Opportunisten van een andere soort zijn het, de voetballers die leven met de dag en in de waan dat zij het metier ten volle beheersen en razendsnel tekenen bij een volgende club, die zij na enige tijd wel weer zullen verlaten. Wat moet je dan denken van Pär Zetterberg, de 29-jarige Zweed die als tiener door Jean Dockx naar Brussel werd gehaald en er inmiddels bijna een half leven heeft opzitten in dienst van RSC Anderlecht. Hij is nu op een leeftijd gekomen dat het grootste deel van zijn carrière achter hem ligt. Niet dat hij slecht verdient in Brussel - verre van, zelfs - maar wil Zetterberg financieel nog een slag slaan of hogere sportieve ambities waarmaken, dan is nu het moment aangebroken om uit België weg te gaan. Maar het houdt hem niet bezig. Niet the sky maar familiaal geluk, zegt hij, is voor hem the limit. Misschien blijft hij wel gewoon voor Anderlecht voetballen, tot hij een einde zal maken aan zijn carrière en met vrouw en straks twee kinderen naar Zweden terugkeert - een stuk bouwgrond kocht hij er al.
...

Opportunisten van een andere soort zijn het, de voetballers die leven met de dag en in de waan dat zij het metier ten volle beheersen en razendsnel tekenen bij een volgende club, die zij na enige tijd wel weer zullen verlaten. Wat moet je dan denken van Pär Zetterberg, de 29-jarige Zweed die als tiener door Jean Dockx naar Brussel werd gehaald en er inmiddels bijna een half leven heeft opzitten in dienst van RSC Anderlecht. Hij is nu op een leeftijd gekomen dat het grootste deel van zijn carrière achter hem ligt. Niet dat hij slecht verdient in Brussel - verre van, zelfs - maar wil Zetterberg financieel nog een slag slaan of hogere sportieve ambities waarmaken, dan is nu het moment aangebroken om uit België weg te gaan. Maar het houdt hem niet bezig. Niet the sky maar familiaal geluk, zegt hij, is voor hem the limit. Misschien blijft hij wel gewoon voor Anderlecht voetballen, tot hij een einde zal maken aan zijn carrière en met vrouw en straks twee kinderen naar Zweden terugkeert - een stuk bouwgrond kocht hij er al. Het is, behalve zijn voetbalkwaliteiten, vooral zijn loyauteit ten aanzien van zijn werkgever die Pär Zetterberg tot lieveling van het Brusselse bestuur en publiek maakte. Dat heeft zijn voor- en nadelen. Als de schijnwerpers op Anderlecht worden gericht, stelt hij vast, is het meestal hijzelf of Enzo Scifo die door het licht worden gevangen. In momenten van glorie zijn zij het die op een voetstuk worden geplaatst, zoals zij het ook zijn die in kwade momenten als eersten genadeloos worden aangepakt. Een tussenweg is er kennelijk niet. "Niets is zo erg als uitgefloten worden, nog erger dan kritiek krijgen in de pers. Wat Enzo nu overkomt, verdient niemand. Mensen zijn zich vaak niet bewust wat kritiek doet met een mens. Zeker als je jong bent, ben je daar gevoelig voor. Op mijn leeftijd is het anders. Of ik nu een één of een vier krijg, ik trek het me niet aan. Wat zou ik me nog druk maken? Ik weet best zélf wel wanneer ik slecht heb gespeeld." 'Slecht' is niet het woord dat past bij zijn prestaties met Anderlecht dit seizoen, maar minder dominant dan de voorgaande jaren is hij wel. De nieuwe trainer, Aimé Anthuenis, maakte van hem meer een aanvaller dan de middenvelder die hij zelf zegt te zijn - en die hij ook liever zou willen blijven. Maar het teambelang staat voorop, en dus schikt de man, die nog altijd de meneer Vijftig Procent van Anderlecht wordt genoemd, zich in zijn rol.Als Anderlecht geen landskampioen wordt, waaraan zal het dan hebben gelegen?Pär Zetterberg: Aan onszelf. We zijn op de goede weg. Tenzij ruzie of weet-ik-veel-wat roet in het eten komt gooien, maar dat zie ik niet gebeuren. Bovendien hebben we een spelerskern waarin makkelijk drie, vier, víjf spelers vervangen kunnen