Peyman Jafari (Nederlands-Iraans politicoloog): Het was verrassend, zowel dat Rohani de verkiezingen won als de snelheid waarmee hij een nucleaire deal kon sluiten. Al zijn zulke verrassingen in Iran vaste prik. Elke president sinds de islamitische revolutie van 1979 is een verrassing geweest. Dat is de regel. Net zoals het feit dat elke president op zeker ogenblik in conflict komt met de religieuze leiders van het land. En laat dat laatste nu de reden zijn waarom Rohani zo sterk heeft ingezet op een akkoord over de Iraanse nucleaire verrijking.
...

Peyman Jafari (Nederlands-Iraans politicoloog): Het was verrassend, zowel dat Rohani de verkiezingen won als de snelheid waarmee hij een nucleaire deal kon sluiten. Al zijn zulke verrassingen in Iran vaste prik. Elke president sinds de islamitische revolutie van 1979 is een verrassing geweest. Dat is de regel. Net zoals het feit dat elke president op zeker ogenblik in conflict komt met de religieuze leiders van het land. En laat dat laatste nu de reden zijn waarom Rohani zo sterk heeft ingezet op een akkoord over de Iraanse nucleaire verrijking. Jafari: Om dat te begrijpen, moet je eerst inzien dat er een belangrijke tegenstelling zit ingebakken in het Iraanse beleid: die tussen het wereldlijke en het religieuze gezag. Iran wordt sinds de revolutie wel eens verward met een theocratie, maar dat klopt niet. Er hangt een constante spanning tussen de twee bestuursniveaus. De religieuze Raad der Hoeders en de hoogste leider Ali Khamenei hebben dan wel een vetorecht, maar er zijn ook verkiezingen en republikeinse instellingen, en die vertegenwoordigen wel degelijk een serieus machtsblok. Iran is immers ook geen volledige dictatuur, zoals het regime van de sjah dat voor de revolutie wel was. De revolutie, die gedragen werd door de middenklasse, heeft de politieke macht van de Iraniërs sterk uitgebreid. Zo is er een enorme bureaucratie van miljoenen mensen uit voortgekomen, die een zeg hebben over het beleid. En zij willen de macht van de geestelijkheid beperken. Jafari: Dat heeft meer te maken met de aard van het autoritaire regime dan met de macht van de geestelijkheid. Ook in China en Rusland zijn ze niet blij met protest, en dat zijn geen religieus geleide landen. De verwereldlijking van de macht in Iran is al sinds de revolutie aan het groeien. Alleen de invulling van die macht verschilt natuurlijk per leider: de vorige president Mahmoud Ahmadinejad was nu eenmaal een conservatief, Rohani is een gematigd hervormer. Ik zeg wel eens dat de geestelijkheid in Iran de politiek oorspronkelijk religieuzer wilde maken, maar dat het omgekeerde is gebeurd. De geestelijken zijn politieker, wereldlijker geworden. Kijk maar naar Rohani. Hij is wel een geestelijke, maar al zijn hele carrière is hij vooral bezig met politiek en beleid. Jafari: Integendeel. In zijn campagne hamerde Rohani al op betere internationale betrekkingen. Dat hij dat mocht, bewijst dat Khamenei er niet tegen is, dat hij won wil zeggen dat de bevolking dat apprecieert. Khamenei heeft ook gezien dat de harde lijn van voordien niet veel heeft opgeleverd. Bovendien kun je ervan op aan dat hij erg geschrokken is van de protesten van de groene beweging, zelfs al veroordeelde hij ze. Hij ziet de steun voor de Islamitische Republiek afkalven, en weet door zijn alomvattend netwerk dat ook de bureaucratie en de politieke elite aan het fragmenteren zijn. Hij wordt zelf ouder - men fluistert dat hij aan kanker lijdt - en wil wellicht die strijd met de VS nog bij leven in goede banen zien. Er staat geen opvolger klaar voor Khamenei. Als hij sterft, komt er een machtsstrijd tussen alle facties, die alle richtingen kan