A ls je gaat, grijp ik je bij je kop en ram die tegen onze voordeur tot je hersens eruit spatten en overal aan de muren en het plafond blijven plakken. Ik wil het bot horen kraken en je achterhoofd zien opensplijten terwijl je verminkte gezicht bloed pist en tanden spuwt en je haren aan elkaar klitten door het spul uit je hersenpan, misschien kun je gemakkelijkdreadlocks maken met die kleverige smurrie.
...

A ls je gaat, grijp ik je bij je kop en ram die tegen onze voordeur tot je hersens eruit spatten en overal aan de muren en het plafond blijven plakken. Ik wil het bot horen kraken en je achterhoofd zien opensplijten terwijl je verminkte gezicht bloed pist en tanden spuwt en je haren aan elkaar klitten door het spul uit je hersenpan, misschien kun je gemakkelijkdreadlocks maken met die kleverige smurrie. Als het verlies van een liefde zoveel pijn doet, zijn daar alleen woorden voor die inhakken op iedereen die het lezen wil. Een ontrouwe echtgenoot, een verlaten vrouw die met twee kinderen achterblijft, een cliché noemen we dat, zoals ook de hongerlijders in de derde wereld een cliché zijn geworden en minderheden die misdaden plegen. Meestal verontschuldigt de schrijver of journalist die erover bericht zich eerst voor die clichés, in de hoop dat de lezer niet onmiddellijk ongeïnteresseerd wegkijkt. De Frans-Amerikaanse schrijfster Catherine Texier had het gevoel dat ze de hoofdrol had gekregen in een soap-opera toen haar echtgenoot haar na achttien jaar huwelijk verliet voor een ander. Ze begon een dagboek te schrijven, alweer een cliché, maar al snel werd het een echt boek, waarin ze haar emoties omzette in klagende, woedende, smekende, hartverscheurende woorden.Ik vergeef je nooit. Ik hou niet meer van je. Ik vrij nooit meer met je. Ik kan niet geloven dat je niet meer van me houdt. Wraak waarvoor? Wat heb ik gedaan? De lezer krijgt de woorden, de vragen, de jammerklachten, de pijn, tientallen keren in het gezicht gesmeten, raakt geïrriteerd of wordt aangegrepen, leest verder en lacht opgelucht bij de zin: Dit begint godbetert op het lijden van Jezus Christus te lijken.WREDE, GENADIGE WOORDENSoms zijn de wreedste woorden het genadigst, zegt de schrijfster, die in haar eerdere boeken "Love me tender" en "Panic Blood" een hard-boiled stijl bedreef om van de norm afwijkende mensen met ongebruikelijke verhoudingen neer te zetten. Met name seksscènes logen er niet om. This guy, Johnny, he is a sucker. All he wants to do is to suck you. He likes to suck women's twats. Shut the fuck up. He likes to look in the wet stinking cunt hair and sticks his nose in it. He likes that smell of oysters and urchins turning bad. De uitdagende toon van een vrouw die zich te midden van de gevaren, valkuilen, en hartstochten in een moderne grootstad weet te handhaven. Waar is die gebleven?, vraag ik Catherine Texier, die al jaren in New York woont en even in Europa is, op promotietour voor haar boek "Breakup: The End of a Love Story", in het Nederlands vertaald als "Scheiding". "Ik vind dat ik ook in dit boek heel rechtstreeks schrijf over emoties, gevoelens van onzekerheid, seksualiteit en angsten. Maar omdat het een autobiografisch boek is, was het ook al door de aard van de gebeurtenis, noodzakelijk mijn gevoelens te onderzoeken. Een deel van mijzelf bloot te geven dat ik als schrijfster en als vrouw nooit had herkend. Of liever gezegd: erkend. Aan de buitenkant ziet de verteller in "Breakup" er vrijwel hetzelfde uit als de vrouwelijke personages in vorige boeken. Nu wordt echter ook de binnenkant opengelegd en daar blijkt een klein bang meisje te zitten. Ik zou liever gestorven zijn dan dat ooit te hebben toegegeven. Het was niet het beeld dat ik van mezelf had of wilde hebben. Je afhankelijkheid van de ander, die geef je vaak pas toe als een relatie op breken staat. Als het pijn doet." O minnaar, man van mijn leven, lieve lieve minnaar, jij aan wie ik mijn leven zou hebben toevertrouwd, jij voor wiens ogen ik twee dochters heb gebaard, jij, mijn man, mijn echtgenoot maar bovenal mijn man, jij die mij zoveel jaren hebt aanbeden, je hebt me besodemieterd, je hebt me verschrikkelijk