Het is 1956, en er is nog niemand dik of dood. In de Verenigde Staten worden de eerste langeafstandsraketten geïnstalleerd, Pakistan wordt de eerste islamitische republiek, in Berlijn demonstreren 100.000 mensen voor de Duitse hereniging, Nasser wordt president van Egypte, Eisenhower wint voor de tweede keer de Amerikaanse presidentsverkiezingen, Grace Kelly trouwt met prins Rainier van Monaco, Marilyn Monroe treedt voor de derde keer in het huwelijk, ditmaal met toneelschrijver Arthur Miller, en Martin Luther King roept op tot het boycotten van aparte bussen voor zwarten en blanken in Alabama.
...

Het is 1956, en er is nog niemand dik of dood. In de Verenigde Staten worden de eerste langeafstandsraketten geïnstalleerd, Pakistan wordt de eerste islamitische republiek, in Berlijn demonstreren 100.000 mensen voor de Duitse hereniging, Nasser wordt president van Egypte, Eisenhower wint voor de tweede keer de Amerikaanse presidentsverkiezingen, Grace Kelly trouwt met prins Rainier van Monaco, Marilyn Monroe treedt voor de derde keer in het huwelijk, ditmaal met toneelschrijver Arthur Miller, en Martin Luther King roept op tot het boycotten van aparte bussen voor zwarten en blanken in Alabama. In Den Haag gebeurt niets, als je twaalf jaar bent. Op de katholieke mulo - jongens en meisjes gescheiden - kan de eerste klas worden overgeslagen. 'Als je goed je best doet, kan je hierna misschien wel naar de hbs.' Het enige vertier biedt de conrector, een priester die tijdens de godsdienstles langs zijn lippen likt als ik met mijn te korte rok op de eerste rij zit. De 'uitdagende kleding' wordt mij, na enige berispingen, in combinatie met veelvuldig spijbelen en brutaal gedrag, uiteindelijk fataal. Van de school in de keurige buitenwijk moet ik naar een school in een dubieuze buurt, waar ik toch al woon, dus dat komt goed uit. Mijn smaak op het gebied van kleding - tijger- en luipaardmotieven, glimmende felle kleuren, geile schoenen - heb ik afgekeken van de hoeren in het bordeel van mijn favoriete tante, waar ik regelmatig rondhang. (En waar ik als jonger kind soms stiekem in een peeskamertje onder het bed schoof, om te luisteren naar de belachelijke geluiden en te kijken naar de schoenen die zich vlak voor mijn gezicht bewogen. Opwindende hoge hakken en saaie mannenschoenen.) Op de nieuwe school val ik iets minder uit de toon, maar het fanatisme waarmee ik alle boeken lees die ik te pakken kan krijgen, moet ik voor mijn medeleerlingen compenseren door mee rotzooi te trappen in de buurtbioscoop. Het koffiehuisje van mijn moeder gaat 's morgens om vijf uur open, voor taxichauffeurs, pooiers, stratenmakers en ander ongeregeld goed. Op mijn kamertje boven de zaak ga ik op mijn draagbare plastic pick-up met behulp van Rock around the clock, Tutti Frutti en Be BopA Lula luidruchtig de strijd aan met de favorieten van beneden: Heimweh, van Freddy, en De Begrafenis van Manke Nelis. Want de kiem is gelegd: rock 'n' roll is here to stay. Eindelijk muziek die lichaam en geest voedt, die tart, trekt en trapt. De verlossing is ingezet, maar de verlosser moet nog komen. Op 10 april 1956 wordt de zwarte zanger Nat King Cole aangevallen als hij voor een blank publiek zingt. In diezelfde maand zijn er een miljoen exemplaren verkocht van de eerste officiële door RCA uitgebrachte, single van een blanke zanger die sterk geïnspireerd is door zwarte muziek. Toen ik Heartbreak Hotel voor het eerst hoorde, spleet de hemel zich open en wist ik dat ik nooit meer alleen zou zijn, want aan het eind van Lonely Street, waar hij zó eenzaam was dat hij wel kon sterven, had hij een kamer gevonden waar ik altijd welkom was. Het gevoel ánders te zijn, te kunnen