Wat schort er aan de wetenschap? Ze biedt geen zekerheden meer. Nooit eerder waren de experts zo talrijk en stonden ze zo machteloos toe te kijken (en commentaar te leveren). De hele moderne psychologie heeft niet kunnen verhinderen dat neurosen en depressies massaler dan ooit als spoken in de geesten van de mensen rondwaren. De grond onder de voeten biedt nauwelijks meer reden tot geruststelling, want een eenvoudige aardbeving kan de wetenschap niet voorspellen, laat staan voorkomen. Zelfs de oude, oerdegelijke fysica, model van exacte kennis, maakt zich geen illusies meer en beseft dat de natuurwetten niet langer orde en voorspelbaarheid garanderen. Ook waar de natuur aan de strikte wetten gehoorzaamt, kan zij onberekenbaar zijn. Wat een wervelstorm aanricht, kan men ook met een totale kennis van de wetten van de atmosfeer niet voorspellen.
...

Wat schort er aan de wetenschap? Ze biedt geen zekerheden meer. Nooit eerder waren de experts zo talrijk en stonden ze zo machteloos toe te kijken (en commentaar te leveren). De hele moderne psychologie heeft niet kunnen verhinderen dat neurosen en depressies massaler dan ooit als spoken in de geesten van de mensen rondwaren. De grond onder de voeten biedt nauwelijks meer reden tot geruststelling, want een eenvoudige aardbeving kan de wetenschap niet voorspellen, laat staan voorkomen. Zelfs de oude, oerdegelijke fysica, model van exacte kennis, maakt zich geen illusies meer en beseft dat de natuurwetten niet langer orde en voorspelbaarheid garanderen. Ook waar de natuur aan de strikte wetten gehoorzaamt, kan zij onberekenbaar zijn. Wat een wervelstorm aanricht, kan men ook met een totale kennis van de wetten van de atmosfeer niet voorspellen. De bewustwording van de onmacht van de wetenschap heeft niets met een epidemisch fin de siècle pessimisme te maken, tenzij misschien met dat van de vorige eeuwwisseling. Een terugblik op de voorbije eeuw leert dat de wetenschap al honderd jaar bezig is op een haast systematische manier zekerheden weg te nemen, ongetwijfeld méér zekerheden af te breken dan op te bouwen. Deze ontwikkeling lijkt tegengesteld aan de traditie van een wetenschap die voorspelt en berekent, maar voltrekt zich in werkelijkheid volkomen in de geest ervan en volgens de beproefde methoden van het onderzoek. Aanvankelijk bestudeerde de wetenschap een wereld die statisch en stabiel is en een wetmatig, voorspelbaar gedrag te zien geeft. In het heelal van Newton wentelden de planeten op hun onveranderlijke banen eeuwig rond de zon. Voor Linnaeus vormden de planten en dieren de vaste verzameling van een onveranderlijke, classificeerbare natuur. Pas in de loop van de negentiende eeuw kwam aan het licht dat de aarde en haar levensvormen een evolutie achter de rug hebben. De wereld verloor haar statisch karakter, ze groeit en verandert. Daarna verloor ze ook haar stabiliteit: ze verandert niet alleen, ze wankelt, valt om, verbrokkelt of explodeert.Een van de meest revolutionaire ontdekkingen vond plaats in 1896 toen Henri Becquerel de straling ontdekte die een uraniumerts afgeeft. Onverwachts leerde de wereld het in meer dan één opzicht onplezierige verschijnsel van de radioactiviteit kennen. Toen de natuurkundigen de aard ervan aan het licht brachten, moesten zij het verbijsterende feit onder ogen zien dat de bouwstenen van de materie niet bestendig zijn. Door een spontaan verval kunnen de atomen één voor één barsten en uiteenspringen. Op dat ogenblik was de inwendige structuur van