'Ik wil je graag ontmoeten. Ik zit met een pak vragen. Hopelijk kun je wat tijd voor me vrijmaken.' Zo vastberaden als ze aan de telefoon had geklonken, zo bedeesd zat Wardah (24; ze eiste een schuilnaam) tegenover mij, tijdens ons eerste gesprek, halverwege februari, in de keuken van mijn centrum De Weg Naar in Molenbeek. Het eerste wat me opviel, toen ik haar zag, was d'r haar: lang, zwart en glimmend als zijde. Dan haar kleren: trendy en gitzwart, van nek tot teen. Ten slotte de kleur van haar ogen: een zeldzaam bruin, maar zonder glans. Ook al had ze steun van vrienden, familie en kennissen, ze voelde zich alleen, zei ze. Goed twee uur praatten we, afwisselend in het Frans en het Nederlands, zoals het ons uitkwam. Ze ging geen vraag uit de weg. Als ze niet wilde antwoorden, zweeg ze en sloeg ze haar ogen neer. Achteraf was ze opgelucht. Via WhatsApp liet ze een dag later weten dat ze zich had ingeschreven om rijlessen te volgen. 'Dat is toch een goed begin? Ik voelde me beter vandaag, en iedereen merkte het thuis. Mijn moeder was blij: sinds de aanslagen in Parijs had ze me niet meer zien glimlachen.'
...

'Ik wil je graag ontmoeten. Ik zit met een pak vragen. Hopelijk kun je wat tijd voor me vrijmaken.' Zo vastberaden als ze aan de telefoon had geklonken, zo bedeesd zat Wardah (24; ze eiste een schuilnaam) tegenover mij, tijdens ons eerste gesprek, halverwege februari, in de keuken van mijn centrum De Weg Naar in Molenbeek. Het eerste wat me opviel, toen ik haar zag, was d'r haar: lang, zwart en glimmend als zijde. Dan haar kleren: trendy en gitzwart, van nek tot teen. Ten slotte de kleur van haar ogen: een zeldzaam bruin, maar zonder glans. Ook al had ze steun van vrienden, familie en kennissen, ze voelde zich alleen, zei ze. Goed twee uur praatten we, afwisselend in het Frans en het Nederlands, zoals het ons uitkwam. Ze ging geen vraag uit de weg. Als ze niet wilde antwoorden, zweeg ze en sloeg ze haar ogen neer. Achteraf was ze opgelucht. Via WhatsApp liet ze een dag later weten dat ze zich had ingeschreven om rijlessen te volgen. 'Dat is toch een goed begin? Ik voelde me beter vandaag, en iedereen merkte het thuis. Mijn moeder was blij: sinds de aanslagen in Parijs had ze me niet meer zien glimlachen.' Drie maanden zonder lachen. Het valt nog mee, als je weet in welke situatie ze is beland. Acht jaar lang had ze een relatie met Salah Abdeslam. Sinds 2010 was ze zijn verloofde. En plots, van de ene dag op de andere, werd ze het lief van de meest gezochte terrorist ter wereld. Drie maanden is hij al voortvluchtig. Als ik haar vandaag bel, luisteren zonder enige twijfel alle veiligheidsdiensten mee, van Londen tot Rabat, van Brussel tot Raqqa. Dat ze haar verhaal nu in Knack kwijt wil, heeft een reden: ze wil de pagina omdraaien, voor één keer haar verhaal doen en dan voorgoed verdwijnen, terug de anonimiteit in, om een nieuwe toekomst op te bouwen. WARDAH: Ik ga niet akkoord met wat er allemaal over mij gezegd is in de media. Ik heb nooit met de pers gepraat, ook al bleef men aan mijn deurbel hangen. Nu ben ik bereid om eenmalig te praten, maar dan wel anoniem. WARDAH: Uiteraard bekijken ze me anders. Bij sommige mensen merk ik een gevoel van medelijden, anderen geven een afkeurende blik, en bij nog anderen lees ik op hun gezicht die ene vraag: 'Hoe dom kon je zijn?' Maar het moeilijkste is de blik van mijn moeder... Hoe hard ik ook mijn best doe om te doen alsof ik niet