Conflictonderzoeker Eva Willems (UGent) staat stilbij de manier waarop Israël het internationaal recht manipuleert om oorlogsmisdaden te verantwoorden, en hoe dit ook bij ons de politiek en publieke opinie beïnvloedt.
Volgens de Amerikaanse jurist en historicus Samuel Moyn is universaliteit niet alleen de grootste kracht van de mensenrechten, maar tegelijk hun Achilleshiel. “Omdat mensenrechten alles beloven aan iedereen,” stelt hij, “kunnen ze uiteindelijk eender wat betekenen voor eender wie.” Iedereen kan zich dus het mensenrechtendiscours toe-eigenen om de rechten van een bepaalde groep op te eisen ten koste van die van een andere.
Dat is precies wat vandaag op grote schaal gebeurt in Gaza. In haar rapport Anatomy of a Genocide (begin 2024) maakt Francesca Albanese, Speciaal Rapporteur van de VN voor de bezette Palestijnse gebieden, een haarscherpe analyse. Israël gebruikt volgens haar “humanitaire camouflage” om een genocide op de Palestijnen te verantwoorden.
In plaats van te zwijgen over het internationaal recht misbruikt en manipuleert Israël het paradoxaal genoeg ter verantwoording van de gepleegde misdaden.
Albanese geeft in haar rapport verschillende voorbeelden van hoe deze humanitaire camouflage de oorlogsvoering van Israël in Gaza vormgeeft.
- Burgerdoelwitten: Israël stelt dat Hamas burgers als menselijk schild gebruikt, en gebruikt dat argument om burgerdoelen te bombarderen. Zo wordt het onderscheid tussen militaire en civiele doelen opgeheven.
- Ziekenhuizen: medische infrastructuur wordt vernietigd onder het mom van “Hamasbolwerken”.
- Proportionaliteit: het hoge aantal burgerdoden wordt gepresenteerd als proportionele nevenschade bij het neutraliseren van Hamas.
- Evacuatiezones: zogenaamde “humanitaire corridors” of selectieve voedseldistributie worden ingezet als instrument van etnische zuivering.
In haar verantwoording van het gebruik van intentioneel, willekeurig en disproportioneel geweld tegen burgers, manipuleert Israël de taal van het internationaal humanitair recht op zo’n manier dat het wil laten uitschijnen dat ieder Palestijns burgerslachtoffer ofwel een strijder was, ofwel evenredige – en dus volgens het internationaal recht te verantwoorden – nevenschade. Op die manier rechtvaardigt Israël de volledige vernietiging van Gaza en het Palestijnse volk.
De double tap aanval op het Nasser ziekenhuis in Khan Younis, waarbij hulpverleners en journalisten gelokt werden door een eerste explosie om vervolgens getroffen te worden door een tweede, was een zoveelste voorbeeld van deze logica. Dat Israël achteraf een onderzoek instelt naar het ‘tragische ongeluk’ is bovendien een integraal onderdeel van de humanitaire camouflage.
De manipulatie van de taal van het internationaal humanitair recht door Israël mag dan doorzichtig lijken, ze heeft wel degelijk een impact op de narratieve strijd die mee het verloop van deze genocide bepaalt. Humanitaire camouflage is namelijk één van de factoren die ervoor zorgt dat de idee dat Israël een proportionele en dus legitieme strijd voert tegen Hamas overeind blijft.
De voorwaarden die Bart De Wever en George-Louis Bouchez willen koppelen aan de erkenning van de Palestijnse staat – de volledige ontmanteling van Hamas – is daar een goed voorbeeld van. Wat De Wever en Bouchez hiermee willen laten uitschijnen is dat het geweld van Israël te verantwoorden is zolang Hamas bestaat, en dat het dus ongepast zou zijn voor de internationale gemeenschap om in te grijpen.
Dit standpunt is niet alleen in strijd met de grondbeginselen van het internationaal recht, het ondergraaft op lange termijn ook de morele autoriteit van de politici die vandaag blijven toekijken. Want wie zal in de toekomst nog op een geloofwaardige manier kunnen claimen dat mensenrechten het fundament vormen van de moderne Westerse samenleving?
Niet alleen de politiek maar ook de publieke opinie wordt beïnvloed door Israëls discours over schuldige en onschuldige slachtoffers. Hoewel er al maandenlange berichtgeving is over het leed veroorzaakt door Israëls oorlogsmisdaden in Gaza, kwam met de hongersnood het kantelpunt waarop de humanitaire crisis belangrijker werd dan de politieke. Opeens is er geen twijfel meer dat de menselijke tol te hoog is.
Waar er op de bebloede jongeman met de afgerukte benen die vanonder het puin van een bombardement gehaald wordt nog ergens de verdenking zou kunnen rusten dat hij misschien een strijder was, bestaat er over het beeld van de uitgemergelde baby geen twijfel. Hoe onschuldiger het slachtoffer, hoe gemakkelijker het wordt om een kant te kiezen.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
Het gevaar hiervan is dat de gevolgen van de crisis de bovenhand nemen op de oorzaken, met politieke rookgordijnen en schijnoplossingen tot resultaat. De voedseldroppingen van Westerse landen, inclusief België, boven Gaza zijn daar een cynisch voorbeeld van. Ze zijn niet alleen een druppel op een hete plaat, ze zijn ook nog eens de ultieme uiting van vernedering van de internationale gemeenschap tegenover de Palestijnen.
Zoals Philippe Lazzarini, commissaris-generaal van UNRWA, afgelopen zondag op instagram schreef: “Hongersnood is het laatste onheil dat de mensen in Gaza treft. De hel in alle vormen. Nooit meer is opzettelijk opnieuw geworden.”
Eva Willems is historica en conflictonderzoeker (UGent).
Lees ook:
–
–