Wie niet goed kijkt, kan een andere indruk krijgen maar er wordt in België wel degelijk nagedacht over wat er in de wereld gebeurt. Zeker als er ergens Belgische soldaten bij betrokken zijn, kun je alleen hopen dat verantwoordelijke politici af en toe hun licht opsteken bij een denktank zoals Egmont - het Royal Institute for International Relations, zoals de bezige instelling met haar volledige naam heet. Vorige week boog Egmont zich in de beslotenheid van de priorij van Hertoginnedal over wat de uitkomst van de oorlog in Afghanistan moet zijn.
...

Wie niet goed kijkt, kan een andere indruk krijgen maar er wordt in België wel degelijk nagedacht over wat er in de wereld gebeurt. Zeker als er ergens Belgische soldaten bij betrokken zijn, kun je alleen hopen dat verantwoordelijke politici af en toe hun licht opsteken bij een denktank zoals Egmont - het Royal Institute for International Relations, zoals de bezige instelling met haar volledige naam heet. Vorige week boog Egmont zich in de beslotenheid van de priorij van Hertoginnedal over wat de uitkomst van de oorlog in Afghanistan moet zijn. Toen de Amerikaanse president George W. Bush na de aanslagen van 11 september 2001 het regime van de taliban aanviel, omdat het onderdak bood aan Al-Qaeda en Osama Bin Laden, leek de bedoeling van dat avontuur duidelijk. Ruim zeven jaar later raken steeds meer landen bij het conflict betrokken, en bestaat er grote onzekerheid over de doelstellingen en hoe die moeten worden bereikt. Gaat het nog altijd louter om de oorlog tegen het terrorisme? Of moet er in Afghanistan ook aan staatsopbouw worden gedaan? Moet de uitkomst zijn dat Afghanistan een democratie wordt naar westers model? Het lijkt er steeds meer op dat de twee moeilijk van elkaar kunnen worden gescheiden. Zo maakt het Westen zich druk als leiders in de regio de moslimwet, de sharia, willen introduceren. Of als fundamentalisten meisjes met geweld verhinderen om naar school te gaan. Als het er ons alleen om te doen was om te vermijden dat Afghanistan weer een terroristennest wordt, zou die moslimwet geen verschil mogen maken. Aangezien dat wel het geval is, draait de interventie ondertussen om meer dan om veiligheid alleen. Dat maakt het allemaal zo moeilijk. Militair valt het conflict te overzien, maar op het brede maatschappelijke vlak spelen factoren waar het Westen geen kijk op heeft. Een ander probleem is de betrokkenheid van Pakistan, een kernmacht. Er zijn waarnemers die ervan uitgaan dat Pakistan eigenlijk aan de basis ligt van het conflict, met de manier waarop het zich in de Afghaanse stammenstrijd heeft gemengd. Sinds de onafhankelijkheid van Bangladesh, het voormalige Oost-Pakistan, zoekt Is-lamabad vertwijfeld naar een manier om het evenwicht met aartsvijand India te herstellen. Pakistan moet zich realiseren dat het radicale islamisme de echte vijand is. Dezelfde islamisten die het lang de hand boven het hoofd heeft gehouden. De vraag is dus: wat verwachten we van de oorlog in Afghanistan, en wanneer kunnen we daar weg? Een cynische stem zegt dat het moment van vertrek wordt bepaald door de Amerikaanse politieke agenda. Bijvoorbeeld, als Barack Obama over drie jaar de strijd voor zijn herverkiezing aangaat. Ondertussen stelt Egmont voor om toch maar een strategisch debat te voeren. Zodanig dat ook de publieke opinie weet waar we aan toe zijn. Zeker de bijzondere Amerikaanse gezant voor de regio, Richard Holbrooke, hoort te weten dat een complexe situatie om een duidelijke politieke strategie vraagt. Dat moet hij zich nog herinneren uit zijn tijd in Joegoslavië. door Hubert van Humbeeck