ontsnappen aan je omgeving, grenzen te overschrijden, je wereld te veranderen, dromen na te jagen, bevrijd te zijn (zoals door popcultuurhistoricus Greil Marcus later zo treffend beschreven): dat alles bood de zanger met de prachtige, niet eerder gekende, maar onmiddellijk herkende stem en zijn provocerende, hartberoerende muziek. Zijn verpletterende uiterlijk, de verlangende slaapkamerogen, de sensuele mond, het uitdagende haar, het lenige lijf, worden vervolmaakt door kleren en schoenen die mij bevestigden in mijn goede smaak. En zo werd Elvis Presley mijn grote liefde. *** 'Jaren geleden, toen ik nog op Borneo in het Vredeskorps zat, heb ik een paar maanden op een plek gewoond waar ik niet werd beïnvloed door de zogenaamde beschaafde wereld. Ik zat bij de Poenanstam, een groep pygmeenomaden die door het donkere hart van de jungle trokken en apenhersens aten en wilde zwijnen doodschoten met blaaspijpen. Ik voelde me best op mijn gemak bij zoveel primitief machtsvertoon. Zo eens in de twintig jaar daalde er een westers denkbeeld op die stam neer, als een ronddolende manestraal op zoek naar een geliefde. Hun enige contact met westerse ideeën van welke aard dan ook bestond uit de schaarse ontmoetingen met een verdwaalde missionaris of een gedeserteerde huursoldaat. De enige buitenlandse woorden die in hun onschuldige bruine ogen een glimp van herkenning opwekten, waren Elvis, Jezus en Coca-Cola.' (Uit Elvis, Jezus en Coca-Cola , van Kinky Friedman, 1993.) *** Een mythe moet net zo serieus worden genomen als datgene wat voor de waarheid doorgaat. Beide begrippen zijn onbegrensd en nauwelijks te bevatten. Leeft Elvis? Is er een God? Putten we een belangrijk deel van ons leven niet uit herinneringen en ervaringen die ons gevormd hebben? Waar zouden we zijn als we onze herinneringen aan al dan niet levende geliefden niet af en toe tot gigantische proporties zouden opblazen? Vóór Elvis hadden we alleen Jezus. Niemand heeft kunnen voorzien dat de arme jongen uit Tupelo, Mississippi, die het bracht tot koning, of meer nog, god van de rock-'n-roll, zijn 'voorganger' in mythevorming en verering naar de kroon zou steken. ' I'm not a king. Christ is King. I'm just a singer', zei de godvrezende Elvis, die ook zijn moeder en zijn vaderland hoog in het vaandel had. De perfecte verwezenlijking van de Amerikaanse (en internationale) droom, de definitieve aanzet tot de blijvende waardering en kracht van populaire muziek, het samenvoegen van zwarte en witte muziek; zijn leven vertoonde onmiskenbaar heroïsche trekken. Zijn ondergang en tragische dood maakten hem, ogenschijnlijk tegenstrijdig genoeg, niet alleen tot gewoon mens, maar ook tot mythe. Who wants to live in a world without Elvis? Zegt een Elvis-imitator in de tv-serie Renegade. Over niemand is na zijn dood zoveel geschreven, beweerd, gelogen en gefantaseerd als over Elvis. Er zijn superieure, analytische boeken, van Greil Marcus - Mystery Train en Dead Elvis- en er is de veelgeprezen tweedelige biografie van Peter Guralnick - Last Train to Memphis en Careless Love. Dan bestaan er nog talloze meer of minder geslaagde biografieën, fotoboeken, encyclopedieën en tientallen - misschien wel honderden - boeken met onderwerpen die variëren van zijn eetgewoonten, 'onthullingen' van vrienden en bekenden, tot getuigenissen van mensen die hem na zijn dood gezien hebben, of een boodschap van hem hebben doorgekregen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de vele liedjes en de duizenden artikelen die er over hem zijn geschreven. Niemand wordt zó vaak genoemd in films en televisieseries, al is het maar in een spottende zin als: Ja, ja, en Elvis leeft ook nog. In documentaires