Wie jong is, kan de hele wereld aan. Wie naar de pensioenleeftijd toe groeit, gaat al wat sneller op de rem staan. Zo is het ook met beleggen: jonge mensen nemen sneller risico's dan minder jonge. 'En toch willen we daar geen dogma van maken', zegt Dirk Adriaenssens, directeur private banking bij BBL zetel Aalst en voordien acht jaar actief in de creatie en promotie van beleggingsfondsen voor BBL. 'Omdat er veel meer komt bij kijken. Van iemand tussen twintig en dertig wordt verwacht dat hij risico- minded is, maar zijn gedrag kan door verscheidene elementen worden doorkruist. De ervaring leert bijvoorbeeld dat iemand uit die leeftijdscategorie niet zelden met een baksteen in de maag zit. En dus over twee of drie jaar zijn geld nodig heeft. Dat zet meteen een rem op de risico's die je mag nemen als je zulke centen belegt. Ook als de man zelf zegt dat hij aandelenfondsen wel ziet zitten.'
...

Wie jong is, kan de hele wereld aan. Wie naar de pensioenleeftijd toe groeit, gaat al wat sneller op de rem staan. Zo is het ook met beleggen: jonge mensen nemen sneller risico's dan minder jonge. 'En toch willen we daar geen dogma van maken', zegt Dirk Adriaenssens, directeur private banking bij BBL zetel Aalst en voordien acht jaar actief in de creatie en promotie van beleggingsfondsen voor BBL. 'Omdat er veel meer komt bij kijken. Van iemand tussen twintig en dertig wordt verwacht dat hij risico- minded is, maar zijn gedrag kan door verscheidene elementen worden doorkruist. De ervaring leert bijvoorbeeld dat iemand uit die leeftijdscategorie niet zelden met een baksteen in de maag zit. En dus over twee of drie jaar zijn geld nodig heeft. Dat zet meteen een rem op de risico's die je mag nemen als je zulke centen belegt. Ook als de man zelf zegt dat hij aandelenfondsen wel ziet zitten.' AANDELEN VOOR DE KLEINKINDERENEen nieuw segment dat de voorbije jaren door de grote banken werd aangeboord, zijn de grootouders en ouders die sparen voor de (klein)kinderen. Ook hier blijkt opnieuw hoezeer spaarders en beleggers nog altijd met gemeenplaatsen blijven worstelen. Zoals het idee, dat spaarcenten van kinderen zeer defensief moeten worden belegd. 'Nochtans heeft een pasgeborene een beleggingshorizon van minstens achttien jaar', zegt Dirk Adriaenssens. 'Waarom dan geen aankoopplan voor aandelen in dit geval?' Uit studies die de prestaties van verscheidene beleggingen over zeer lange periodes vergelijken, blijkt dat aandelen beduidend beter presteren dan obligaties of cashbeleggingen, als ze daar voldoende tijd voor krijgen. Wie het ziet op lange termijn, zit dus niet slecht met aandelen. Risico en beleggingshorizon gaan voor Dirk Adriaenssens eigenlijk hand in hand. 'Krijgen we iemand over de vloer die bereid is op een zeer volatiele markt te gaan beleggen, dan proberen we het risico over de jaren heen te nivelleren of te reduceren. Concreet betekent dit: wanneer iemand voor honderd procent wil beleggen in aandelen, dan is het niet de bedoeling dat hij binnen de twee jaar opnieuw in de bank staat en zegt dat hij zijn geld nodig heeft. Vandaar dat je als bankier moet proberen een minimumhorizon in te bouwen. Iemand die wil beleggen in aandelen, moet er kunnen van uitgaan dat hij zijn geld de komende zes of acht jaar niet echt nodig heeft. Een dertigjarige met bouwplannen is niet meteen de geknipte persoon om voluit voor aandelen te gaan. Tenzij hij beschikt over een kapitaal dat hij zeker niet nodig heeft.'NA HET HUIS HET PENSIOENHet is inderdaad geen toeval dat de meeste beleggers die houden van risico behoren tot de volgende leeftijdscategorie: ze worden veertig en het huis is af. Het duurste project van hun leven is achter de rug, ze kunnen pensioengericht beginnen te sparen. Met een beleggingshorizon van twintig tot 25 jaar. Aandelen moeten dan zeker een optie zijn, want over een langere termijn bieden ze een groter rendement dan obligaties. Naarmate de pensioengerechtigde leeftijd nadert, is het niet onverstandig om opnieuw wat minder risico's te nemen. Lees: minder aandelenfondsen in de portefeuille op te nemen. 