De ondervraging van minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael en minister van Justitie Laurette Onkelinx afgelopen maandag door de verenigde oppositie in de Kamer van Volksvertegenwoordigers behoort tot de klassieke, parlementaire zuiveringsriten.
...

De ondervraging van minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael en minister van Justitie Laurette Onkelinx afgelopen maandag door de verenigde oppositie in de Kamer van Volksvertegenwoordigers behoort tot de klassieke, parlementaire zuiveringsriten. Ministers verantwoordelijk voor een overheidsdienst die in de fout ging, in dit geval de Staatsveiligheid, moeten hierover toelichting verstrekken. De oppositie vraagt daarop het ontslag van de minister. Waarna, als de politieke schade binnen de perken blijft, de meerderheid verklaart vrede te kunnen nemen met de verschafte uitleg en bijgevolg het vertrouwen in de door de oppositie belaagde minister(s) bewaart. Zoals verwacht werd, hebben Onkelinx en Dewael het vragenvuur over de verdwijning van de Turkse terroriste Fehriye Erdal politiek overleefd. Of dat op termijn ook de beste oplossing is voor de betrokken ministers, valt te betwijfelen. Vooral Patrick Dewael, die even de indruk wekte zijn sneeuwpret niet te willen opofferen om de klopjacht op de ondergedoken Erdal te leiden, komt, zelfs in de eigen VLD, gehavend uit de schors. Ook al omdat de media al hun aandacht op de après-ski van de minister toespitsten. Belangrijker evenwel is de vaststelling dat het dossier-Erdal en dat van terreurorganisatie DHKP-C al jaren erbarmelijk slecht wordt aangepakt door de paarse regering. Vooral de verantwoordelijkheid van Marc Verwilghen, nu minister van Economie maar in de vorige regering minister van Justitie, is in deze affaire verpletterend. Want op geen enkel moment heeft de minister, een partijgenoot van Patrick Dewael, een ernstige poging ondernomen om Erdals organisatie in België te ontmantelen. Het wapentuig, de elektronische apparatuur, de gruwelfoto's en de documenten die in september 1999 in Duinbergen werden gevonden bij de arrestatie van Erdal en haar compagnons, lieten er nochtans geen twijfel over bestaan dat het hier om een voor de veiligheid van de staat bedreigende organisatie ging. Uit de documenten bleek dat de organisatie al jaren actief was en aan de Belgische kust, veelal in de buurt van de Nederlandse grens, schuilappartementen huurde. In 1997 al was de Staatsveiligheid door Duitse inlichtingendiensten gewaarschuwd dat de DHKP-C haar activiteiten naar België had verlegd. Zowel in Duitsland als in het Verenigd Koninkrijk werd de DHKP-C verboden. Tussen de moord op de Turkse zakenman Ozdemir Sabanci en de uitspraak vorige week in het proces in Brugge, was de organisatie verantwoordelijk voor ruim zestig moord- en bomaanslagen, onder meer tegen de NAVO, toch een organisatie waarvan ons land, of we dat nu aangenaam vinden of niet, nog altijd lid is. Elke poging om Erdal in België te berechten voor de moord op Sabanci en diens twee medewerkers werd door minister Verwilghen, met de hulp van bevriende magistraten, vakkundig afgeblokt. Er zijn tal van aanwijzingen dat de DHKP-C in België en Nederland door afpersing en trafieken allerhande de ondernemingen van haar moordenaars en bommenleggers in Turkije financierde. Niemand heeft ooit onderzocht waarvan Fehriye Erdal in België leefde. De aanvoerder van de terreurbeweging, Musa Asoglu, die afgelopen week maandag Erdal hielp te ontkomen, werd in al die jaren op geen enkel moment door de Belgische politie of door terreurbestrijders verontrust en kon zonder noemenswaardige hinder tussen Nederland en België pendelen om de DHKP-C-activiteiten te leiden. De enige die in deze kwestie zijn verantwoordelijkheid opnam, was de Dendermondse rechter Freddy Troch, die nadat de Brugse rechters uit angst voor de terreurorganisatie allerlei uitvluchten hadden gezocht om niet te moeten zetelen, het proces ging voorzitten en de DHKP-C-beklaagden tot de maximumstraffen veroordeelde. De nonchalance van de opeenvolgende paarse regeringen, die na de aanslagen van 11 september 2001 hadden gezworen werk te zullen maken van de terreurbestrijding, is ademstokkend. Maar wat een kordaatheid in het optreden tegen asielzoekers. Momenteel worden, verspreid over het hele land, duizenden kinderen in asielcentra vastgehouden. Zelfs in het gesloten centrum 127-bis in Steenokkerzeel werden de voorbije maanden ruim vijftig kinderen geteld. Allemaal opgesloten, want een bedreiging voor de Belgische samenleving. Rik Van Cauwelaert