Indien het Westen zich niet aanpast aan de nieuwe 21ste-eeuwse multipolaire wereldorde, zal het - door de pas overleden Kofi Annan verdedigde - multilateralisme geen lang leven meer beschoren zijn. Het geopolitieke kompas moet daarom opschuiven in de richting van een benadering op basis van het machtsevenwicht.

Indien het Westen zich niet aanpast, zal het multilateralisme geen lang leven beschoren zijn.

Philippe Nys

Vladimir Poetin is geen onbesproken figuur. Is hij een autocraat? Zonder twijfel. Iemand die kritische journalisten laat vermoorden, echte oppositie uit de weg laat ruimen en de staat als zijn persoonlijk bezit beschouwt, kan niet met andere bewoordingen worden omschreven. De liberale democratische rechtsstaat? Poetin heeft er lak aan.

Moet een gesprekspartner echter op dezelfde politieke lijn zitten? Kunnen wij samenwerken met landen en politici die quasi letterlijk verklaren dat zij niet geloven in een liberale rechtsstaat als beste samenlevingsmodel? Of met landen die zonder blikken of blozen de internationale mensenrechten met de voeten treden?

Buitenlands beleid is meer dan het uiten van de eigen principes en meningen over de interne politiek van een ander soeverein land. Het is een evenwicht zoeken tussen enerzijds het uitdragen van enkele fundamentele principes zoals mensenrechten en anderzijds objectieven zoals geopolitieke stabiliteit, economische afwegingen et cetera.

Een evenwicht dat ook afhangt van de omstandigheden. Gaat het om een buurland van wereldformaat of over een klein arm Afrikaans land? Heeft het land atoomwapens of niet? Het zijn vragen die het evenwichtspunt en dus het type van buitenlands beleid beïnvloeden.

Wakker worden na Fukuyama

De val van de Sovjet-Unie betekende het einde van de bipolaire wereld met de VS en de USSR als twee tegenover elkaar staande blokken. Genoeg aanleiding voor Francis Fukuyama om zijn wereldberoemde monografieThe End of History te publiceren waarin hij de val van de Sovjet-Unie aangreep als een ideologische overwinning van het liberalisme.

Een aanlokkelijke gedachte ten tijde van de door Amerika gedomineerde unipolaire wereld. Maar anno 2018 komen we bedrogen uit. Waarom? Omdat Fukuyama rivaliteit tussen staten quasi volledig reduceerde tot ideologische competitie. Hiermee onderschat hij de ideologische diversiteit en gaat hij voorbij aan het feit dat staten nog steeds de primaire actoren blijven op het wereldtoneel, die - zeker wat betreft grootmachten - hun eigen veiligheid trachten te maximaliseren.

Het is onmogelijk om volledige zekerheid te verkrijgen over de intenties van andere staten.

Dit wordt versterkt doordat het onmogelijk is volledige zekerheid te verkrijgen over de intenties die andere staten hebben aangaande hun buitenlands beleid. Deze onzekerheid maakt dat landen zich militair en economisch moeten wapenen tegen de mogelijk slechte intenties van andere staten. Veel meer dan de persoonlijkheid van een president zijn dit de rauwe elementen die de langetermijnkeuzes bepalen.

Dit is niet zonder betekenis als we vandaag het internationale landschap bekijken. De unipolaire wereld evolueert in multipolaire richting, waarbij het geopolitieke speelveld verschuift van de Atlantische naar de Stille Oceaan. Na WOII hadden de VS en Europa dezelfde strategische prioriteit, namelijk zich indammen tegen de Sovjet-Unie met de NAVO als militair sluitstuk. Kort door de bocht: de VS betaalden en in ruil werd Europa een verlengstuk van hun buitenlands beleid. Zo kreeg het Westen zijn moderne vorm, binnen de multilaterale instellingen die na WOII werden opgericht.

Alleen houdt dit verhaal niet langer stand. De strategische prioriteiten divergeren tussen Europa en de VS. Laat me drie voorbeelden geven. Te beginnen bij Rusland. Rusland vormt met zijn zwakke economie en demografie geen fundamentele bedreiging voor de VS in de komende decennia, buiten waakzaamheid ten aanzien van asymmetric warfare. Door zijn militaire, gecentraliseerde macht vormt het echter wel een bedreigende kiezelsteen voor Oost-Europa.