worden. In vergelijking met veel andere ploegen is dat onze sterkte. En we kunnen slecht spelen en toch winnen. Wie moeten we dus vrezen, zeker nu we ook het geluk aan onze kant hebben? Goed, je mag Genk en Brugge niet afschrijven, maar onze grootste concurrent zijn wijzelf. Wat vind je van jullie prestaties?Zetterberg: Veel hoogtes en laagtes. Bepaalde wedstrijden hebben we niet slecht gespeeld, alleen duurde het nooit negentig minuten. Geen enkele wedstrijd hebben we goed aangevat én goed beëindigd. Sinds de match tegen Standard, twee weken voor de winterstop, spelen we echt niet goed meer. Niet tegen Charleroi, niet tegen Moeskroen en niet tegen Beveren. Pas de tweede helft tegen Lierse zag je weer beterschap. Maar het rare is dat we in die vier, niet al te beste wedstrijden geen enkel doelpunt toestonden, een keer gelijk speelden en liefst drie keer wonnen. Zo word je ...Zetterberg: ...kampioen. Precies. Je moet niet goed spelen om te winnen. Elke ploeg moet door zo'n periode: Brugge maakte het in het begin van het seizoen mee en verloor toen redelijk wat punten, Genk overkwam het de voorbije weken. Ook wij zaten in dat dal - laten we hopen dat we eruit zijn - maar we bleven wel de punten pakken. En dus verontrust het je niet?Zetterberg: Het is nooit goed wekenlang slecht te spelen. We proberen ons beste niveau opnieuw te pakken te krijgen. Vijf spelers zijn in vorm, vijf andere niet, zie je? Daardoor voetballen we momenteel maar op zestig of zeventig procent van onze kwaliteiten. We kunnen veel beter. Wat heeft deze ploeg nu méér dan de voorgaande seizoenen dat ze het kan, slecht spelen en toch punten pakken?Zetterberg: Misschien dat de een voor de ander de mouwen opstroopt als het wat minder gaat. Zit ik nu niet in de wedstrijd, dan durf ik zelfs te tackelen om mijn ploegmaats te helpen. Omgekeerd zakken de aanvallers mee terug om de verdediging een handje toe te steken. Dat gebeurde vroeger minder: als het slecht liep, was iedereen met zichzelf bezig, niet met de ploeg. Nu werken we voor elkaar en hebben we, toegegeven, dat beetje geluk erbovenop. Zonder Filip De Wilde had het in Moeskroen na 25 minuten 2-0 of 3-0 gestaan. Op Standard hetzelfde, dat geluk moet je hebben. Het verschil met vroeger is dat we toen, zelfs al speelden we goed, nooit zeker wisten of we zouden winnen. Nu wel, we wéten het gewoon. Als we er vroeger niets van bakten, verloren we: nu nemen we minstens een punt. Zit Aimé Anthuenis er voor iets tussen dat jullie dat geluk nu wél afdwingen?Zetterberg: Het was alleszins de sterkte van Genk, denk ik. Zij speelden vorig jaar ook wedstrijden die niet goed waren, maar diep vanbinnen zat er een soort razernij in hen, un rage, die maakte dat de een voor de ander door een vuur ging. En dat is belangrijk, zelfs voor een ploeg als Anderlecht. Het is veel belangrijker dat de ploeg goede resultaten behaalt dan dat een of twee spelers op een goede prestatie kunnen terugblikken. Daar is iedereen nu van doordrongen. Wie mislukt in zijn dribbels of zijn passing, maar hard werkt voor de ploeg, kan achteraf ook nooit kritiek krijgen. Omdat hij heeft bijgedragen tot een goed resultaat na negentig minuten. Ondanks de royale voorsprong waarmee Anderlecht het klassement aanvoert, constateerde Lorenzo Staelens onlangs nog een gebrek aan vertrouwen in de ploeg. Hoe kan dat nu?Zetterberg: Ik ben de eerste geweest om het erover te hebben. Al enkele weken heb ik de indruk dat we bij balbezit in paniek geraken, álle spelers, verdedigers zowel als aanvallers. Waarom weet ik niet, maar het gevolg is dat we volop de lange bal zijn beginnen hanteren. Dus, wat gebeurt er? Wij op het middenveld - Enzo, Walter Baseggio en ik - bieden ons aan bij de verdedigers, want wij willen voetballen. Maar zij trappen de bal naar voren. Die keert