en speelfilms duikt hij overal op, als idool of als idioot. Iedereen meent recht te hebben op zijn eigen Elvis. Maar of het nu vakkundige, fictieve of bedenkelijke uitingen zijn, voortgekomen uit de drang tot analyse van een cultuurunicum, uit fascinatie, zelfverheffing of geldzucht; ze getuigen van een geobsedeerdheid die nooit eerder vertoond is. Elvis is overal. *** De jaren negentig. Situatie: een jonge man en een jonge vrouw zitten in een diner (een typisch Amerikaanse snackbar, populair geworden in de jaren vijftig). Ze hebben elkaar net ontmoet. Hij: 'In Jailhouse Rock was hij een echte rockabilly. Gemeen, nors, vals, ruig. Hij zag er zó goed uit. Ik zou hem helemaal willen zijn. Ik ben geen flikker, maar Elvis was knapper dan de meeste mannen. Als ik een vent zou moeten neuken, en mijn leven zou ervan afhangen, dan zou ik Elvis neuken.' Zij: 'Ik ook... Toen hij leefde, niet nu.'(Uit de film True Romance, 1994.) *** 1992. Lora Down is 29 jaar, blond, weegt 175 kilo, en woont in de East Village, in New York. Ze heeft drie sloten op haar deur en de muren van haar appartement zijn behangen met foto's van Elvis. Zijn levensgrote portret hangt op zwart fluweel boven haar bed. Ze heeft geen werk, gaat nauwelijks uit, en draait de hele dag muziek. Van Elvis. Tweemaal per jaar, op zijn geboortedag en op zijn sterfdag, maakt ze een wel heel bijzonder chocolade maïsbrood. Geesten hebben haar het recept ingefluisterd. Als het brood klaar is, zet ze het, nog warm, in het raamkozijn. De zoete geur doet de daklozen op Avenue A watertanden. Ze gaat zitten, kijkt naar zijn foto's, luistert naar zijn muziek, en wacht tot er op de deur geklopt wordt. En als er geklopt wordt, zal Hij het zijn, de King, de man die haar hele leven beheerst, ook al is hij allang dood. Dat laatste weigert ze te geloven, hij houdt zich verborgen, maar er komt een moment dat hij de geur van het chocoladebrood niet meer zal kunnen weerstaan. De man die uiteindelijk meer zijn maag achterna liep dan zijn pik. Want eten was - behalve zijn moeder - zijn eerste en meest duurzame liefde. (Gegevens uit The Life and Cuisine of Elvis Presley, David Adler, 1993.) *** One of the servants of the King ran away a few months ago. She was soon captured by the police and brought back to Graceland. Then, at Elvis's command, her arm was cut off below the elbow and cooked for the King, who ate it in her presence, then ordered that her body be buried in different parts. The girl, who against all the odds grew to be a woman and is still living, wrote a book entitled Elvis Ate my Right Arm, which to date has sold over two million copies. (Uit My Elvis Blackout, een bundel waanzinnige (fictieve) verhaaltjes van Simon Crump, 2000.) *** Ze heet Frankie, maar wordt de Button-Lady genoemd. Ze heeft maar één jurk - van onder tot boven behangen met Elvis-buttons - die ze dag en nacht draagt. Haar jongste dochter had ook een Elvis-jurk. Dat kwam zo. Ze had haar een keer meegenomen naar een concert van Elvis. Helemaal tot bij het podium waren ze naar voren gedrongen, en Jezus, toen pakte hij het kind op en kuste haar. De jurk die ze toen aan had, mocht niet meer worden gewassen. Hij was donkerblauw, met roze bloemetjes. Ze is er ook in begraven. Met een singletje van Burning Love in haar handjes. Ze is vermoord door zo'n smeerlap, die tijdens het proces net wist te doen of hij gek was. Na een tijdje hebben ze hem vrijgelaten. Toen heeft hij er weer een vermoord. Haar twee andere dochters hadden niets met Elvis, haar man ook niet. Sinds ze hem in BlueHawaï had gezien, was ze verkocht. Haar man kon het daarna wel schudden. Tien van de twaalf uur dacht ze aan Elvis. De hele dag draaide ze