Of neem het Midden-Oosten: nu de VS door schaliegas energieonafhankelijk worden, valt een prominente aanwezigheid steeds minder te beargumenteren. Voor Europa ligt het Midden-Oosten en Noord-Afrika echter in de voortuin. De vluchtelingencrisis toont dat de gevolgen rechtstreeks tot in Europa voelbaar zijn. Kortom, gebieden waar Europa strategisch beleid rond moet voeren, zijn voor de VS slechts ballast. Veel meer dan Trump is het deze waarheid die ervoor zal zorgen dat de NAVO steeds meer aan relevantie zal inboeten. En dat Europa zelf voor zijn veiligheid zal moeten instaan, en misschien ook eens moet leren met één stem spreken.

De enige echte uitdaging voor de VS ligt in het Oosten. Alleen China - en binnen enkele decennia ook India - is in staat door zijn razendsnelle economische en militaire vooruitgang om de VS in enkele decennia naar de kroon te steken.

Multilateralisme redden van haar ondergang

Indien het Westen en vooral Europa daadwerkelijke succes wil boeken op het vlak van zijn buitenlands beleid moet het beginnen deze nieuwe realiteit, dit nieuw tijdsgewricht onder ogen te zien. De liberale wereldorde met de bijbehorende instituties is gevormd in tijden waarin het Oosten nauwelijks meetelde. Als het Westen niet openstaat voor een meer representatieve samenstelling en vertegenwoordiging van de internationale organisaties, stijgt het risico op een duaal wereldbeeld, waarin elk zijn eigen instituties zal uitbouwen zonder echt diepgaand multilateraal dialoog.

Wie denkt dat de onevenwichten in de VN-veiligheidsraad nog lang aanvaard zullen worden, dwaalt.

Het mooiste voorbeeld hiervan is de VN-veiligheidsraad. Frankrijk en Groot-Brittannië, twee Europese leden. Twee vetorechten. Samen ongeveer 120 miljoen inwoners. Daartegenover: India, dat met meer dan 1,2 miljard inwoners geen permanent lid is. Wie denkt dat zulke onevenwichten nog lang zullen aanvaard worden, dwaalt. Nochtans is multilateralisme meer dan ooit noodzakelijk om problemen aan te pakken zoals de klimaatopwarming of de economische globalisering, ook al denkt het Witte Huis daar tegenwoordig anders over.

Een intelligent buitenlands beleid moet begrijpen dat een buitenlandpolitiek steeds in verhouding staat met het binnenlands beleid. En op lange termijn veel meer dan persoonlijkheden afhangt van de structurele posities van staten. Dit van elkaar erkennen kan met een multilaterale helikopter tot successen leiden in plaats van de opgebouwde mislukkingen van ondoordachte interventies in de laatste jaren, de Iran-deal niet te na gesproken.

Het multilateralisme is meer dan ooit noodzakelijk om problemen aan te pakken.

Deze mislukkingen hebben daarenboven een niet te verwaarlozen invloed op de binnenlandse politiek van het betrokken land. Het Westen heeft met de liberale democratie het toonbeeld gezet voor een systeem om individuele grondrechten te respecteren. Het top down exporteren van dit model naar andere landen, denk aan de Bush-doctrine, is gedoemd tot mislukken. Waardoor het - paradoxaal genoeg - de liberale democratie ook inlands verzwakt. Of zoals James Madison, een van de grondleggers van de VS, het verwoordde: "No nation could preserve its freedom in the midst of continual warfare".

Een uitspraak die aanzet tot nadenken, met de opkomst van zogenaamde 'sterke leiders' in het achterhoofd. Het verdedigen van de liberale democratie vraagt voor sterke gereserveerdheid ten aanzien van het militair verspreiden ervan. Juist daarom moet buitenlands beleid meer weloverwogen worden benaderd, waarbij de eigen internationale positie in balans worden gelegd met het feit dat andere landen andere posities kunnen hebben, deze niet gemakkelijk kunnen of willen bijstellen, en men tot werkbare modi vivendi moet komen om chaos te vermijden. Dit neigt naar een 'balance of power'-benadering waarmee Europa terug een werkbaar geopolitiek kompas kan ontwikkelen, zonder welke de multilaterale gedachte in de 21ste eeuw moeilijke tijden tegemoet gaat.