ongelukkig ben, ze doorziet het wel. WARDAH: Mijn ouders zijn in de jaren zeventig van Marokko naar hier gekomen. Mijn vader heeft lang in de bouw gewerkt en is nu in de zestig. Na verschillende hartaanvallen is hij gestopt met werken. Ik heb vijf broers en twee zussen. Ik ben de derde jongste van het gezin. WARDAH: Tot mijn vijftiende wel, ja. Toen is een van mijn broers gestorven. Hij is verdronken in het meer van recreatiepark De Ster in Sint-Niklaas. Tijdens het zwemmen kreeg hij een epilepsieaanval. We vermoeden dat hij zijn medicatie vergat te nemen. Zijn vrienden hebben al het mogelijke gedaan om hem te redden, maar het mocht niet baten. De schok was enorm. WARDAH: Niet echt, nee. We ontmoetten elkaar niet veel later. WARDAH: Misschien wel. Ik was in die periode doodongelukkig: ik had mijn favoriete broer verloren. De klap kwam hard aan. Niet alleen voor mij, maar voor mijn hele familie. Mijn broer was ook heel geliefd in de buurt waar we wonen. Hij was zo'n vriendelijke jongen. Ik viel in een zwart gat na zijn overlijden. WARDAH: Mogelijk. WARDAH: Mijn broer wel, maar Salah niet. WARDAH: Hij was toen helemaal niet wie hij nu is. Hij woonde bij ons in de wijk. Hij was achttien, vriendelijk en lief. WARDAH: We kenden elkaar van ziens, zoals dat gaat als je in dezelfde wijk woont, maar we hadden nog nooit met elkaar gepraat toen hij op een dag op me afstapte. 'Ik ben een stille aanbidder', zei hij. Ik stond perplex, ik had het helemaal niet verwacht. Het heeft nog een paar weken geduurd voordat we echt met elkaar begonnen te praten. En toen sloeg de vonk over. Ik was zestien. Ik volgde mijn gevoel. WARDAH: We spraken Frans met elkaar. WARDAH: Natuurlijk. Maar het heimelijke heeft niet lang geduurd: ik heb mijn moeder vrij snel verteld over onze relatie. Ik had niet de gewoonte om iets voor haar te verbergen. Mijn moeder is vrij open. WARDAH: Ze was eerst nogal geschokt. Omdat ze het niet verwacht had: niet dat ik een relatie had, en ook niet dat ik er zo snel mee naar buiten zou komen. Zelf had ze zoiets nooit besproken met haar familie. Ze vond me ook te jong, zei ze. Bovendien kende ze de familie van Salah. Ze kwam er niet zo goed mee overeen. WARDAH: Eigenlijk niet, nee. WARDAH: Ja. WARDAH: Zwaar. Na het lager onderwijs volgde ik in een Nederlandstalige school in Molenbeek aso moderne talen. Ik had er veel vrienden, maar na de dood van mijn broer heb ik het opgegeven. Ik kon niet meer, het viel me allemaal te zwaar, er ging geen dag voorbij zonder dat ik aan hem dacht. Hij is op 12 juni overleden en een week later in Marokko begraven. Ik was erbij - gelukkig. De examens die daarop volgden, heb ik nog met succes afgelegd, maar in september ben ik niet meer teruggekeerd. Ik ben toen op deeltijds onderwijs overgestapt. Dat was een grote ontgoocheling voor mijn moeder. WARDAH: Dat was erg moeilijk. Iedereen was er kapot van. Mijn hele leven lang was het altijd gezellig druk geweest bij ons thuis. Na zijn dood leek het er te spoken, zo kalm was het geworden. Mijn ouders hebben al zijn kleren weggedaan, om niet de hele tijd met zijn overlijden geconfronteerd te worden. Dat was voor mij een heel moeilijk moment. WARDAH: Ik was toen heel agressief, maar zijn liefde heeft mij gekalmeerd. Niet dat ik fysiek agressief was, ik werd gewoon heel snel boos en ergerde me aan alles. Tot ik Salah leerde kennen. Zijn lieve woorden bedaarden me wat. WARDAH: Salah was negentien en leefde gewoon zijn