zijn platen. Ik wil scheiden, zei ze uiteindelijk. Die scheiding is er ook doorgekomen, op grond van buitensporige toewijding aan Elvis Presley. Zo stond het er. De papieren heeft ze nog. Ze heeft ze meegenomen toen ze naar Memphis verhuisde, nadat ze had gehoord dat hij was overleden. Ze blijft er wonen tot ze doodgaat. (Meermalen gretig gefilmde en geïnterviewde Elvis-fan-atica.) *** 'Ik had nog nooit het haar van een lijk gedaan, en ik hoop dat ik het nooit meer hoef te doen. Het was een afschuwelijke ervaring, nog verergerd door een aantal bijkomstigheden waar ik niet op gerekend had. Een van de oorzaken waardoor Elvis er zo vreemd uitzag, was de onnatuurlijke, dikke laag make-up die ze in het mortuarium op zijn gezicht en handen gesmeerd hadden. Charlie en ik maakten hier bezwaar tegen en vroegen hen dit weer te verwijderen. Tenslotte waren we twee uur bezig met Elvis... Ik had niet verwacht dat de onderste anderhalve centimeter van zijn haren spierwit zou zijn, zodat ik die alsnog moest verven met een staafje mascara dat ik van een van de aanwezige dames leende, voordat ik kon gaan knippen.... Op dat moment kwam opeens het beeld in me op van mensen die in het mortuarium naar plukjes haar van Elvis zaten te zoeken, zodat ik de afgeknipte haren opraapte en in mijn tas stopte.'(Larry Geller, kapper en 'spirituele mentor' van Elvis, die ook het verhaal doorgaf dat Elvis in 1965, tijdens een rit door de woestijn, in een wolk het gezicht van Stalin herkende. Waarna de wolk veranderde in het gezicht van Jezus en Elvis riep: 'Dat was God! En Liefde! God is Liefde!') *** 'I'm afraid to wake up each morning. I can't believe all this has happened to me. I just hope it lasts.' (Elvis Presley) *** Het is 1995. In het boek Graceland, the living legacy of Elvis Presley lees ik in het voorwoord dat ik er, behalve de fascinerende kamers, iets zal aantreffen als warmte, een aanwezigheid, een niet te definiëren gevoel alsof ik bij een lieve oude vriend op bezoek ga. Bij de man die ooit mijn hart stal. Maar hoe haal je je hart terug in een toeristisch oord dat door méér mensen wordt bezocht (700.000 per jaar) dan, pakweg, het graf van John F. Kennedy. Will I be lonesome tonight? Voor de zekerheid heb ik een duur hotel geboekt, waar ze er niet van opkijken als je om drie uur 's nachts de roomservice belt voor drie dubbele cheeseburgers en vier bananasplits. Walking in Memphis. Catfish on the table, gospel in the air, saw the ghost of Elvis. De commerciële rimram schuif ik naar de achtergrond. Ik loop door de kamers van de King en beleef een schok van herkenning (ondanks het feit dat ex-vrouw Priscilla sommige ruimtes wat heeft aangepast aan de gemiddelde smaak). In The Jungle Room - Kon Tiki-stoelen, kussens van konijnenbont, namaakbont lampenkappen, een ruisende waterval - zou ik zó intrekken en de vele televisietoestellen in alle kamers bevallen mij - als breedbeeldfanaat - zeer. De televisietoestellen waarop hij later, in zijn gekte, heeft geschoten, als iets hem niet beviel, of gewoon omdat hij er zin in had, zijn helaas niet bewaard gebleven. De tweede verdieping is verboden terrein. De slaapkamer, waarin hij de laatste jaren van zijn leven televisiekijkend en etend doorbracht. De badkamer waar hij, facedown liggend voor de wc-pot, in een golf van braaksel, het gezicht blauw, de tong zwart en half afgebeten, dood is aangetroffen. Vergiftigd en vernietigd door peppers en downers, antidepressiva, slaappillen, pijnstillers en andere little helpers. Dat mogen we niet zien. Maar ik zie het toch. Ik zie alles. De eenvoudige jongen, tender-hearted, die een ongelooflijke droom waar zag worden, die het verlies van zijn doodgeboren