Elk jaar sterft een dozijn fietsers onder de wielen van een vrachtwagen die rechts afslaat en hen de bocht afsnijdt. De vrachtwagenchauffeur merkt hen namelijk niet op omdat ze daar in een zogeheten dode hoek verborgen zitten. Een vrachtwagen is nu eenmaal groot en log. Tragisch, geen kwaad opzet, nee, maar verantwoordelijkheid, dat wel natuurlijk. Daar is gelukkig een oplossing voor, de zogeheten dobli-spiegel. Die kost ergens rond de 18.000 frank, toch niet zo verschrikkelijk in vergelijking met de investering die een vrac...

Elk jaar sterft een dozijn fietsers onder de wielen van een vrachtwagen die rechts afslaat en hen de bocht afsnijdt. De vrachtwagenchauffeur merkt hen namelijk niet op omdat ze daar in een zogeheten dode hoek verborgen zitten. Een vrachtwagen is nu eenmaal groot en log. Tragisch, geen kwaad opzet, nee, maar verantwoordelijkheid, dat wel natuurlijk. Daar is gelukkig een oplossing voor, de zogeheten dobli-spiegel. Die kost ergens rond de 18.000 frank, toch niet zo verschrikkelijk in vergelijking met de investering die een vrachtwagen vergt. En wie wil daarop beknibbelen als er een dozijn levens mee kunnen worden gered en een veelvoud daarvan aan gewonden kan worden voorkomen? Wie daarop wil beknibbelen? De transportsector. Die vindt die spiegels te duur, en dus een scheeftrekking van de concurrentie. De regering moet dat maar verplichten - en subsidiëren. En wat dat verplichten betreft, opdat dus voorkoombare ongelukken zouden uitblijven, wel, Ecolo-Verkeersminister Isabelle Durant vindt dat Europa dat maar moet doen. Ze heeft dat vorig jaar al eens gezegd, maar sinds ze de camionneurs vorige zomer op haar dak kreeg, is ze nog minder geneigd om hen tegen de haren in te strijken. De morele kant aan deze zaak is wel duidelijk. Er is ook een politiek aspect aan. Dat heeft te maken met de neiging om verantwoordelijkheden af te wentelen op de gemeenschap, omdat men niet bereid is de consument, de klant, de reële prijs van goederen en diensten te laten betalen. De afschrijving van een dobli-spiegel bijvoorbeeld, zoals ook de milieukosten van tal van economische activiteiten haast nooit worden aangerekend aan wie die veroorzaakt. Of neem het verbod om nog langer diermeel in het veevoeder te mengen. Kunnen wij niet betalen, zegt de vleessector, moet de overheid maar doen. Nochtans, kwaliteit heeft zijn prijs, veiligheid ook. En moet dan iedereen, de lage inkomens inbegrepen, via de belastingen voor die nu nog niet ingecalculeerde extra kosten (2 à 3 procent) opdraaien in naam van de solidariteit? (Tenslotte is vlees zeer lang een luxeproduct gebleven.) Of is het alleen een zaak van prijsconcurrentie tussen inlands vlees en de eventueel goedkopere invoer? Even politiek geladen is de neiging om principiële en financiële verantwoordelijkheden te delegeren aan 'Europa', dat kennelijk de kelders volliggen heeft met onuitputtelijke voorraden geld. Arm Europa, als dat geen project meer is maar alleen een verre, anonieme instantie die al wat lastig of duur is moet reglementeren en subsidiëren, omdat de lagere niveaus daar te mak en te gierig voor zijn. En dan achteraf komen klagen dat Europa alleen maar een bureaucratie is. Komaan, voorkomen dat een kindje op weg naar school onder een vrachtwagen wordt verpletterd, mag dat iets kosten?Marc Reynebeau