de atomen, zoals we die nu kennen, nog niet bekend, maar er kon geen twijfel meer over bestaan dat deze elementaire bestanddelen geen eeuwige, onvernietigbare deeltjes zijn. De materie, de substantie zelf van het heelal, is niet stabiel. Zij desintegreert. Dat was de onthutsende vaststelling. Enkele jaren voordien, in 1885, ontdekten astronomen, een opflitsende "nieuwe ster" in de Andromedanevel. Niemand begreep op dat ogenblik wat zich afspeelde in de verre nevelvlek, maar later zou blijken (in de jaren twintig) dat men een ontploffende oude ster had waargenomen, een "supernova". Bij een supernova-explosie worden de buitenste lagen van een ster weggeslingerd, terwijl het binnenste deel implodeert en tot onvoorstelbare dichtheid wordt samengeperst. Deze laatste stuiptrekking in het leven van het hemellichaam gaat met een gigantische uitbarsting van energie gepaard. Gedurende enkele dagen straalt de stervende ster meer licht uit dan de miljarden sterren van een heel melkwegstelsel samen. Ook sterren, de eeuwig gewaande, vaste lichtpunten aan het firmament, blijken niet bestendig te zijn. Vroeg of laat spat elk exemplaar als een stuk munitie uiteen. Op alle domeinen van het wetenschappelijk onderzoek stootten de vorsers op instabiliteiten, verstoorde evenwichten en bruuske catastrofes. Omstreeks dezelfde tijd waarop Becquerel zijn ontdekking deed, verscheen het boek Studien über Hysterie van de Oostenrijkse artsen Josef Breuer en Sigmund Freud. Aan de hand van gevallenstudies maakten de auteurs een analyse van het verschijnsel hysterie, een sinds de oudheid bekende maar nooit begrepen stoornis. Breuer en Freud kwamen tot de conclusie dat elke hysterie het gevolg is van een kwetsende belevenis, een trauma dat niet verwerkt kon worden en daarom naar het onderbewustzijn werd verdrongen. Door de verdringing kan de gemoedsaandoening die aan het trauma verbonden is zich niet meer normaal uiten, waardoor de patiënt een "abnormaal" gedrag ontwikkelt dat in neurosen en aanvallen van hysterie tot uiting komt. Ook de menselijke geest blijkt kwetsbaarder dan vermoed, en kan zo wankel worden dat hij abrupt instort. Waar ook de onderzoekers hun blik op lieten vallen, zagen zij instabiliteiten opdoemen. De biologische evolutie, het langzame proces van het ontstaan en vergaan van de soorten, bleek een gevolg van moleculaire instabiliteiten te zijn. De kenmerken van elke soort liggen opgeslagen in de genen, moleculaire structuren die niet stabiel zijn. Genen kunnen mutaties ondergaan, plotse en onvoorspelbare omvormingen waardoor de eigenschappen van de soorten op discontinue wijze veranderen. Niets is standvastig, de materie niet, het leven niet, de menselijke geest niet, ook het heelal in zijn geheel niet. Kosmologen ontdekten dat de ruimte expandeert. Alle sterrenstelsels verwijderen zich van elkaar als gevolg van een oerexplosie die zich zo'n 15 miljard jaar geleden heeft voorgedaan, de zogenaamde Big Bang. Het heelal is geboren uit deze onverklaarde opflakkering waaruit ruimte en tijd, materie en energie te voorschijn kwamen. "Kosmos" noemden de Grieken de wereld, hetgeen "orde" betekent, maar "chaos" lijkt een passender naam. Het heelal is zo wankel en hyperkinetisch dat het elke orde die het opbouwt vroeg of laat ook weer afbreekt. Toeval of niet, maar dat inzicht daagde pas op tijdens de eeuw waarin het mensdom zelf ongekende uitbarstingen van geweld en hysterie kende. Vooruitzichten op meer stabiliteit zijn er voorlopig niet.Gerard Bodifée