'Toen ik vijftien was, dacht ik: boeren zal ik nooit doen. Een uitgemaakte zaak. Misschien wel een toegeving. Veel keuze had ik trouwens niet. Ik was enig kind, mijn vader had een kleine boerderij die hij zelf had opgestart en die hij nooit had uitgebreid of gemoderniseerd. Een paard en een kar, dat waren onze werktuigen. We hadden zeugen en koeien, ik kende ze één voor één. Ons bedrijf was niet bedoeld om te blijven voortbestaan. Dus ging ik naar school en leerde ik een vak.'
...

'Toen ik vijftien was, dacht ik: boeren zal ik nooit doen. Een uitgemaakte zaak. Misschien wel een toegeving. Veel keuze had ik trouwens niet. Ik was enig kind, mijn vader had een kleine boerderij die hij zelf had opgestart en die hij nooit had uitgebreid of gemoderniseerd. Een paard en een kar, dat waren onze werktuigen. We hadden zeugen en koeien, ik kende ze één voor één. Ons bedrijf was niet bedoeld om te blijven voortbestaan. Dus ging ik naar school en leerde ik een vak.''Je moet echt boer willen zijn om vandaag te volharden. Maar ik ben getrouwd met een boer, en meteen stond ik wéér op de boerderij. Enkele jaren lang werkte ik buitenshuis. Maar de drang om te boeren was te groot. Of de boerenstiel veranderd is? En of! Tot mijn grote spijt heb ik die omwenteling stap voor stap moeten volgen. De zeugen zitten bijvoorbeeld in de computer, we zijn daar vorig jaar mee begonnen. We houden 90 zeugen en 92 runderen, waarvan 28 melkkoeien en een deel jongvee. We hebben een kleine, familiale boerderij. Geloof me, de boerenstiel is omgevormd. Mijn vader en mijn moeder heb ik nooit zien schrijven. Nu staat alles op papier en zijn er overal normen en quota voor. Melk bijvoorbeeld: tot de jaren tachtig leverde mijn vader zoveel hij maar wou. Toen beperkten ze de hoeveelheid. Maar je kon tenminste nog bieden. Je stapte naar je buurman en vroeg: ik heb hier zoveel geld, hoeveel rechten kan ik daarmee van u afkopen? Nu mag bieden gewoon niet meer. Oké, je kan wel liters uit de pot van de staat bijkopen. Als er veel boeren zijn die stoppen, dan is dat een grote pot. Zijn er maar weinigen, dan valt er niet veel bij te kopen. Iedereen krijgt sowieso evenveel. Jonge boeren krijgen wel iets meer leveringsrechten dan oudere. Maar meer produceren, betekent meer investeren. Je moet het nog allemaal kunnen afbetalen ook.' 'Zie je die derde rosse koe in de rij? Dat is een melkvleeskoe, onze beste melkkoe. Ik weet het, onze koeien staan gebonden. Ik had het ook liever anders gehad. Maar we kunnen of we mogen niet bijbouwen. Ook al zouden we meer koeien willen kopen, we hebben geen plaats. Onze boerderij is zonevreemd en ligt in een natuurgebied. Uitbreiden hebben we dus nooit gedaan. We willen trouwens niet meer dieren, er zijn al problemen genoeg. Als alle boeren er zo over hadden gedacht... Maar de boeren werden opgefokt. Om almaar meer te investeren, almaar betere installaties en grotere stallen te bouwen. Vooral bij de varkenskwekers heeft die grootschaligheid zich doorgezet. Nu is er vooral sprake van afbouw, ook Vera heeft dat al verschillende keren benadrukt. Want daar heb je ook het grootste mestprobleem.' 'Al is het mestprobleem een probleem van iedereen. De mestbanken brachten stapels papierwerk en massa's normen mee, die steeds weer werden aangepast. Nu draait alles bijvoorbeeld rond de nutriëntenhalte en is het voor de boeren zoeken naar bijkomende lappen grond om mest te kunnen afzetten. Maar de grond raakt overal bezet. De grote meelfabrieken gooien er grof geld tegenaan, de kleine boer staat in de kou. Voorlopig hebben wij nog afzetmogelijkheden, maar dat geldt niet voor iedereen.' 'Toch willen we verder boeren. Sinds de dioxinecrisis zijn we daar meer dan ooit van overtuigd. Zelfs onze spaarcenten moesten er toen aan geloven om onze biggen te kunnen voeren. Voor die biggen kregen we dan 600 tot 700 frank, tegenover 1900 frank vandaag. Als we ze al op tijd verkocht kregen, waren ze te zwaar en moesten we ze tegen een lagere prijs van de hand doen. Meer dan eens hebben we toen gedacht dat het gedaan was met de boerderij.' 'Dat hoofdstuk is nu afgesloten. We hebben een schadevergoeding gekregen, al is de put daarmee niet helemaal gevuld. Maar nu is er weer de angst voor de gekkekoeienziekte. Je ziet je dieren kerngezond vertrekken. Maar als ze worden getest, kan jouw dier erbij zijn. De prijs van het vlees is al gezakt: we krijgen dertig frank per kilo minder. Natuurlijk krijgen de boeren subsidies, maar dat is een ander debat. Ik zie dat mijn tweede zoon ook echt een boerenhart heeft en ik hoop dat hij zijn droom zal kunnen waarmaken, als hij dat wil. Ik zou het jammer vinden als de landbouw in Vlaanderen zou uitsterven. Voor de kwaliteit van het voedsel moeten ze de landbouw niet wegwensen. Zeker niet die op kleine schaal.' INGRID VAN DAELE