Medeondertekend door Hans Maes, voorzitter Jong VLD en Jonas Veys, politiek secretaris.

Indien het Westen zich niet aanpast aan de nieuwe 21ste-eeuwse multipolaire wereldorde, zal het - door de pas overleden Kofi Annan verdedigde - multilateralisme geen lang leven meer beschoren zijn. Het geopolitieke kompas moet daarom opschuiven in de richting van een benadering op basis van het machtsevenwicht.Vladimir Poetin is geen onbesproken figuur. Is hij een autocraat? Zonder twijfel. Iemand die kritische journalisten laat vermoorden, echte oppositie uit de weg laat ruimen en de staat als zijn persoonlijk bezit beschouwt, kan niet met andere bewoordingen worden omschreven. De liberale democratische rechtsstaat? Poetin heeft er lak aan. Moet een gesprekspartner echter op dezelfde politieke lijn zitten? Kunnen wij samenwerken met landen en politici die quasi letterlijk verklaren dat zij niet geloven in een liberale rechtsstaat als beste samenlevingsmodel? Of met landen die zonder blikken of blozen de internationale mensenrechten met de voeten treden? Buitenlands beleid is meer dan het uiten van de eigen principes en meningen over de interne politiek van een ander soeverein land. Het is een evenwicht zoeken tussen enerzijds het uitdragen van enkele fundamentele principes zoals mensenrechten en anderzijds objectieven zoals geopolitieke stabiliteit, economische afwegingen et cetera. Een evenwicht dat ook afhangt van de omstandigheden. Gaat het om een buurland van wereldformaat of over een klein arm Afrikaans land? Heeft het land atoomwapens of niet? Het zijn vragen die het evenwichtspunt en dus het type van buitenlands beleid beïnvloeden. De val van de Sovjet-Unie betekende het einde van de bipolaire wereld met de VS en de USSR als twee tegenover elkaar staande blokken. Genoeg aanleiding voor Francis Fukuyama om zijn wereldberoemde monografieThe End of History te publiceren waarin hij de val van de Sovjet-Unie aangreep als een ideologische overwinning van het liberalisme. Een aanlokkelijke gedachte ten tijde van de door Amerika gedomineerde unipolaire wereld. Maar anno 2018 komen we bedrogen uit. Waarom? Omdat Fukuyama rivaliteit tussen staten quasi volledig reduceerde tot ideologische competitie. Hiermee onderschat hij de ideologische diversiteit en gaat hij voorbij aan het feit dat staten nog steeds de primaire actoren blijven op het wereldtoneel, die - zeker wat betreft grootmachten - hun eigen veiligheid trachten te maximaliseren. Dit wordt versterkt doordat het onmogelijk is volledige zekerheid te verkrijgen over de intenties die andere staten hebben aangaande hun buitenlands beleid. Deze onzekerheid maakt dat landen zich militair en economisch moeten wapenen tegen de mogelijk slechte intenties van andere staten. Veel meer dan de persoonlijkheid van een president zijn dit de rauwe elementen die de langetermijnkeuzes bepalen.Dit is niet zonder betekenis als we vandaag het internationale landschap bekijken. De unipolaire wereld evolueert in multipolaire richting, waarbij het geopolitieke speelveld verschuift van de Atlantische naar de Stille Oceaan. Na WOII hadden de VS en Europa dezelfde strategische prioriteit, namelijk zich indammen tegen de Sovjet-Unie met de NAVO als militair sluitstuk. Kort door de bocht: de VS betaalden en in ruil werd Europa een verlengstuk van hun buitenlands beleid. Zo kreeg het Westen zijn moderne vorm, binnen de multilaterale instellingen die na WOII werden opgericht. Alleen houdt dit verhaal niet langer stand. De strategische prioriteiten divergeren tussen Europa en de VS. Laat me drie voorbeelden geven. Te beginnen bij Rusland. Rusland vormt met zijn zwakke economie en demografie geen fundamentele bedreiging voor de VS in de komende decennia, buiten waakzaamheid ten aanzien van asymmetric warfare. Door zijn militaire, gecentraliseerde