De nachten in de Noord-Albanese stad Kukës zijn van de honden. En van de Serviërs. Die laten er elke nacht mortieren inslaan. Ze zijn gericht tegen de strijders van het Kosovaarse Bevrijdingsleger UCK. De aanvallen frustreren het UCK, omdat het er niets tegen kan beginnen: de Kosovaren moeten het namelijk nog altijd stellen zonder zware wapens.
...

De nachten in de Noord-Albanese stad Kukës zijn van de honden. En van de Serviërs. Die laten er elke nacht mortieren inslaan. Ze zijn gericht tegen de strijders van het Kosovaarse Bevrijdingsleger UCK. De aanvallen frustreren het UCK, omdat het er niets tegen kan beginnen: de Kosovaren moeten het namelijk nog altijd stellen zonder zware wapens. Aan kalashnikovs daarentegen hebben ze geen gebrek. Ze zijn te koop voor vijftig dollar. Dat is de helft van wat ze twee jaar geleden in Bosnië kosten, toen de oorlog daar volop woedde. De wapens doken twee jaar geleden in Albanië op, toen daar de chaos uitbrak na het in elkaar storten van het piramidensysteem, een bedrieglijk stelsel van geldbeleggingen, waarop menig Albanees zijn laatste cent had gezet. Toen de constructie in elkaar donderde, viel de regio ten prooi aan anarchistische benden. Maar over hoeveel kalashnikovs de UCK ook beschikt, met deze wapens kan het niks uitvoeren tegen de goed geoliede oorlogsmachine van de Serviërs. Die zijn begonnen met het ondermijnen van het grensgebied, om de oversteek naar Kosovo van nieuwe UCK-strijders te verhinderen. Bij de grenspost Mokina, waar 10.000 vluchtelingen staan aan te schuiven om in Albanië binnen te mogen, reed vorige zondag een auto op een mijn. Vijf vluchtelingen kwamen daarbij om. In het vluchtelingenkamp van Kukës wemelt het van de vrouwen en kinderen. Ze zijn bedroefd omdat ze hun Kosovaarse mannen in de bergen moesten achterlaten. Maar tegelijk zijn ze trots op hun mannen, omdat die zich bij het UCK hebben aangesloten. De vrouwen met hun vele kinderen weigeren verder Albanië in te trekken. Ze willen liever in de buurt van Kosovo blijven, en daar wachten op nieuws over de successen van hun echtgenoten. Alleen, dat soort nieuws blijft voorlopig uit. Ook bij de Albanezen is het UCK razend populair. Op weg van Tirana naar het grensgebied liet onze taxichauffeur in zijn wagen bombastische muziek weerklinken, waarin de heldendaden van het UCK bezongen werd. Onderweg valt op dat veel van de wegversperringen, die de vluchtelingen moesten ophouden, verdwenen zijn. Het UCK rekruteert bijzonder intensief onder de vluchtelingen. En met veel bijval. De mannen onder de vluchtelingen vervelen zich snel. En in tijden van oorlog is enig machismo nooit ver weg, zeker niet in de Balkan. Op een terrein even ten noorden van de stad Kukës krijgen een aantal gerekruteerde vluchtelingen hun eerste lessen in de gevechtsvoering. Heel krijgshaftig ogen ze niet: niet meteen personeel om mee naar de oorlog te gaan (letterlijk). Ze staan te rillen van de kou. Wat het meest aan hen imponeert, zijn hun kraaknette, nieuwe UCK-uniformen. Hun officieren verplaatsen zich in een zwarte terreinwagen, op de flank ervan staat "Paris-Dakar" geschilderd. Van onbesproken gedrag kunnen de nieuwe UCK-soldaten zeker niet beschuldigd worden. 's Nachts vallen straalbezopen strijders in en rond Kukës voorbijgangers lastig. Vorige maandag timmerden civiele veiligheidstroepen een omheining rond de kampen recht, omdat de UCK'ers er de vorige dagen tenten waren komen stelen. Wellicht wordt het gebied rond de vluchtelingenkampen eerstdaags tot een no go-zone uitgeroepen. De vraag rijst wie het verzet van de UCK eigenlijk organiseert. In de streek toeren wagens met Duitse nummerplaten rond, met aan boord mannen met UCK-uniformen. Ook gezien: bestelwagens met Belgische nummerplaten. En met stickers waarop te lezen staat: "Beckers Motors Heverlee" en "Icopall, beveiliging van platte daken". Een Belgische hulporganisatie die in het dorp Koche, vijftien kilometer ten westen van Kukës, de toestand bij een lokaal team wilde verifiëren, werd tegengehouden en naar de plaatselijke UCK-basis omgeleid. Daar werden ze tot hun verbijstering door de chef van de basis in vloeiend Vlaams toegesproken. Die eiste bewijzen dat hun aanwezigheid daar strikt humanitaire redenen had, en dat ze geen vermiste Serviërs aan het helpen waren. Ook de Albanezen zijn op hun hoede, en willen liever niet door UCK-eenheden overspoeld worden. Er ontstond commotie toen bekend raakte dat de Albanese staatsveiligheid in de havenstad Durrës veel potentiële UCK-leden de toegang tot het land ontzegde. De overheidsinstanties willen vooral niet bij het militaire conflict betrokken raken. In deze kringen wordt gehoopt dat de Navo-luchtaanvallen ook helpen om de UCK-manoeuvres bij te sturen. "Dat ze vooral niet vergeten dat het hier om een leger uit de Balkan gaat, en zich niet te veel laten vangen aan de romantiek van een bevrijdingsleger", zegt een ingewijde. En inderdaad, de oorlogszucht van de UCK druipt ervan af. Het is duidelijk: Serviërs en Albanezen zullen nooit meer samen wonen. In Kosovo niet, en elders ook niet. In Kukës groeit de overtuiging dat de achtduizend Navo-soldaten, onder wie zeshonderd Belgische manschappen, niet naar hier onderweg zijn om de vluchtelingen en de hulpgoederen te beschermen. Daarvoor is het gevoel van onveiligheid in en rond de kampen namelijk veel te groot. De meeste waarnemers gaan er van uit dat de Navo hier het begin van een internationale grondtroepenmacht voor Kosovo wil samentrekken. De Belgen zijn hierbij gewaarschuwd.Dirk Draulans