leven, zoals de meeste jongeren hier in Molenbeek. Bijna elke avond trok hij op met zijn maten. WARDAH: Abdelhamid Abaaoud was er toen al bij. De anderen ken ik niet. WARDAH: Een van zijn beste vrienden. WARDAH: Toen nog wel, ja, maar een jaar later niet meer. Of toch veel minder. Hij wilde zich gewoon amuseren. Hij werkte toen als elektromechanicus bij de MIVB. Ik verwijt het aan Abdelhamid dat Salah minder aandacht voor me had. Ik denk dat hij een slechte invloed op hem had. Het leek alsof Abdelhamid voor niemand respect had. WARDAH: Nee. Hij woonde aan metrostation Graaf van Vlaanderen in Molenbeek. Zijn vader had een winkel daar in de buurt. Soms hielp hij hem, maar vaak zat hij daar gewoon op zijn stoel, voor de winkel, naar de mensen te staren. WARDAH: Nooit. WARDAH: Zulke dingen voel je gewoon aan. Toen ik Salah leerde kennen, was hij niet geïnteresseerd in feestjes en drank. Met Abdelhamid veranderde dat. Ach, hij was jong, hij liet zich meeslepen: ze gingen samen naar dezelfde feestjes. En ja, er werd gedronken. Er groeide steeds meer afstand tussen ons. Nu eens zorgde hij daarvoor, dan weer ik. Zo ging het af en aan. Tot ik het beu was. WARDAH: Ik had het gehad. Het was 2010, ik was achttien. Ik werkte als administratief bediende en had twee dagen per week les op een school in Laken. Ik had wel wat vrienden, maar veel uitgaan kon ik niet. Salah was nogal snel jaloers... Op een dag kwamen zijn ouders bij ons thuis om een eventuele verloving te bespreken. Onze families waren daar eerst niet zo happig op: ze vonden ons te jong, zeiden dat we beter nog een jaartje of twee konden wachten. Maar een maand of drie, vier later gingen ze plots wel akkoord. Toen hebben we een verlovingsfeest gegeven bij ons thuis. WARDAH: Misschien wel. Maar we waren wel gelukkig - die indruk had ik toch (toont een oude foto, nvdr.). WARDAH: Nu niet meer, nee. WARDAH: Hij had iets stoers. En hij genoot veel respect onder de jongens in de wijk. Ik weet niet waarom, ik weet niet hoe dat werkt. We spraken niet met elkaar als we op straat waren, met anderen erbij. Als hij zijn vrienden zag, negeerde hij me. WARDAH: Om me af te schermen. Hij wilde me van zijn vrienden weghouden. Hij wilde niet dat ze met me zouden praten. Daarom deed hij alsof ik er niet was wanneer ik ze toevallig passeerde. WARDAH: Ik wist dat hij het deed om me te beschermen, en zo had ik door dat hij me toch graag had. Hij was niet zo'n romantisch type dat aan komt zetten met bloemen of chocolade. Hij behandelde me gewoon met veel respect, en hij nam me in bescherming. WARDAH: Onze verloving zorgde ervoor dat iedereen wist dat wij samen waren. WARDAH: Zolang Salah geen job had, vonden we het geen goed idee om te trouwen. We wilden eerst wat zekerheid. WARDAH: Ik weet het echt niet. Hij heeft zijn weg gekozen. (stilte) Ik voel niets meer. WARDAH: Ik ging soms bij hen op bezoek, maar hij had het vaak druk. Eerst werkte hij nog bij de MIVB, maar daar werd hij ontslagen wegens criminele feiten. Hij heeft toen een maand in de gevangenis gezeten. WARDAH: Ik kan alleen maar zeggen dat Salah tot dan - het was in 2011 - nooit in aanraking was gekomen met het gerecht. Hij had een blanco strafblad. Wat er die dag precies gebeurd is, weet ik écht niet: hij wilde er niet over praten. Hij is veroordeeld, en na een maand werd hij vrijgelaten. Maar Abdelhamid heeft zes maanden vastgezeten. WARDAH: Mijn familie reageerde heel negatief, maar ze wist