tweelingbroertje, Jesse Garon, en meer nog, het verlies van zijn moeder, nooit heeft kunnen verwerken. ' The bottom dropped out of my life the day my mother died. I thought that I had nothing left. In a way I was right.' Hij gaf Cadillacs en huizen weg aan vrienden en onbekenden, schonk liefdadigheidsinstellingen grote sommen geld, maar wist geen balans te vinden in zijn leven en raakte uiteindelijk in een panisch makend isolement. Door Peter Guralnick roerend beschreven in Careless Love: iedereen wilde hem bezitten, maar niemand dacht aan z íj n welzijn. Te midden van verschillende generaties, die tijdens de rondleiding - en zeker in The Meditation Garden waar hij begraven ligt - van een bijna religieuze verering getuigen, eet ik later het southern food waar hij zo van hield en dat hem tenslotte in een cocon van vet gevangenzette. De gebakken pindakaas-en-banaan-sandwich, de chicken fried steak en de chocoladeshake (in een beker met zijn beeltenis) blijken troostend voedsel. Vlakbij Graceland, in het roze Wilson World Hotel, showt een vrouw (een van de velen) die een paar jaar geleden seks had met Elvis, ' and that's the truth', haar driejarige zoontje. Elvis' zoontje. ' Wriggle for the people, now, little Aron'. Als bewijs wordt een foto van Elvis als kind getoond. Met een roze Cadillac in gedachten neem ik een taxi terug naar mijn hotel. De chauffeur vertoont met zijn verkreukelde schildpaddengezichtje een onmiskenbare gelijkenis met Chet Baker in zijn laatste jaren. ' Did you see Elvis?You didn't dance with him, did you?' *** 'Hij kon álles. Van de meest funky low-down blues tot en met opera-achtige ballads. Als ik hoorde hoe hij een song van mij zong, was ik altijd geïntrigeerd, want hij was een van die zeldzame zangers, die iets in je songs inbrengen en zien, wat je zelf als songwriter niet gezien hebt.' (Wijlen Doc Pomus, die - meestal samen met Mort Shuman - songs maakte als His latest flame, Kiss me quick, Little Sister, A mess of blues, Suspicion, Viva Las Vegas.) *** Op 16 augustus 1977 overleden, of beter, gecrepeerd. Een waanzinnig groot muzikaal talent. Een perfectionist, altijd op zoek naar de juiste klank. Zo moet hij vijfentwintig jaar na zijn dood herinnerd en geëerd worden. De jaarlijkse TributeWeek in Memphis is dit jaar groter dan ooit. Tijdens de kaarsenprocessie zal er veel worden geweend. En zo hoort het ook. Ik luister naar de mixversie van A little less conversation (een onbekend nummer uit 1968), gemaakt door de Nederlandse dj JunkieXL, voor een Nike-commercial voor het WK-voetbal, en overal ter wereld een smashing hit geworden. Ik lees een Amerikaanse murder mysterynovel van Daniel Klein, Blue Suede Clues (opvolger van Kill me tender), waarin de auteur erin slaagt een fictieve Elvis, als privédetective, opmerkelijk veel trekken van de echte Elvis mee te geven. Er komt een hausse van Elvis-releases, cd's, dvd's, video's en boeken aan. Op diverse plekken in de wereld zal Elvis weer, al dan niet bij een Burger King, worden gesignaleerd, ergens in een huiskamer zal een Elvis-beeldje in huilen uitbarsten, en wie weet wordt er alsnog een afgeknipte teennagel van hem gevonden. Maar 'Het', zijn magnetische aantrekkingskracht, zijn mythe die zo lang van invloed zou zijn op het levensgevoel en -gedrag van velen, zal nooit helemaal bevredigend verklaard kunnen worden. 'Hij kreeg wat hij wilde, maar hij verloor wat hij had', schreef Greil Marcus. Waar treuren we op 16 augustus om? Om het verlies van hem? Om wat er aan het einde van zijn leven van hem geworden was? Of om ons eigen verlies? En wat er van ons geworden is. Let' s rock ' n roll. Voor we met zijn allen het gebouw verlaten. Ineke van den Bergen