vervolgens sneller terug dan we zouden willen, want onze aanvallers staan daar wel, maar verder niemand. Dus lopen wij ernaar toe, zonder de bal te zien, waarna we weer terug moeten. Kilometers leggen we zo af, kilometers! En als je de bal dan eens aan je voeten hebt, zeg je tiens en weet je niet wat ermee aangevangen. Je hebt schrik om hem te verliezen en je raakt in paniek. Dat is ons in bepaalde wedstrijden overkomen. In bepaalde wedstrijden, of was het probleem fundamenteler?Zetterberg: Nee, we stelden ons spel soms te erg op Jan Koller af. Dat was belangrijk, in bepaalde matchen, maar eigenlijk is ons voetbal daar niet op gebaseerd. We hebben er de spelers niet voor. Ook voor Jan is het slopend, altijd die ballen op je zien afkomen en ze moeten afleggen. Net als voor mij, want legt hij hem links af of rechts? Je kiest een kant, maar misschien is het de verkeerde. En hop, je moet weer terug. Zo gaat het negen keer van de tien. Niets is zo makkelijk voor een verdediging om zich op in te stellen. In Genk wilde Anthuenis de bal ook zo snel mogelijk naar de aanvallers zien gaan. Misschien probeert hij dat rechttoe, rechtaan-voetbal nu ook in Anderlecht te introduceren?Zetterberg: Hij heeft het ons alleszins nooit opgedragen. Voor de match tegen Lierse vroeg hij om de bal over de grond te spelen. Als je echter geen openingen vindt en je beschikt over een speler als Jan, dan is de lange bal de makkelijkste oplossing. Ah ja, want je kunt Jan haast niet missen. Een vent van twee meter! Maar ik weet dat het ons spel niet is. Bovendien maakt het ons kwetsbaarder omdat we uit positie gaan lopen. Dat is wat Lorenzo bedoelt met dat gebrek aan vertrouwen. En wat jij aanklaagde na het gelijkspel tegen Beveren: dat je alleen maar lange ballen over je hoofd zag vliegen.Zetterberg: Precies, en ik weet niet waarom. Want lange ballen is niet wat het publiek van ons wil zien, noch waar onze spelers het best in zijn. Tegen Moeskroen en Beveren creëerden we er niet eens doelkansen mee. Tegen Ajax en Lierse, toen we voetbalden en onze tijd namen, hadden we er een pak meer. Omdat we dan beter opgesteld staan om de bal te recupereren. Misschien is het een probleem dat te maken heeft met Anthuenis' manier van trainen: veel oefenpartijtjes op een groot veld, elf tegen elf, in plaats van het korte werk over de grond...Zetterberg: ...zoals we vroeger trainden. Bon, het is zijn manier van werken, maar misschien heeft het er inderdaad mee te maken. Op de kleine ruimte is de verleiding klein om een lange bal te trappen. Je bent verplicht om een één-twee aan te gaan of een actie te maken. Op een groot veld daarentegen, met elf tegen elf... Men zegt vaak: je speelt zoals je traint, is het niet ? Moet het dan niet gauw anders, om opnieuw rust en technisch vermogen in jullie spel te krijgen?Zetterberg: Misschien zou dat beter zijn, ja. Om opnieuw variatie in ons spel te krijgen en de durf om te dribbelen of op doel te trappen. Ja, misschien hebben we er wel behoefte aan om weer kort te trainen. Anderzijds, we trainen goéd. Ik heb nooit zoveel getraind als dit seizoen (glimlacht), al kan het ook zijn omdat ik nog niet geblesseerd was. Staat de trainer open, denk je, om zijn werkwijze aan te passen?Zetterberg: Hij is open, ik praat vaak met hem. Daar is hij makkelijk in, hoor. Ons contact is goed, al hield hij in het begin wel afstand tegenover de groep. En omgekeerd, waarop voorzitter Vanden Stock jou als aanvoerder bij zich riep om van de spelers het vertrouwen in de trainer te eisen.Zetterberg: De groep was nog te erg aan Jean Dockx gehecht op dat moment. Hem kenden we al jaren als een soort van vader. Toen er een nieuwe trainer kwam, waren wij daar nog niet klaar voor. We hadden iemand nodig die kort bij ons stond, zoals Jean. De nieuwe situatie zorgde