Jan Jambon minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken (N-VA) - 'Slimme minister'

Jan Jambon (°1960) was de eerste politicus in België die de titel 'minister van Veiligheid' kreeg. Onder meer de federale politie, het Crisiscentrum en het Orgaan voor de Coördinatie en Analyse van de Dreiging (OCAD) vallen onder Jambons directe verantwoordelijkheid.
...

Jan Jambon (°1960) was de eerste politicus in België die de titel 'minister van Veiligheid' kreeg. Onder meer de federale politie, het Crisiscentrum en het Orgaan voor de Coördinatie en Analyse van de Dreiging (OCAD) vallen onder Jambons directe verantwoordelijkheid. Jambon, licentiaat informatica, bouwde een carrière uit in de bedrijfswereld en werkte onder meer voor IBM, SD Worx en de Bank Card Company. In 2007 werd hij in het parlement verkozen voor de N-VA en nam hij ook een schepenmandaat op in Brasschaat, waar hij later burgemeester werd. In oktober 2014 trad hij aan in de regering-Michel als vicepremier en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken. Door zijn open communicatie is hij voor het publiek in Vlaanderen hét gezicht van het veiligheidsbeleid van de regering-Michel. Voor sommige uitspraken ('Ik ga Molenbeek opkuisen', 'Significant deel van moslimgemeenschap danste na aanslagen', 'Eén persoon uit het politieapparaat heeft geblunderd') kreeg hij veel kritiek. Oordeel van de jury: Een slimme minister, met een neus voor goede ideeën. Jambon groeide snel in zijn rol en zette heel wat nieuwe zaken op de rails, zoals de bestuurlijke handhaving in probleemzones (Kanaalplan in Molenbeek), de schaalvergroting en het kerntakendebat bij de politie. Nu is het zaak die ook af te werken. Strategisch gezien heeft Jambon als vicepremier van Vlaanderens grootste partij een sterke politieke positie. In tegenstelling tot zijn collega van Justitie Koen Geens is hij voorstander van de harde aanpak in verband met het veiligheidsprobleem. Vandaar dat de twee veiligheidsministers in deze federale regering vaker van mening verschillen dan de buitenwereld vermoedt. Catherine De Bolle (°1970) is de topvrouw van de federale politie. In 2015 werd ze nog gelauwerd als Overheidsmanager van het Jaar. In tijden van budgettaire krapte is het evenwel niet eenvoudig een politiedienst te leiden die geconfronteerd wordt met een aanhoudende terreurdreiging. Die legt een groot beslag op de capaciteit. Met een diploma rechten op zak volgde De Bolle een opleiding tot officier bij de Rijkswacht, waar ze in 1994 aan de slag ging als juriste. Later werd De Bolle benoemd tot korpschef van de lokale politie in haar thuisstad Ninove. Meer dan tien jaar leidde ze het korps. In maart 2012 trad De Bolle aan als de eerste vrouwelijke commissaris-generaal van de federale politie. Na een gunstige evaluatie werd haar mandaat eind vorig jaar verlengd. Oordeel van de jury: 'Catherine De Bolle is incontournable door haar functie', zegt een jurylid. Ze leidt de geïntegreerde federale politie in zeer moeilijke omstandigheden, gelet op de bezuinigingen bij de overheid. Ze is het gezicht en het uithangbord van de politie en communiceert goed. Het is volgens een van de juryleden niet uitgesloten dat zij in de nabije toekomst de federale politie verlaat voor een internationale functie in het buitenland. Sinds drie jaar staat Frédéric Van Leeuw aan het hoofd van het federaal parket, dat een cruciale rol speelt in de bestrijding van terrorisme, cyberdreigingen en georganiseerde misdaad. In 2002 ging Van Leeuw aan de slag als substituut bij het Brusselse parket. In 2007 stapte hij over naar het federaal parket, waar hij referentiemagistraat voor de strijd tegen de informaticafraude werd. Onder Van Leeuw communiceert het federaal parket heel open met de buitenwereld: het verstuurt bijna dagelijks persberichten over allerhande lopende terreuronderzoeken. Oordeel van de jury: Frédéric Van Leeuw pakt de terrorismedossiers schrander aan, vindt de jury. Hij is géén paniekzaaier, maar een verfijnde magistraat met een humane aanpak en een verfrissende managementstijl. 'Het federaal parket is de beste uitvinding van justitie in de recente Belgische geschiedenis en Van Leeuw leidt de dienst op een professionele en evenwichtige manier. Hij communiceert goed en hij weet zich te omringen met goede mensen.' Het viel een jurylid ook op dat Van Leeuw indruk maakte op een internationaal forum: 'Hij werd gerespecteerd en straalde gezag uit.' Op 1 januari 2016 nam Paul Van Tigchelt (°1973) de leiding over van het Orgaan voor de Coördinatie en Analyse van de Dreiging (OCAD), de dienst die het dreigingsniveau van België bepaalt. Van Tigchelt scoorde in de selectieprocedure het best 'op strategisch, analytisch, managerieel en communicatief vlak'. Dat hij al vertrouwd was met de werking van het OCAD, was ook een pluspunt. Toen het OCAD in 2006 werd opgericht, behoorde Van Tigchelt als adjunct-kabinetschef bij minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (Open VLD) tot de inner circle van de besluitvorming. Bij het OCAD werken zo'n 70 mensen. De dienst speelt een belangrijke rol bij de opvolging van de Syriëstrijders, via de zogenaamde 'dynamische databank'. Voor Van Tigchelt het OCAD leidde, werkte hij onder meer als woordvoerder bij het Antwerpse parket-generaal. Oordeel van de jury: De baas van het OCAD heeft een zeer grote invloed op het veiligheidsbeleid. Van Tigchelt en zijn ploeg medewerkers bepalen het dreigingsniveau in ons land - dat momenteel nog op 3 staat (het op een na hoogste). Hij reageert op een rustige, afgewogen en scherpe manier op veranderende situaties, vindt de jury, en maakt een zakelijke indruk. Dat is ook nodig, 'want elk woord van hem wordt op een goudschaaltje gewogen'. Bij het grote publiek is Francisca Bostyn (°1977) geen bekend gezicht, maar achter de schermen van de veiligheidswereld speelt ze een belangrijke rol. Toen minister Geens zich na de aanslagen van 22/3 moest verantwoorden in het parlement zat zij aan zijn zijde. Als vicekabinetschef volgt ze onder meer de Staatsveiligheid op. Bostyn kan daarbij bogen op de ervaring die ze opdeed op tal van strategische posities. Ze werkte als politiek analist bij Defensie en ging onder meer op missie naar Congo en Kosovo. In Afghanistan werkte ze als adviseur van de NAVO-ambassadeur. Bostyn was vervolgens analist op het Orgaan voor de Coördinatie en Analyse van de Dreiging (OCAD) én veiligheidsadviseur van premiers Herman Van Rompuy (CD&V) en Yves Leterme (CD&V). Vanuit die functie gaf ze leiding aan het College voor Inlichtingen en Veiligheid, dat de inlichtingendiensten aanstuurt. Bostyn kent ook het Europese veiligheidsbeleid goed, want ze was jarenlang adviseur van Gilles de Kerchove, de EU-coördinator terrrorismebestrijding. Oordeel van de jury: De jury heeft veel waardering voor Francisca Bostyn. Zij is een belangrijke figuur op de achtergrond: ervaren, schrander, verbindend, proactief, leergierig en ondanks haar leeftijd toch zeer ervaren. 'Veel terreinkennis en bakken ervaring op sleutelposten', zo vat een jurylid het samen.