabinet zijn er maar drie die niet in een Belgisch nest zijn grootgebracht. Dat hij dus eerst voor eigen deur veegt.
...

Ach, vond een krant. Johan Vande Lanotte moet niet zeuren. Hij wil bedrijven verplichten om een minimumaantal mensen van allochtone afkomst in dienst te hebben? Wel, van de meer dan zeventig werknemers op zijn kabinet zijn er maar drie die niet in een Belgisch nest zijn grootgebracht. Dat hij dus eerst voor eigen deur veegt. De minister voor Maatschappelijke Integratie verwachtte wellicht niet op alle banken applaus, toen hij zijn ideetje vorige week in een gesprek met Knack lanceerde. Hij zal ook wel niet zijn geschrokken van de populistische kritiek die hier en daar kon worden opgetekend. De communiqués van partijen zoals de N-VA, het Vlaams Blok en de VLD zullen hem niet hebben verbaasd. Maar ook zijn rode zuster, minister van Arbeid Laurette Onkelinx, zag het niet in de voorgestelde quota zitten. Zij vond dat het in de eerste plaats de mentaliteit is, die moet veranderen. En dat is nu net het probleem: daar is niet in alle gevallen de tijd voor. Het ging Vande Lanotte hierom: mensen die in België willen blijven, moeten worden verplicht om een lastig soort lessenpakket te volgen dat hun integratie moet bevorderen. Als ze dat met goed gevolg doen, zouden ze aan het eind daarvan ook een job moeten kunnen krijgen. Want zonder werk, geen integratie. En zonder integratie doen zich de problemen voor waarvoor we allemaal zo beducht zijn: op maatschappelijk én op politiek vlak. Aangezien allochtonen toch zo moeilijk een baan vinden, moet de wetgever daarbij misschien helpen en werkgevers verplichten om een bepaald quotum van die mensen aan te nemen. Maatregelen van positieve discriminatie op de arbeidsmarkt zijn niet de normale situatie. Ze forceren een ontwikkeling die niet snel genoeg gaat. Als gevolg daarvan kunnen er in de samenleving serieuze spanningen ontstaan. De groeiende populariteit onder jonge moslims van een man als Dyab Abou Jahjah met zijn confronterende uitspraken over integratie, wijst erop dat de overheid ten minste moet nadenken over het probleem. Werk zou veel druk van de ketel kunnen halen. Maar de economische crisis en de opnieuw toenemende werkonzekerheid van jonge Belgen maakt dat het hoe dan ook een delicate evenwichtsoefening wordt. Het is niet zo dat er op dit vlak in België nog niets is gebeurd. Sommige patroonsfederaties vragen hun leden al enkele jaren op vrijwillige basis om voor meer allochtonen op de werkvloer te zorgen. Er waren ooit strenge wetten nodig om de Vlamingen de plaats in het Belgische bestel te geven waarop ze recht hadden. Er zijn in de loop van de jaren tachtig stoeten van maatregelen getroffen om jongeren aan werk te helpen, omdat ze toen anders nooit aan de bak zouden zijn gekomen. Er is aan gedacht om in de openbare dienst quota in te stellen voor mensen met een handicap. Om meer vrouwen in het parlement te krijgen, moeten verkiezingslijsten straks voor de helft uit mensen van een verschillend geslacht bestaan. De samenstelling van de ministerraad zelf is het resultaat van een quotum: afgezien van de eerste minister hebben we evenveel Vlaamse als Franstalige ministers - zo wil het de grondwet. De Verenigde Staten zagen al in het begin van de jaren zestig geen andere mogelijkheid. Om de groeiende kloof in de samenleving een beetje te dichten, beslisten ze om leden van minderheidsgroepen op de arbeidsmarkt voor te trekken. Die politiek blijft omstreden. Het systeem heeft er uiteindelijk weinig mensen gelukkig gemaakt. Johan Vande Lanotte is niet naïef. Hij heeft in de Wetstraat niet bepaald de reputatie van een zachtgekookt ei. Hij staat dezer dagen bovendien voor de zwaarste klus van paars-groen in deze ambtstermijn: de begroting volgend jaar in moeilijke economische tijden uit de rode cijfers houden. Veel mensen die zijn voorstel vorige week zonder veel omhaal van tafel keerden, lazen vermoedelijk niet goed wat hij zei. Dat klonk streng voor wie zich niet de gepaste inspanning getroost om zich in onze samenleving in te passen. Hij toonde zich niet mild. Hij hield geen eenzijdig betoog. Maar het baart hem zorgen dat de integratie van Noord-Afrikaanse en Turkse immigranten nu trager verloopt dan twintig of vijfentwintig jaar geleden. Het is ook niet gemakkelijk. Niet iedereen die Nederlands wil leren, kan dat ook. Het aanbod is niet overal toereikend. In een gesprek in dit nummer klaagt de nieuwe algemeen secretaris Ann Demeulemeester van het ACW erover dat paars-groen zijn eigen actieve welvaartsstaat heeft laten verkommeren. Er werd te weinig vorming aangeboden, te weinig onderwijs. Er was te weinig aandacht voor de sociale economie. Toch kan precies ook die sociale economie een instrument zijn om mensen aan werk te helpen, die anders tussen de plooien vallen. Omdat ze te oud zijn of te weinig geschoold. Of alloch-toon. De minister die daarover gaat, is Johan Vande Lanotte. Hij gaf eigenlijk al te kennen dat het ook niet voor volgend jaar zal zijn. De minister van Begroting kent immers de cijfers. Hubert van Humbeeck