Op de Achttiendaagse Veldtocht na is minister van Defensie André Flahaut het ergste wat het Belgische leger ooit is overkomen. De door hem aangerichte puinhoop in het ooit internationaal gereputeerde brandwondencentrum van Neder-Over-Heembeek is al voldoende om het rampenfonds in te schakelen. En dan blijven het beleid van deze minister inzake legeraankopen met de bijzonder nonchalante compensatie-regelingen, zijn taalpolitiek in het leger en zijn doldrieste optredens in NAVO-verband nog onbesproken.
...

Op de Achttiendaagse Veldtocht na is minister van Defensie André Flahaut het ergste wat het Belgische leger ooit is overkomen. De door hem aangerichte puinhoop in het ooit internationaal gereputeerde brandwondencentrum van Neder-Over-Heembeek is al voldoende om het rampenfonds in te schakelen. En dan blijven het beleid van deze minister inzake legeraankopen met de bijzonder nonchalante compensatie-regelingen, zijn taalpolitiek in het leger en zijn doldrieste optredens in NAVO-verband nog onbesproken. Zelfs in zijn eigen Parti Socialiste weten ze soms van pure gêne niet waarheen gekeken. Ware het niet dat Flahaut ooit het Studiecentrum Emile Vandervelde leidde - en dus weet welke PS-lijken in welke kasten zitten - en zowat de enige notoire PS'er van Waals-Brabant is, hij zou er bij de vorige regeringsvorming al zijn uitgebonjourd. Maar bij gebrek aan een betere kandidaat bleef Flahaut op Defensie, waar hij klaarblijkelijk naar eigen goeddunken met honderden miljoenen euro's tegelijk mag jongleren. Een béétje parlement zou allang een onderzoekscommissie op de been hebben gebracht om het beleid van Flahaut onder de lamp te houden. Maar de volksvertegenwoordiging krijgt van de federale meerderheid geen millimeter ruimte. Elke aanval, hoe miniem die interpellatie ook moge zijn, wordt in het Franstalige landsgedeelte als de zoveelste communautaire drijverij van de Vlaamse volksvertegenwoordigers afgedaan. De socialistische vakbond verwerpt intussen het moeizaam tot stand gekomen sociaal akkoord. Maar niemand wil gezegd hebben dat alleen het Waalse ABVV, gebruikmakend van zijn overwicht, de arbeidsovereenkomst afschoot en op die manier de regering verplicht de tussen werkgevers en werknemers gemaakte afspraak op te leggen. Dat laatste wordt overigens een interessante politieke oefening. Want in een recent verleden verklaarde vice-premier Laurette Onkelinx vierkant achter de vakbond te staan. Afgelopen zaterdag in een interview met de krant De Morgen verklaarde vice-premier Johan Vande Lanotte dat de kwestie Brussel-Halle-Vilvoorde niet langer dan enkele weken mag aanslepen en dat hij zal proberen een oplossing uit te werken. Uitgerekend diezelfde dag, maar dan in de Franstalige krant Le Soir, zegt de andere vice-premier Didier Reynders, die met Vande Lanotte de werkgroep voorzit die geacht wordt een compromis uit te werken, dat hij zich niet verplicht voelt om een oplossing te zoeken. Reynders weigert in elk geval mee te stappen in de logica van de Vlamingen die aansturen op een splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde. Blijkbaar moeten de twee institutionele bomspecialisten eerst onderling tot een vergelijk komen. Al deze voorbeelden tonen aan dat heel het Belgische politieke bedrijf communautair is ondermijnd. Jarenlang heeft de paarse meerderheid er alles aan gedaan om de meningsverschillen tussen de gemeenschappen onder het tapijt te houden. Er was geen verjaardag die niet werd ondersteund met vorstelijke aanwezigheid, geen koninklijke trouwerij die niet werd vergezeld door van overheidswege betaald tricolor vendelgezwaai. Het grote publiek, zeker in Vlaanderen, raakt intussen wat uitgekeken op die vitrines van de monarchie. De uitglijers van kroonprins Filip, omringd door een oudmodische, belgicistische entourage die geen enkele voeling heeft met de Wetstraat en klaarblijkelijk een eigen agenda koestert, beginnen op ieders zenuwen te werken. Voorlopig doet het Belgische establishment nog zeer zijn best om dat allemaal toe te dekken. Soms op het aandoenlijke af. Toch komen we er niet uit. In Franstalig België beseffen ze dat nu ook. Als de Brusselse minister-president Charles Picqué, een van de PS-kopstukken, een groot institutioneel debat voorstelt om na te gaan of de wil tot samenleven nog aanwezig is, dan gebeurt dat niet zomaar. Jonge Franstalige politici, zoals de Waalse minister van Economie Jean-Claude Marcourt, een van de bollebozen van de PS, maken intussen hun rekeningen, bekijken de kastoestand. Zij weten - en zeggen dat ook - dat Wallonië nog een tiental jaar nodig heeft alvorens solo te kunnen vliegen. Die gedachte is ze zelfs niet ongenegen. Misschien moeten we de grote institu- tionele staten-generaal maar eens samenroepen om het voorlopig ondenkbare eens openlijk te bespreken. Tsjechen en Slovaken werden niet slechter van hun fluwelen revolutie. Rik Van Cauwelaert