dat ik hem niet zou laten vallen. Zijn ouders reageerden eerder... normaal. Ik heb hem natuurlijk gevraagd naar het hoe en het waarom, maar een uitleg heb ik niet gekregen. Ik denk niet dat hij geld nodig had. WARDAH: Ik denk dat ze de macht in handen willen hebben. Ze willen macht hebben over degenen die vroeger macht hadden over hen. WARDAH: Nee, ik kon het niet opbrengen. Hij stuurde er ook niet op aan. Ik denk dat hij me niet wou confronteren met zijn situatie. WARDAH: Ik denk het niet. De oorlog in Syrië was toen nog niet ontploft... WARDAH: Ja, maar hij durfde niet aan te bellen. Hij wachtte me buiten op, in zijn auto. Ik wilde hem eigenlijk niet zien, ik had zelfs mijn gsm-nummer veranderd. Maar hij bleef proberen. Hij kwam me zelfs op mijn werk opzoeken. Na lange tijd heb ik hem vergeven. Spijtig genoeg. WARDAH: Af en toe werkte hij als interim. Ik werd de situatie wel een beetje beu. Hij deed niet genoeg zijn best om zijn leven weer op de sporen te krijgen. WARDAH: Nee, toen niet. WARDAH: Voor zover ik weet niet, nee. WARDAH: Geld was voor mij niet belangrijk, maar mijn ouders vonden dat hij op z'n minst vast werk moest hebben. Anders zouden ze de bruiloft niet laten doorgaan. WARDAH: Nee, dat gebeurde pas midden 2014. Abaaoud was toen al vertrokken. WARDAH: Ik weet het niet. Ik mocht sowieso al niet meer langs de straat passeren waar de winkel van Abdelhamids vader was. Daar liepen te veel mannen rond, en hij wilde niet dat ik met hen in contact zou komen. Ik denk dat ik Abaaoud voor het laatst in 2012 heb gezien. WARDAH: Iedereen was er van op de hoogte. En dan was er plots dat gruwelijke YouTube-filmpje met hem in de hoofdrol... WARDAH: Ja. Hij zei in dat filmpje dat hij daar beter af was. De schok was enorm. Iedereen kende hem, niemand kon het geloven. Abdelhamid is toen ook even in België geweest, op een moment dat zijn ouders in Marokko waren. Hij is toen teruggekeerd om zijn broertje Younes naar Syrië te smokkelen. WARDAH: Dat weet ik niet. WARDAH: Hij leek geschokt, al denk ik nu dat hij deed alsof. Hij zei dat het zijn probleem niet was, dat ieder van hen zijn eigen weg gekozen had. Later begreep ik dat ze nog contact hadden, en dat Abdelhamid hem probeerde te overhalen om naar Syrië af te zakken. WARDAH: Ja. Meer dan eens. Het gebeurde een eerste keer eind 2014. Hij begon erover toen we samen in de auto zaten, of als we iets gingen eten of zo. Hij was ervan overtuigd dat we moesten verhuizen, dat het voor ons als getrouwd koppel beter zou zijn, en dat ook onze kinderen er een mooiere toekomst zouden hebben. Hij had altijd een uitleg klaar... WARDAH: Nee, maar zijn oudere broer Ibrahim wel. Hij is tegengehouden. Dat was zo'n negen maanden vóór de aanslagen. WARDAH: Omwille van mijn moeder, uit liefde voor haar. Mocht zij er niet geweest zijn, dan zou ik misschien wel vertrokken zijn. Uit liefde voor hem, dan - niet om religieuze of ideologische redenen. WARDAH: Nee, al vreesde ik weleens dat hij toch zou vertrekken. Zijn moeder zei me vaak dat ik hun laatste hoop was om hem hier te houden. Dat vond ik nogal zwaar: alsof alle verantwoordelijkheid op mijn schouders werd gelegd. WARDAH: Gewoon, een goed mens. Zo leek het toch. Hij was in elk geval vriendelijk en respectvol tegenover mij. Maar goed: na alles wat er gebeurd is, wil ik niets meer te maken hebben met die familie. Ik wil er niet kapot aan gaan, ik wil verder met mijn leven. WARDAH: Nee. De druk op mij was