Het is mogelijk dat iedereen een unieke darmflora heeft, zijn eigen speciale cocktail van darmbacteriën. Maar dat wil niet zeggen dat de manier waarop de bacteriën in een darm op elkaar inwerken ook uniek is. Als er een universele dynamiek in de darmflora zou bestaan, vergemakkelijkt dat natuurlijk het ingrijpen als er iets misloopt. Bio-informaticus Jeroen Raes van de Leuvense tak aan het Vlaams Instituut voor Biotechnologie bespreekt met een collega in Nature de eerste beschikbare resultaten. Die zijn bemoedigend, want ze illustreren dat er effectief ...

Het is mogelijk dat iedereen een unieke darmflora heeft, zijn eigen speciale cocktail van darmbacteriën. Maar dat wil niet zeggen dat de manier waarop de bacteriën in een darm op elkaar inwerken ook uniek is. Als er een universele dynamiek in de darmflora zou bestaan, vergemakkelijkt dat natuurlijk het ingrijpen als er iets misloopt. Bio-informaticus Jeroen Raes van de Leuvense tak aan het Vlaams Instituut voor Biotechnologie bespreekt met een collega in Nature de eerste beschikbare resultaten. Die zijn bemoedigend, want ze illustreren dat er effectief universele patronen in samenstelling en dynamiek van een darmflora zijn. Raes en zijn medewerkers brengen aan de lopende band nieuwe resultaten in hun onderzoek naar onze darmbacteriën. In Nature Microbiology presenteren ze het ecosysteem van onze darm. Ze ontdekten dat de helft van onze darmbacteriën voedingsgeneralisten zijn, terwijl de rest gespecialiseerd is in koolwaterstoffen, eiwitten of vetten. Het onderscheid is belangrijk voor de verteringscapaciteit van een darm. Zoals elk goed ecosysteem voorziet ook onze darm in buffers: als er bijvoorbeeld een stam van vet verterende bacteriën wegvalt, kunnen andere al dan niet tijdelijk die functie overnemen. Maar een hoge diversiteit aan bacteriën houdt een risico in vanwege de aanwezigheid van stammen die minder gunstig zijn voor onze gezondheid. Het is dus niet zo dat een hoge diversiteit in onze darmflora per definitie een gezonder ecosysteem impliceert. Het ontrafelen van het idee van een ecosysteem in onze darm kan eventueel wel leiden tot gerichte ingrepen, bijvoorbeeld met prebiotica die gunstige bacteriestammen bevoordelen. Darmbacteriën worden nu al ingezet in de geneeskunde. In het vakblad Gut beschrijft een team rond Raes en gastro-enterologe Severine Vermeire van het UZ Leuven hoe drastische veranderingen in de darmflora van patiënten een indicatie geven van het risico dat ze lopen op een zware leveraandoening: primaire scleroserende cholangitis. Als de inzichten bevestigd worden, zou een analyse van de darmflora kunnen fungeren als een diagnose voor de ziekte, die momenteel uitsluitend door een levertransplantatie efficiënt getackeld kan worden. De hoop rijst dat patiënten ooit zullen kunnen genezen door gericht in te grijpen in de samenstelling van hun darmflora. Op een vergelijkbare manier gaat Raes op zoek naar bevestiging voor aanwijzingen dat er (alvast bij muizen) een verband zou bestaan tussen de samenstelling van de darmflora en de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer. Ook daarvan wordt gehoopt dat het een snelle detectie van de ziekte mogelijk zal maken. En wie weet zit er op termijn wel een vorm van behandeling in. DOOR DIRK DRAULANSEr zou zelfs een verband bestaan tussen de aard van de darmflora en de ziekte van Alzheimer.