voor 'des mauvais bruits' in de groep. Een normale reactie, vind ik, net zoals ook de zijne om als nieuweling eerst een aantal zaken op orde te stellen. Als dan de resultaten volgen, groei je als vanzelf naar elkaar toe. Nu nog goed voetbal.Zetterberg: We haalden nog niet het niveau waarmee we het vorige seizoen afsloten. Tenzij misschien tegen Bologna. Misschien was dat wel geen toeval. Tegen clubs uit de grote voetballanden zit Anderlecht in de underdogrol en dan komt eigenlijk ook jullie veldbezetting het best tot haar recht. Die is: veel volk in het centrum, wat past bij een ploeg die de bal niét wil hebben, die de tegenstander de ruimte wil ontnemen en op de tegenaanval speculeert.Zetterberg: Mogelijk. Maar met Jean speelden we ook zo, hoor. En dat leverde wel goede wedstrijden op. Omdat er toen geen druk meer was: na de desastreuze start was het seizoen toch al om zeep.Zetterberg: Er was de druk om een Europees ticket te halen. Soms speelden we wel een 4-4-2, zoals onlangs ook tegen Ajax, al was dat de eerste keer dit seizoen. Kijk, over spelsystemen kunnen we náchten doorpraten. Akkoord dat ik meer ruimte heb in een 4-4-2. Wat gebeurt er nu? Als wij met drie man op het middenveld lopen, heeft de tegenstander die daar ook. Zes spelers dus, op een strook van pakweg dertig meter: dan heb je echt weinig tijd om wat met de bal aan te vangen. En wil je hem niet moeten wegkeilen, dan komt het op creativiteit aan, waar het in Anderlecht echter niet van overloopt. Volgens Staelens verliest de ploeg vijftig procent van haar mogelijkheden, als jouw ideeën wegvallen.Zetterberg: Dat is een slechte zaak. Het zal nog gebeuren dat ik geen bal raak en dan zal het nodig zijn dat iemand anders opstaat. Maar dat moeten ze zelf opbrengen, ik kan hen daar niet toe verplichten. Is de ploeg te afhankelijk van jou?Zetterberg: Minder dan vroeger. Gelukkig, ook voor mij, want het sloopt je. Vroeger, toen Johan Walem er nog was, was ik verplicht om de bal in de verdediging te komen ophalen. Vrijwel nooit kwam ik in het strafschopgebied van de tegenstander. Nu wel. Dat is nieuw voor mij, ik moet anders voetballen dan ik gewoon was. Maar het is te gevaarlijk voor een ploeg om van één speler af te hangen. Mist deze groep persoonlijkheid?Zetterberg: Ze is bijzonder rustig. Zeker vergeleken met de groep uit het begin van de jaren negentig, met Degryse, Nilis, Bosman, Albert, De Wolf, Versavel, Rutjes. Wij zijn echt een vriendelijke groep. Er zijn wel persoonlijkheden, zoals Lorenzo, maar niet zoals vroeger. Zelf ben ik ook van het kalme type, ik ben niet iemand die met zijn vuist op tafel gaat slaan als we slecht hebben gespeeld. Zoals ik ook niet iemand ben die vaak mee iets gaat drinken. Wat helpt me dat vooruit? Mijn vrouw verwacht een tweede kindje: zij zijn het belangrijkst, mijn gezin. Met hen moet ik ook na mijn carrière verder. Ik kan mezelf daarin niet veranderen, hoe hard sommigen dat misschien ook zouden willen. Ik kan het wel proberen, maar het zal nooit lukken. Zo steek ik gewoon niet in mekaar. Heeft dit Anderlecht het moeilijk met de druk kampioen te moéten worden?Zetterberg: Ik mag hopen van niet. Ons enige objectief is die titel, die druk leggen we onszelf op de schouders. Iedereen droomt ervan, van een 25ste titel in het jaar 2000. Maar druk is er hier elk jaar, ook vorig seizoen toen we laatste stonden na vijf speeldagen. Dat hadden we nooit eerder meegemaakt. Echt een schande, ik durfde geen stap meer buiten te zetten, ik zweer het je. Vijf jaar wachten we inmiddels op een titel. Da's een lange tijd, hoor, voor een club als Anderlecht. Een geluk dat we zo'n grote kern hebben. Maar ook een trainer die nauwelijks wat wijzigt aan zijn type-elftal.Zetterberg: (Voorzichtig:) Dat zeg jij, hé. Tegen Ajax en Lierse hebben we kunnen