verneukt. De Engelse auteur Fay Weldon zegt over het boek: "What a very fine novel it is, passionate, hurt and hurting. Elegantly, poetically written." Catherine Texier is blij dat haar collega het als een roman gelezen heeft, als een verhaal dat niet alleen door die ene vrouw tot die ene man gericht is, iets waar sommige recensenten wél over struikelden. "Ik schreef het niet alleen voor mezelf. Als schrijfster ben je er volledig van bewust dat het een klassiek vrouwenverhaal is. De afgewezen vrouw, de nieuwe vrouw, de man die een nieuwe vrouw nodig heeft. Mijn eigen rol vond ik shockerend, maar het schrijven gaf mij kracht, hoewel ik mij nog nooit zo kwetsbaar had gevoeld. Door het verhaal vorm te geven, kreeg ik er steeds meer controle over. Het moest verdergaan dan het persoonlijke, ik wilde aan de andere kant van het cliché terechtkomen. Scènes uit het dagelijkse leven beschrijven, maar ook onderzoeken hoe ik in die inferieure positie was beland. Hoe ik in dat machtsspel als vrouw geen macht leek te hebben. Het heeft mij honderd vijftig bladzijden gekost om de rol die mij was toebedeeld te doorbreken. In het echte leven heeft het mij vijf maanden gekost tot ik kon zeggen: Fuck it. Eerst dacht ik dat het verhaal af zou zijn als hij wegging. Later realiseerde ik me dat ik verder moest schrijven, niet moest eindigen in wanhoop en hulpeloosheid. Ik wist ook dat ik het moést publiceren. Als ík kracht had gekregen door het te schrijven, zouden andere vrouwen misschien kracht krijgen door het te lezen." GEWELDDADIGE FANTASIEO zeker, ik ben neurotisch. Dat geef ik toe. Je werd doodziek van mijn hypochondrie en paniekaanvallen en onduidelijke angsten en diverse dwangstoornissen en obsessies, maar wij hadden een afspraak, toch: jij verdraagt mijn angsten, ik verdraag jouw depressies. Texier probeerde zo eerlijk mogelijk te zijn bij het opschrijven van de melodramatische, tragikomische, zenuwslopende, bedroevend banale geschiedenis. De echte namen van haar dochters en haar man noemt ze niet, omdat het háár visie is, die ze de kinderen niet als de enige, definitieve visie wil opdringen. Het is wat dubbel, weet ze zelf, want haar foto staat op de cover en "iedereen" weet wie haar (ex)man is. Joel Rose, met wie ze in de jaren tachtig het alternatieve literaire tijdschrift "Between C & D" uitgaf. Hun jarenlange relatie was sterk seksueel getint. Een krachtige impuls, dacht ze, tot de breuk. "Seks is een taal die ik heel goed spreek. Ik schrijf erover, ik begrijp het beter dan veel andere talen. Later merkte ik dat ik seks gebruikt had als dekmantel voor andere dingen, die ik niet goed hoor of beheers. In mijn boek laat ik seksuele aspecten zien die mannen én vrouwen een oncomfortabel gevoel geven. Seksscènes moeten de lezer raken, daarom ga ik zover als ik kan gaan. Dat heb ik altijd al gedaan, graag zelfs: ik ga tot waar het pijnlijk wordt, waar het een zenuw raakt, bij mijzelf en bij anderen." De gewelddadige fantasieën over de wraak die ze wil nemen op "de nieuwe vrouw" knallen van het papier als terugketsende kogels.Haar, de Concubine, neem ik te grazen met een pistool, een .38 op haar kut, tussen haar schaamlippen, met de punt van de loop tegen haar clitoris, zodat het ding uit een donkere pot schaamhaar lijkt te groeien. We schieten ongepast in de lach over de gruwelijke scène, waarbij de ingewanden naar buiten spatten en haar beeldige kleren van Comme des Garçons vies maken. "Ik was bang nadat ik het had opgeschreven. Was dit niet onwettig? Maar ach, ik heb het niet gedaan, het is alleen een fantasie. Wie heeft die niet ooit gehad? Ik ben er niet in blijven steken: ik heb mij zowel van het gebeuren als van het boek losgemaakt. Een jaar geleden was ik er klaar mee. Zoals ik aan het eind schrijf: Alle lucifers in huis van de cafés waar mijn ex naartoe ging, zijn inmiddels opgebruikt. Nu liggen er lucifers uit cafés waar ik met andere mannen heen ga. Het is een krachtig boek, maar ik ben ervan gescheiden. Ik ben het niet meer. Het is nu dié vrouw, dié verteller, dié tijd."Catherine Texier, "Scheiding", Meulenhoff, Amsterdam, 186 blz., 698 fr.Ineke van den Bergen