INFO: De auteur is hoogleraar logica en wetenschapsfilosoof aan de Vrije Universiteit Brussel.
...

INFO: De auteur is hoogleraar logica en wetenschapsfilosoof aan de Vrije Universiteit Brussel. Jaren geleden in het televisieprogramma Een schitterend ongeluk, bedacht en gepresenteerd door Wim Kayzer voor de VPRO, deed de ondertussen helaas overleden archeopaleontoloog Stephen Jay Gould een opmerkelijke uitspraak. De discussie handelde over de vraag hoe de mens in een complexe omgeving, zoals wij die vandaag zeker kennen, kan overleven. Het is zeer verleidelijk om te stellen dat de mens dan maar even complex moet zijn als die omgeving, maar de feiten lijken dat eerder tegen te spreken. Einsteins, Da Vinci's, Wittgensteins, ze zijn en blijven zeldzaam. Gould betwistte dat: ook in een complexe omgeving kun je met een paar simpele regeltjes overleven. Hij gaf meteen een voorbeeld. In de Amerikaanse zeemacht kregen niet al te snuggere rekruten twee regels mee. Regel 1: 'Als het beweegt, groet het.' Regel 2: 'Als het niet beweegt, schilder het.' Dat een rekruut een schip groet, kan zeker geen kwaad, dus gaat het hoogstens om de occasionele stilstaande generaal die een lik verf moest verduren. Toen vond ik het een geestig voorbeeld, maar echt niet meer dan dat. Ik kon mij moeilijk voorstellen dat je dit idee zou kunnen uitbreiden naar andere gebieden van het menselijk doen en laten. Het betekende natuurlijk ook dat het oorspronkelijke probleem bleef bestaan. Mensen zijn niet echt briljant in het verwerken van informatie, we zijn niet superieur in het maken van gevolgtrekkingen op basis van onze kennis en nog minder in het vormen van verdedigbare, verantwoordbare beslissingen. Iemand die dat wel kan, heet dan zonder meer een expert, en we weten allemaal dat het jaren studie en ervaring vraagt om die status te verwerven. Maar wij, gewone stervelingen, zijn, als ik het wat directer mag uitdrukken, te stom om te helpen donderen. Dus zou het voortdurend mis moeten lopen, maar dat zien we toch niet echt gebeuren. Hoe kan dit? Welnu, met grote tevredenheid kan ik de lezer melden dat er een stukje van het antwoord gevonden is. Men leze het schitterende werk van Michael Bishop en J. D. Trout, Epistemology and the Psychology of Human Judgment (Oxford University Press, 2005). Geloof het of niet, maar Gould had gelijk! In een hoop situaties is het zo dat je inderdaad met een paar eenvoudige regeltjes even goed presteert als de expert. Wat is de clou van het verhaal: die regeltjes hoeven niet correct te zijn in de zin dat ze een getrouwe weergave zijn van de situatie. Je negeert botweg een hoop informatie en toch kom je uit bij een juiste voorspelling. Een paar voorbeelden. Een eenvoudige formule die maar met een paar factoren rekening houdt, zoals jaar en wijnstreek, laat leken toe beter de prijs te voorspellen van wijn op een veiling dan wijnexperten. Of, wat ik het merkwaardigst vind, de eenvoudige F û F regel: om te weten of een huwelijk standhoudt, hoef je alleen maar het verschil te berekenen tussen het aantal keren dat je vrijt (ja, het is dus die F) en het aantal keren dat je ruzie maakt (ja, dat is die andere F). Is het verschil positief, dan zit je goed; is het negatief, maak je zorgen. Is het verschil exact nul, dan heb je met een wiskundig koppel te maken (dit is een grap!). Ik vind dit ongelofelijk hoopgevend. Het is dus niet nodig om iedereen op te leiden tot experts in alles, wat trouwens een feitelijke onmogelijkheid is. Het verrassende antwoord is dat wij in onze domheid allemaal experts zijn zonder het te weten. Zou dit dan toch de beste van alle mogelijke werelden zijn? Jean Paul Van Bendegem