zien dat de jongens die anders op de bank of zelfs in de tribune zitten, het erg goed deden. Dat is goed om weten, de concurrentie zal toenemen. Ik begrijp dat sommige spelers dan weg willen. Destijds zat ik in een soortgelijke situatie, vooral omdat ik problemen had met Aad de Mos als trainer. Toen heeft Anderlecht me aan Charleroi verhuurd. Dat was mijn geluk. Het probleem van Stoica bijvoorbeeld is dat hij zich te gemakkelijk laat gaan. Dat begint hij nu ook in te zien, al denk ik niet dat hij klaar is om mijn rol over te nemen. Hij moet kunnen rondzwerven, een beetje zoals Marc Degryse bij GBA. Zij zijn offensiever ingesteld dan ik, die eerder een middenvelder ben. Dat ik nu korter bij de spitsen speel, is louter een keuze van de trainer. (Afgemeten:) En wat goed is voor de ploeg, is goed voor mij. Liever zou ik het spel maken, want het ligt niet in mijn aard om voortdurend de vrije ruimte in te duiken. Maar als het moet, moet het. Ik leer het wel. Het gevolg is dat je minder dominant aanwezig bent in het spel van Anderlecht, dat het wel van je creativiteit moet hebben.Zetterberg: Dat zeg ik je toch? Ik kom minder aan de bal dan vroeger. Dat is nu voor Walter en Enzo. Vroeger speelde ik met Johan Walem op het middenveld: een van ons beiden haalde de bal op, maar nooit waren we ver uit elkaars buurt. Dat kan nu niet meer: waar Walter en Enzo lopen, kan ik er niet ook nog eens bij, of we lopen elkaar met z'n drieën voor de voeten. Wat moet ik dus doen? Dieper gaan spelen. En in de gaten duiken. Februari lijkt de maand van de waarheid te worden, want twee keer staat Club Brugge op jullie programma. Hoe beslissend voor het kampioenschap worden die wedstrijden?Zetterberg: Als we ze winnen, zijn we vertrokken. Veertien punten voorsprong, dat is toch veel. Dat we eerst thuis spelen, is zeker een voordeel. Als we ze nu eerst thuis kloppen, zal dat hard aankomen bij hen. Dan hebben wij aan een gelijkspel in Brugge genoeg. Is Brugge de voornaamste titelconcurrent?Zetterberg: En Genk. (Denkt na.) De pech van Standard is dat ze in het begin te veel punten hebben verloren, zoals wij vorig seizoen. Anders... Maar je weet nooit, wij kwamen er vorig jaar ook nog kort bij. Standard is zeker de ploeg van het moment. Na dit seizoen ben je dertig en waarschijnlijk landskampioen. Wordt het niet eens tijd dat je andere lucht gaat opsnuiven?Zetterberg: Dat weet je nooit. Als je ziet met hoeveel plezier Marc Degryse nog loopt te voetballen. Hij heeft zijn buitenlands avontuur al gehad en heeft zijn schaapjes op het droge, natuurlijk.Zetterberg: Hé, ik ben ook een buitenlander hier. Maar het klopt, ik word er niet jonger op. Als ik nog iets wil ondernemen, moet ik het niet over drie of vier jaar doen. Als er een aanbieding komt, zal ik er altijd over nadenken. En dan zien we wel. Ik ben altijd trouw gebleven aan deze club, dat is juist. Ik heb moeilijke ogenblikken gekend, maar heb ook altijd gezegd dat het mijn grote droom is om met Anderlecht nog eens kampioen te worden. Ik hoop dat het er nu van komt. En dan vertrekken.Zetterberg: Dat zeg ik niet. Geld is belangrijk, natuurlijk. Ik héb aanbiedingen gekregen om elders veel meer te gaan verdienen, en de verleiding om erop in te gaan was er, dat geef ik toe. Maar misschien was ik er niet zo gelukkig geweest als hier. Ik zou niet zoals Branko Strupar naar Derby County zijn gegaan, maar wie ben ik? Hij heeft gelijk dat hij het doet, alleen steek ik zo niet in mekaar. Niemand die weet wat de toekomst brengt. Het kan allemaal zo snel gaan, kijk maar naar wat Enzo nu overkomt. Als ik hier ooit wegga, hoop ik dat het in schoonheid zal zijn. Ik hou niet van ruzie. Maar zover is het nog niet. Zolang je plezier hebt in het heden, denk ik dan, hoef je nog niet te veel aan de toekomst te denken. Jan Hauspie