te groot: zijn moeder vroeg mij voortdurend om hem te overtuigen hier te blijven. Ik heb toen met iedereen rekening gehouden, behalve met mezelf. WARDAH: Die heb ik altijd gehouden, al was het niet makkelijk. Soms zei hij huilend - enkele maanden voor de aanslagen nog - dat hij geen man was, dat hij zijn verantwoordelijkheden tegenover mij en mijn familie niet kon opnemen. Hij moet gevoeld hebben dat mijn geduld begon op te raken. WARDAH: Hij kreeg een uitkering. Om de tijd te vullen, hielp hij een handje in het café van zijn broer Ibrahim. WARDAH: Ik weet het niet. Ik vermoed van wel. WARDAH: Nee. Begin 2015 is hij ermee gestopt. WARDAH: Dat gevoel had ik wel, ja. Al had ik er het raden naar. Na de aanslagen in Parijs vielen voor mij alle puzzelstukjes natuurlijk samen. WARDAH: Ja. Enkele maanden ervoor had hij een 'uitnodiging' van de politie gekregen. Hij moest een verklaring afleggen. Over Abdelhamid, over zijn internetbezigheden... Hij had gezegd dat hij het niet eens was met wat Abdelhamid deed, maar dat hij nog altijd mooie herinneringen koesterde aan hun tijd samen. WARDAH: Hij had verschillende nummers, ja, dat wist ik wel. WARDAH: Dat heb ik achteraf vernomen. Tegen mij zei hij dat hij in de Ardennen zat, of in Frankrijk. Ik wist niet of ik hem mocht geloven. Toen ik na de aanslagen in een duidingsprogramma op tv het parcours zag van de voorbereidingen, kwam alles voor mij samen. Dat was een extra mokerslag. WARDAH: Hij deed de laatste maanden vrij normaal. Tegenover mij was hij in elk geval rustiger, vriendelijker en liever geworden. Maar toen we op 10 november samen iets gingen eten, in de buurt van Bockstael, was het duidelijk dat er iets scheelde. Hij at niet veel, hij leek ongelukkig, maar hij verzekerde me dat alles in orde was. We hadden het over de toekomst en over trouwen. Ik zei hem dat ik er moeite mee had dat hij soms verdween, zonder enig bericht, en dat hij geen inspanningen deed om vast werk te vinden. Ik begon te huilen. Hij ook. Hij zei me dat als hij me niet tijdens het aardse leven kon huwen, we zouden trouwen in het paradijs. Ik vroeg wat hij daarmee bedoelde, maar hij wimpelde al mijn vragen af en bleef maar herhalen dat alles goed was. En dan plots moest hij er snel vandoor. WARDAH: Ik was thuis bij mijn familie. Daags na ons etentje, op woensdag, heeft hij me nog gebeld om te vragen hoe het met me ging en om te zeggen dat hij zijn gsm kwijt was. Hij zei toen dat hij enkele dagen wegging met zijn broer, en dat hij daarna contact met me zou opnemen. WARDAH: De avond zelf, via de tv. Ik vond het verschrikkelijk wat er gebeurd was, maar de informatie sijpelde maar mondjesmaat door en we hadden bezoek thuis, waardoor we het niet op de voet volgden. De volgende ochtend pas drong de omvang tot ons door. Maar ik had geen flauw benul dat Salah erbij betrokken was. Zaterdagavond vernam ik dan dat de politie bij hem thuis was en dat zijn broer Mohamed opgepakt was. Zondag werd zijn naam in de media genoemd als dader. WARDAH: Ik kon het niet geloven. Echt niet. Was hij maar naar Syrië vertrokken, en niet naar Parijs! Mijn moeder viel flauw toen ze het vernam. En mijn vader was ziedend. Hij verweet me mijn slechte keuze. WARDAH: Ik ben thuis weggegaan. Een agent in burger heeft toen mijn zus benaderd, en begon vragen te stellen over mij en mijn relatie met Salah. Ze heeft het toen voor me opgenomen en heeft Salah afgeschilderd als een slecht mens. Een dag later