macht vormt het echter wel een bedreigende kiezelsteen voor Oost-Europa. Of neem het Midden-Oosten: nu de VS door schaliegas energieonafhankelijk worden, valt een prominente aanwezigheid steeds minder te beargumenteren. Voor Europa ligt het Midden-Oosten en Noord-Afrika echter in de voortuin. De vluchtelingencrisis toont dat de gevolgen rechtstreeks tot in Europa voelbaar zijn. Kortom, gebieden waar Europa strategisch beleid rond moet voeren, zijn voor de VS slechts ballast. Veel meer dan Trump is het deze waarheid die ervoor zal zorgen dat de NAVO steeds meer aan relevantie zal inboeten. En dat Europa zelf voor zijn veiligheid zal moeten instaan, en misschien ook eens moet leren met één stem spreken.De enige echte uitdaging voor de VS ligt in het Oosten. Alleen China - en binnen enkele decennia ook India - is in staat door zijn razendsnelle economische en militaire vooruitgang om de VS in enkele decennia naar de kroon te steken. Indien het Westen en vooral Europa daadwerkelijke succes wil boeken op het vlak van zijn buitenlands beleid moet het beginnen deze nieuwe realiteit, dit nieuw tijdsgewricht onder ogen te zien. De liberale wereldorde met de bijbehorende instituties is gevormd in tijden waarin het Oosten nauwelijks meetelde. Als het Westen niet openstaat voor een meer representatieve samenstelling en vertegenwoordiging van de internationale organisaties, stijgt het risico op een duaal wereldbeeld, waarin elk zijn eigen instituties zal uitbouwen zonder echt diepgaand multilateraal dialoog.Het mooiste voorbeeld hiervan is de VN-veiligheidsraad. Frankrijk en Groot-Brittannië, twee Europese leden. Twee vetorechten. Samen ongeveer 120 miljoen inwoners. Daartegenover: India, dat met meer dan 1,2 miljard inwoners geen permanent lid is. Wie denkt dat zulke onevenwichten nog lang zullen aanvaard worden, dwaalt. Nochtans is multilateralisme meer dan ooit noodzakelijk om problemen aan te pakken zoals de klimaatopwarming of de economische globalisering, ook al denkt het Witte Huis daar tegenwoordig anders over. Een intelligent buitenlands beleid moet begrijpen dat een buitenlandpolitiek steeds in verhouding staat met het binnenlands beleid. En op lange termijn veel meer dan persoonlijkheden afhangt van de structurele posities van staten. Dit van elkaar erkennen kan met een multilaterale helikopter tot successen leiden in plaats van de opgebouwde mislukkingen van ondoordachte interventies in de laatste jaren, de Iran-deal niet te na gesproken. Deze mislukkingen hebben daarenboven een niet te verwaarlozen invloed op de binnenlandse politiek van het betrokken land. Het Westen heeft met de liberale democratie het toonbeeld gezet voor een systeem om individuele grondrechten te respecteren. Het top down exporteren van dit model naar andere landen, denk aan de Bush-doctrine, is gedoemd tot mislukken. Waardoor het - paradoxaal genoeg - de liberale democratie ook inlands verzwakt. Of zoals James Madison, een van de grondleggers van de VS, het verwoordde: "No nation could preserve its freedom in the midst of continual warfare".Een uitspraak die aanzet tot nadenken, met de opkomst van zogenaamde 'sterke leiders' in het achterhoofd. Het verdedigen van de liberale democratie vraagt voor sterke gereserveerdheid ten aanzien van het militair verspreiden ervan. Juist daarom moet buitenlands beleid meer weloverwogen worden benaderd, waarbij de eigen internationale positie in balans worden gelegd met het feit dat andere landen andere posities kunnen hebben, deze niet gemakkelijk kunnen of willen bijstellen, en men tot werkbare modi vivendi moet komen om chaos te vermijden. Dit neigt naar een 'balance of power'-benadering waarmee Europa terug een werkbaar geopolitiek kompas kan ontwikkelen, zonder welke de multilaterale gedachte in de 21ste eeuw moeilijke tijden tegemoet gaat.