Zelf zijn we de adoptieouders van twee broertjes, Phil (4) en Hans (2) uit Haïti, geadopteerd via Ray of Hope. En Phil is de kleuter aan wie Cécile Van Woensel in uw artikel refereert, namelijk het kind dat 'krijsend werd meegegeven aan een wildvreemde begeleider op het vliegtuig. Dat ging door merg en been.' Dat maakt ons een beetje betrokken. En een beetje duiding kan af en toe geen kwaad.
...

Zelf zijn we de adoptieouders van twee broertjes, Phil (4) en Hans (2) uit Haïti, geadopteerd via Ray of Hope. En Phil is de kleuter aan wie Cécile Van Woensel in uw artikel refereert, namelijk het kind dat 'krijsend werd meegegeven aan een wildvreemde begeleider op het vliegtuig. Dat ging door merg en been.' Dat maakt ons een beetje betrokken. En een beetje duiding kan af en toe geen kwaad. Gezien de persoonlijkheid van Phil, wat hij heeft meegemaakt, hoe hij op Schiphol in onze handen is terechtgekomen, en het mondelinge verslag van Cécile Van Woensel en de vreemde begeleidster, kan ik me voorstellen hoe daar in het vliegtuig 'het kot te klein was'. In combinatie met de tekst verder, suggereert Knack evenwel dat deze kleuter misschien wel 'uit de handen gerukt van de moeder', tegen betaling, en zeer kindonvriendelijk rechtstreeks op het vliegtuig is gedumpt. Ik wil niet betwisten dat er, algemeen gesproken, mogelijkheden zouden zijn tot misbruik, integendeel. Maar dit specifieke voorbeeld dat Cécile hier aanhaalt - want ze heeft ook maar één reis meegemaakt - kan niet worden gebruikt om de daaropvolgende bewering hard te maken. Een kleuter adopteren is trouwens iets compleet anders dan een baby van drie à zes maanden, waar 90 procent van de adoptieouders naar hengelt. Dit is volgens mij trouwens één van de redenen waarom adopties zolang duren en misbruiken gegenereerd worden (malafide personen weten dat er een specifieke vraag is en zullen een aanbod produceren). Kleuters pak je niet zomaar aan het handje mee in een vliegtuig. Die hebben een traumatische ervaring achter de rug. Die weten perfect wat er zich de maanden voor hun adoptie heeft afgespeeld, en natuurlijk willen die niet zomaar mee. Als we in de mogelijkheid waren geweest om zelf naar Haïti te reizen en ze op te halen, dan hadden onze kleuters vast niet anders gereageerd dan bij de begeleidster. En hier komt het verschil met hoe onze kinderen naar België kwamen: namelijk met een escorte. Om elke vorm van hechting of een verkeerde verwachting bij de kinderen te vermijden, gaat men het contact met de escorte(s) zo kort mogelijk houden. En daar ligt de grote verantwoordelijkheid van de adoptiedienst: ter plaatse moeten de kinderen worden voorbereid, verteld worden over wat hen te wachten staat. Via andere ouders weten we ook dat (en daar hebben we foto's van) onze jongens wéken op voorhand zijn opgevangen in het tehuis. Ze zijn dus niet van bij de moeder weggerukt. Wel zijn ze heel slecht voorbereid op hun 'reis'. Dat weten we van de begeleidster en van Cécile, die de jongens eigenlijk pas in het vliegtuig heeft kunnen 'briefen' over wat hen te wachten stond. Foto's van onszelf, het huis en de poezen, die we ze ruim op voorhand hadden gestuurd, alsook de cadeautjes, een autootje en een knuffel, hebben ze duidelijk nooit gekregen in het opvangtehuis. Wat Ray of Hope betreft: onze adoptie is onze ervaring. Tevreden over Ray of Hope zijn we allerminst. Wat in uw artikel vermeld wordt over de 'adoptievorm' in Haïti klopt wat ons betreft voor 100 procent. Ook wij zijn hierover slecht (niet) ingelicht door Ray of Hope en we menen ons te herinneren dat men daarover ook op een informatieavond redelijk vaag bleef. Het gevoel dat we te veel betaalden voor de adoptie (kosten etc.) blijft. Vanaf het moment dat Ray of Hope in opspraak kwam, werden we als ouders aan ons lot overgelaten. Geen brief, geen telefoontje, niets. We weten niet hoe het verder moet met de controlebezoeken en de sociale verslagen. Gert Fransen-Mie De Backer, Antwerpen.