Vorige vrijdag overleed Maurits Coppieters, een minzame man, een man van goede wil die met grote hartstocht aan politiek deed. Hij was 85.
...

Vorige vrijdag overleed Maurits Coppieters, een minzame man, een man van goede wil die met grote hartstocht aan politiek deed. Hij was 85. In Een Hollander ontdekt Vlaanderen beschreef Godfried Bomans, die met hem over de oorlog en de collaboratie kwam praten, Coppieters als volgt: ' ... deze volksvertegenwoordiger [heeft] een eigenaardige, bijna jongensachtige vurigheid behouden. Hoe hij zich heeft kunnen vrijwaren voor de toch altijd enigszins bespeurbare geblaseerdheid, wanneer een politicus zich gedwongen ziet het hem overbekende terrein nog eens helemaal rond te wandelen, weet ik niet, maar een feit is dat hij met glanzende ogen op het puntje van zijn stoel zat te praten, alsof hij gisteren verkozen was.'Die bevlogenheid, welke Bomans was opgevallen, heeft Coppieters nooit verlaten, ook niet toen hij enkele jaren geleden door een slepende ziekte werd getroffen. ' De ziekte heeft me sterk veranderd', vertelde hij in een nieuwsbrief van de Vlaamse Liga tegen Kanker. 'Ik kan het niet meer lijden dat mensen elkaar het leven zuur maken. Ik weiger aan te nemen dat er onoverbrugbare onenigheden bestaan. Een probleem tussen mensen is op te lossen. Als ik iets overhoud aan mijn worsteling met de dood dan is het wel die overtuiging.'Coppieters, historicus van vorming, genoot zijn maatschappelijke vorming bij de scouts, zijn politieke opleiding kreeg hij grotendeels bij de redactie van De Vlaamse Linie, totemblad van de Vlaamsgezinde katholieken dat het Iesu Homo Salvator-monogram van de jezuïeten in de titel voerde. Hij maakte deel uit van de kleine groep, waartoe ook Wilfried Martens behoorde, die de Vlaamse Volksbeweging bij de heroprichting in het Rodenbach-jaar 1956 niet alleen een nieuw elan maar ook een grotere geloofwaardigheid meegaf. Coppieters was ook zuiver van elke collaboratie. Hij kon daarom met des te meer gezag de voor Vlaams-nationalisten altijd delicate amnestiekwestie boven de tafel brengen. Dat Coppieters bij de Volksunie aanmeerde, had niet alleen te maken met zijn persoonlijke ontgoochelingen in de toenmalige CVP. De VU rekruteerde haar politiek personeel uit de sociale bovenlaag. De mandatarissen van de partij, hoewel niet altijd even gedisciplineerd, kenden de Belgische feiten en cijfers. Coppieters was zo iemand. In tegenstelling tot de meesten van zijn partijgenoten, en zeker zij die later wegdreven naar het Vlaams Blok, liet Coppieters zich niet opsluiten in het volksnationalisme. Hij bestempelde zich graag als een Vlaamse patriot. Maar liever nog noemde hij zijn Vlaams-nationalisme een bevrijdingsnationalisme, een term geleend bij Hendrik de Man. Zonder politici als Coppieters, die veertien jaar in het Belgische en drie jaar in het Europees parlement doorbracht, zou de gang naar de federalisering veel langer en moeizamer zijn verlopen. Maatschappelijke voordelen heeft Coppieters uit de politiek niet gehaald - het koninklijk hof belette ooit dat deze republikein minister van Cultuur werd. Toen hij in 1983 het voorzitterschap op zich nam van het Nationaal Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking, intussen omgedoopt tot 11.11.11, leek het alsof hij in één keer alle politieke nonsens van zich had afgeschud, om zich helemaal toe te leggen op wat hem echt naar het hart ging. Hij was 76, en al naar de achtergrond verdwenen, toen hij door Freddy Willockx en Norbert De Batselier werd aangezocht om mee te schrijven aan een tekst, Het Sienjaal, die de progressieve krachten in Vlaanderen zou mobiliseren en die de politieke vernieuwing over de partijgrenzen heen moest bevorderen. Maar partijen, vakbonden en zelfs sociale organisaties zijn politieke ondernemingen met eigen aandeelhouders en bestuurders die vooral de eigen macht in stand willen houden. Dat ze bij de christelijke arbeidersbeweging een electoraal manoeuvre van de Vlaamse socialisten vermoedden, was niet de enige reden voor de mislukking van Het Sienjaal. Net als Leo Collard destijds met zijn progressieve frontvorming stootten Coppieters, Willockx en De Batselier op heimelijk verzet binnen de socialistische beweging, alsook op de mediocriteit van de meesten van hun gesprekspartners. Maurits Coppieters moet de afgelopen jaren vaak ontgoocheld zijn geweest over wat zich afspeelde onder de vlag van de Vlaamse Gemeenschap, die hij mee tot stand heeft gebracht. Verbittering was hem evenwel volkomen vreemd. Nu Coppieters er niet meer is, wordt de lucht in Vlaanderen weer wat zwaarder. Rik Van Cauwelaert