heb ik vrijwillig een verklaring afgelegd bij de politie in Molenbeek. Die haalde er meteen de federale politie bij. WARDAH: Ze waren heel vriendelijk. WARDAH: Ik heb lang moeten wachten voordat ik door de federale politie ondervraagd kon worden. En toen het zover was, ben ik dichtgeklapt. Uit angst. Toen ik verklaarde dat ik zijn verloofde was, keken ze me raar aan. Wellicht hadden ze een vrouw met een boerka verwacht. Ze namen me mee naar hun hoofdkwartier, om me daar verder te verhoren. Er kwam een huiszoekingsbevel, waarna ook de wereldpers ons wist wonen. Ik vreesde meteen voor het welzijn van mijn ouders. Ze probeerden mijn vader wel gerust te stellen door duidelijk te maken dat ik er niets mee te maken had, maar dat ze verplicht waren tot de huiszoeking over te gaan. Ze hebben bijna alles in beslag genomen. Ik kwam pas 's avonds laat terug thuis. Er was veel familie om ons te steunen. WARDAH: 'Ik moest niets van Salah hebben, en mijn dochter kan geen behoorlijke man kiezen.' We hebben een week niet met elkaar gesproken, dat leek ons allebei beter. Ik voelde me schuldig. WARDAH: Nee. WARDAH: Nu wel. Ze ontvangen geen bezoek meer. Het is ook zo ontzettend moeilijk voor hen, het is verschrikkelijk wat zij moeten doorstaan. Vooral de moeder lijdt er zwaar onder. WARDAH: Nee, niet meer. Ik moet door met mijn leven. WARDAH: Ik weet het echt niet. Ik heb geen werk, maar ik wil me in september inschrijven voor een opleiding. Ik weet nog niet wat, maar dat komt wel. Tot dan wil ik me nuttig maken. Toen een van onze buren ons erop wees dat er een organisatie bestaat die ouders van Syriëstrijders begeleidt, heb ik me meteen gemeld. Om geholpen te worden, maar ook om te helpen. Ik ben blij dat het centrum er is, blij dat de verwanten van de Syriëstrijders voor elkaar opkomen. We zijn allemaal slachtoffers, en we kunnen nergens terecht. WARDAH: Ja, maar hij had een grote afkeer van de imams hier. Net zoals alle geradicaliseerde jongeren vindt hij het ontzettend belangrijk wat er in Syrië gebeurt. De reguliere imans zijn daar volgens hen niet of te weinig mee bezig. WARDAH: Ik heb liever dat hij dat niet zou doen. Ik weet niet wat ik zou moeten zeggen. Voor mij is het definitief gedaan. Ik maak officieel een einde aan onze verloving. Ik wil verder met mijn leven. WARDAH: Hij zou zich slecht voelen. Denk ik. WARDAH:(aarzelt) Als ik hem zou zien? (snikt) Waarom? Waarom? Oh Sallah, waarom? We hadden hier samen een mooi leven kunnen uitbouwen. Was dat niet jouw droom, toen je mijn hand voor het eerst vastnam? Was de liefde voor mij niet sterker dan de haat in jezelf? Ik schaam me in jouw plaats! Het maakt niet uit hoe groot of hoe klein jouw aandeel in de aanslagen was. Denk aan de slachtoffers van Parijs! Denk aan hun families! Je hebt me ontzettend gekwetst. Je hebt jouw en mijn familie te schande gebracht. Ik heb je niets meer te zeggen, behalve dit: weet dat ik een nieuw leven zal beginnen, en dat daar geen plaats meer is voor jou. WARDAH: Ik denk dat hij nog liever sterft. DOOR MONTASSER ALDE'EMEH, FOTO'S DIETER TELEMANS'Hij woonde bij ons in de wijk. Hij was achttien, vriendelijk en lief. "Ik ben een stille aanbidder", zei hij.' 'Mijn moeder viel flauw toen ze op tv hoorde dat Salah gezocht werd. Mijn vader was ziedend. Hij verweet me mijn slechte keuze.' 'Op woensdag gingen we nog uit eten. Hij zei toen dat hij enkele dagen wegging met zijn broer. Op zondag noemden ze zijn naam op tv.'