'Een 65-jarige mag je aan de vooravond van zijn pensioen niet voor honderd procent in aandelenplannen lanceren', meent Dirk Adriaenssens. Het risico is namelijk te groot dat hij moet verkopen, precies op een moment dat de beurs minder goed presteert. Een voorbeeld: een zestigjarige heeft voor honderd procent in aandelenfondsen belegd, en een half jaar voor hij met pensioen gaat, is er een aandelencrash en duikelen de koersen met twintig tot dertig procent naar beneden. Het komt hard aan, maar het antwoord ligt voor de hand: wat defensiever beleggen - lees: afbouwen van het aandelengewicht - is voor deze mensen aangewezen.' Tenzij je natuurlijk te maken hebt met iemand die het zich op die leeftijd kan veroorloven om risico's te nemen. Niettemin zou een mogelijk sjabloon kunnen zijn: volop aandelenfondsen kopen tot de zestigste verjaardag, een jaar later voor tachtig procent en zo ieder jaar zakken met twintig procent. Voor pensioengerechtigden voor wie beleggen voor de erfgenamen geen prioriteit meer is, zijn ontspaarproducten een mogelijkheid: de klant geeft de bank tien miljoen frank, en naargelang de rentecontext kan de bankier garanderen dat iedere maand een bepaald bedrag op de rekening van de klant wordt gestort. Het omgekeerde van een hypothecaire lening, zeg maar.DE MARKT DICTEERTNiet alleen de leeftijd bepaalt voor een groot stuk het gedrag van de belegger, ook de financiële markten spelen een belangrijke rol. Dirk Adriaenssens: 'Wie de obligaties na verloop van tijd achter zich laat, de veiligheid vaarwel zegt en op aandelenfondsen overstapt, doet dat in de meeste gevallen omdat de rente laag staat. Omgekeerd stappen mensen van aandelenfondsen over naar obligaties of cashbeleggingen wanneer de rente hoog staat. Het beleggingsgedrag wordt inderdaad gedicteerd door de markt. Een crash kan volstaan om een deel van de beleggers naar obligaties te doen teruggrijpen. Mocht 2000 bijvoorbeeld een zwak jaar blijken, dan zal een deel van de beursbeleggers zonder twijfel opnieuw kiezen voor de zekerheid van obligaties of voor cash. En dat is typisch Europees. Angelsaksische landen zouden totaal anders reageren. Toch is er een evolutie merkbaar, en het gaat snel. De tijd dat thuis in de kous of het sigarenkistje werd gespaard voor het pensioen, ligt trouwens ook nog niet zo onmetelijk ver in het verleden.' Precies doordat de klant niet altijd juist weet waar zijn geaardheid als belegger ergens ligt, op de schaal tussen zekerheid en risico, evolueert zijn risicoprofiel soms zonder dat hij het zelf beseft. Een voorbeeld: klant A wordt na een gesprek met de bankier en doorlichting van zijn financiële mogelijkheden geprofileerd als type 1 op een schaal van vier. Wat betekent dat hij bijvoorbeeld tot maximaal 25 procent aandelen in zijn portefeuille mag hebben. De beurs loopt als een trein en de aandelenfondsen in zijn portefeuille stijgen sneller dan de obligaties. Om een belegger van type 1 te blijven, zou hij eigenlijk aandelenfondsen moeten verkopen en die inruilen tegen obligaties. Alleen leert de ervaring dat hij zijn meer risicovolle aandelen niet wil verkopen in een stijgende markt. Waardoor hij automatisch overstapt naar type 2, omdat de verhouding aandelen/obligaties in zijn portefeuille verandert. En hij dus een ander risicoprofiel krijgt. Alleen is dat niet omdat hij zelf anders tegen beleggen aankijkt, maar wel omdat de markt hem in die richting heeft geduwd.HET BEWUSTZIJN IS ER NIET ALTIJDHoe de spaarcenten van de klant worden belegd, hangt dus wel degelijk samen met de leeftijd. Omdat het onder andere de leeftijd is die het risicoprofiel van de belegger bepaalt. Toch is de klant die zoekt naar de voor hem ideale belegging zich niet altijd van zijn eigen risicoprofiel bewust. Wat hij aan zijn bankier vraagt, is gewoon: 'Beleg in wat het meeste opbrengt, omdat nog veel te vaak in absolute termen wordt geredeneerd', weet Dirk Adriaenssens. 'En ergens is dat logisch, acht procent is beter dan vijf procent. Maar ook met andere factoren moet rekening worden gehouden. Zoals bijvoorbeeld: hoe groot is het risico dat ik met deze belegging neem? En risico is een factor die in twee richtingen kan spelen. De basisregel is in principe eenvoudig: tegenover een groot risico moet een zo groot mogelijke opbrengst staan. Klanten leren we hoe ze beleggingsfondsen van elkaar kunnen onderscheiden wat risico betreft. Door bijvoorbeeld een risicocoëfficiënt te geven aan een belegging. Een coëfficiënt waarin de volatiliteit van de koers verrekend zit, en de probabiliteit dat de return na één jaar negatief is. Dat alles kan uit empirisch onderzoek worden afgeleid.'Jo Bossuyt