uitgaan. Rohani heeft dan ook de kans gekregen omdat hij dingen anders zou aanpakken. Omdat hij de bevolking op die manier weer verenigd achter zich kon krijgen. Jafari: Je mag die vijandigheid van de Iraniërs niet verwarren met wat er echt speelt. Het voornaamste voor hen is het gebrek aan erkenning van hun regionale macht, die ze eeuwenlang gehad hebben. Ze willen in de eerste plaats geen speelbal meer zijn van het Westen, zoals in de tijd van de sjah. En ja, Iraniërs weten nog maar al te goed dat de VS de sjah steunden en aan de zijde van Irak stonden tijdens de oorlog met Iran. Maar er heerste toch een stemming dat men minstens de hand wilde reiken, in ruil voor betere betrekkingen met het Westen. En het nucleaire verhaal draait om hetzelfde: het recht van een soevereine staat om te doen wat ze wil. Daarom was Rohani ook snel om te zeggen dat in het akkoord niet stond dat Iran geen recht heeft om uranium te verrijken. Dat was wat ze wilden, en het was voor het eerst dat de andere onderhandelingspartners dat de facto toelieten. Niet alleen Iran heeft water bij de wijn gedaan. Jafari: Ik vind het een goed akkoord, dat de mogelijkheid van Iran om kernwapens te ontwikkelen echt klein maakt. Kijk, de VS hebben natuurlijk ook begrepen dat ze wel moesten onderhandelen met Iran. Door hun eigen toedoen, hun militair avonturisme in Afghanistan en Irak en het in elkaar vallen van die landen hebben ze de regionale macht van Iran groter gemaakt in plaats van kleiner. Bovendien lijkt de situatie in Syrië, een bondgenoot van Iran, toch niet uit te draaien op een snel einde voor president Bashar al-Assad. En daarbij zijn ze hun Egyptische bondgenoot Hosni Moebarak kwijt. Een oorlog met Iran, daar zit geen enkele Amerikaan op te wachten. Trouwens, hun focus ligt op China, daar ligt de echte machtsstrijd. Ze verloren tijd en energie met Iran. Jafari: Daarvoor zit het wederzijdse vijandbeeld nog te diep, vrees ik. Ook in de VS is een hele generatie opgegroeid met het gijzelingsdrama van de Amerikaanse ambassade in Teheran. Maar los daarvan wordt Iran in diplomatieke kringen wel gezien als de potentiële hoofdprijs voor Amerika. Met grenzen van Irak en de Perzische Golf, langs de zachte onderbuik van Rusland tot Afghanistan en Pakistan, en met lange relaties met India - dat is een geopolitieke droom. Dat maakt de Saudi's, de huidige Amerikaanse bondgenoten in de regio, vandaag ook erg zenuwachtig. Zij reageren met grootschalige wapenaankopen en het opstoken van het conflict tussen sjiieten en soennieten. Dat vind ik een gevaarlijke ontwikkeling. Jafari: Net daarom heeft Rohani zo'n prioriteit gemaakt van die internationale betrekkingen. Als dit lukt en er komt een dooi, dan worden de sancties verlicht en kunnen de grenzen open voor handel. De economische sancties die de Verenigde Naties en de EU sinds 2006 opleggen om het Iraanse atoomprogramma te stoppen, wegen zwaar op de economie, met een stijgende werkloosheid en inflatie tot gevolg. Heel wat mensen uit de politieke elite zijn actief in semistaatsbedrijven, maar die zitten nu opgesloten. De olie-industrie lijdt onder het gebrek aan technologie van de grote oliereuzen, de auto-industrie kan niet zonder subsidies. Men wil weer handel gaan voeren. Er is nu afgesproken dat er geen nieuwe sancties meer bij komen, en binnen een half jaar beginnen ook de huidige sancties uit te doven. Als er weer geld verdiend kan worden in Iran, in combinatie met enkele gematigde hervormingen op het vlak van burgerrechten, dan heeft Rohani een groot krediet opgebouwd voor als het tot een botsing met de geestelijke macht komt. Komt de botsing het komende half jaar al, dan is hij eraan voor de moeite.