Wat doe je op wintersport als je geen zin hebt in skiën of snowboarden? Wandelen? Ja, dat kan iedereen. Maar in de sneeuw wordt dat ploeteren en zwoegen. Vooruit raak je nauwelijks, tenzij je braaf op de gebaande paadjes rond het dorp blijft. Maar dat gaat gauw vervelen. Gelukkig zijn er alternatieven.

1. Wandelen op raketten

© Getty Images

In diepe sneeuw raak je maar op 1 manier vooruit en dat is door sneeuwraketten of langlaufski's onder je voeten te binden zodat je niet wegzakt in de sneeuw. Wandelen op sneeuwraketten is niet moeilijk - je moet wel iets bredere passen maken. Toch mag je de inspanning niet onderschatten. Sneeuwwandelen vraagt vrij veel kracht, want je moet je voet en de raket bij elke pas uit de sneeuw trekken, optillen en vervolgens duwen om vooruit te raken. Op een vast aangelopen pad of piste speelt dat allemaal minder, maar verbruik je toch ongeveer het dubbele aan energie vergeleken met gewoon stappen op een harde ondergrond. In losse sneeuw en op moeilijker terrein ga je al snel naar 300 à 500 kilocalorieën per uur, en nog meer met extra proviand en kledij in de rugzak. Voor mensen met een zittend leven, is dit zware arbeid.

Maar de inspanning loont. Op sneeuwraketten wordt de witte wildernis een fantastische ervaring. Je kunt bijna gaan en staan waar je wilt, en het contrast van de stilte met de hectiek van de alpijnse pistes is immens. Je hoeft je niet aan gebaande wegen te houden: je kunt evengoed hoog in de bergen van hut naar hut trekken als gaan winterkamperen in de uitgestrektheid van de Lapse vlakten. Wintersportcentra maken wel steeds meer werk van uitgestippelde routes.

Behalve de raketten heb je niet veel nodig voor een sneeuwwandeling, maar hou rekening met onverwachte, gure omstandigheden als het weer omslaat. In wat afgelegen streken kunnen winters snel ontaarden in een erg vijandige tot levensgevaarlijke omgeving. Wees daarom steeds kritisch voor de eigen capaciteiten, want zelfoverschatting is zonder meer het grootste risico. Onderschatting van het gevaar op sneeuwlawines is een tweede teer punt, want sneeuwwandelaars blijken zich daar veel minder zorgen over te maken dan skiërs en snowboarders. Ze denken er gewoon niet aan of menen dat het risico kleiner wordt als ze rustig over de sneeuw stappen. Maar dat is fout. Het risico op lawines blijft even groot.

Een nieuwe ontwikkeling is joggen in de sneeuw met aangepaste raketmodellen. In sneeuwzekere regio's in de Verenigde Staten en Canada wint deze sport aan populariteit. Ze vraagt een aangepaste looptechniek, die er vooral op neerkomt dat je de knieën hoger optrekt en iets bredere passen zet. Overdrijf niet als je dit voor de eerste keer uitprobeert, want je spreekt je spieren op een heel andere manier aan en je riskeert gruwelijk stramme benen voor de rest van de wintervakantie.

Blijf als wandelaar altijd weg van gebaande langlaufpistes, ook met sneeuwraketten. Je trapt ze stuk en voor langlaufers is dat een doodzonde. Soms riskeer je zelfs een boete, maar het is vooral een kwestie van respect voor andere sporters.

2. Langlaufen

© GETTY

Ook in alpijnse wintersportgebieden vind je tegenwoordig bijna overal gebaande langlaufpistes, meestal onderaan in het dal of boven op een gletsjer waar het reliëf vrij vlak is. Je kunt met langlauf pittige hellingen aan, maar dat vereist techniek en die verwerf je pas na veel oefenen. Langlauf lijkt eenvoudig, maar is technisch complex. De ski's zitten alleen aan de voorvoet vast, en dat maakt ze moeilijker te controleren. Zonder de juiste techniek verlies je bij langlauf vaak veel energie. Eens je die onder de knie hebt, valt het energieverbruik best mee, tenzij je er stevig tegenaan gaat. Dan wordt het een zware uithoudingssport.

Mensen beschouwen langlauf als veiliger dan alpijnse ski, omdat je er zelden hoge snelheden mee haalt en zware botsingen met ernstige kwetsuren zeldzaam zijn. Maar eens je begint te glijden, kan het ook op langlaufski's erg snel gaan. Als je valt kunnen de ski's als grote hefbomen veel kracht uitoefenen op je gewrichten. Breuken zijn zeldzaam, maar heb je slechte knieën, enkels of heupen, wees dan extra voorzichtig. Volg lessen, zodat je de stuur- en remtechnieken zonder fout beheerst. Het is verder aan te raden je spiercontrole over enkels en knieën vooraf goed te trainen. Rollerskaten en ijsschaatsen zijn daarvoor uitstekend geschikt. Elke kinesitherapeut kan je bijkomende oefeningen aanraden.

Een voordeel van langlauf is dat je er geen bergen voor nodig hebt, maar alleen sneeuw. Bij voorkeur veel sneeuw, want op een dun vliesje is het klooien en ruïneer je de ski's. Daarnaast heeft langlauf veel gemeen met wandelen op sneeuwraketten, zoals de vrijheid van bewegen. Niet gebonden aan liften en pistes kun je in theorie alle windrichtingen uit. Let wel, in sommige gebieden is dat verboden en hoor je op de gebaande pistes te blijven. Het risico op lawines hangt af van het gekozen traject. Informeer je daarom op voorhand.

3. Kamperen in dons

© Getty Images

Sport kun je het niet noemen, maar overnachten in een tent of iglo is best avontuurlijk. Te koud is het nooit, zolang je maar over het juiste materiaal en de nodige ervaring beschikt. Leven in onvoorspelbaar weer bij temperaturen onder nul vraagt kennis en inzicht. Bijvoorbeeld over hoe je je droog houdt om afkoeling te vermijden. Of hoe nat huidcontact met ijskoud metalen materiaal instant brandwonden kan geven. Het maakt winterkamperen tot een leerrijke ervaring, terwijl de lange nachten onder winterse geluiden magisch ontspannend werken en de warmte in de slaapzak heerlijk contrasteert met de frisse lucht. In combinatie met een trektocht op langlaufski's of raketten wordt winterkamperen helemaal een avontuurlijke wintersport. De pulka, een aangepaste slede die je meetrekt verbonden met stangen aan een gordel om je heupen, biedt ruim plaats voor voldoende bagage voor een trektocht door de wildernis, bijvoorbeeld in het hoge Noorden. Dichter bij huis kun je in heel wat wintersportcentra terecht op campings die het hele jaar open blijven.

4. Sneeuwfietsen

© Getty Images/Hero Images

Fietsen in de bergen wordt steeds populairder, ook op sneeuw. Je fietst op zogenaamde fatbikes, een soort van mountainbike met 10 centimeter brede banden. Maar zelfs daarmee red je het niet in diepe en lichte sneeuw. Je zakt dan te diep weg, waardoor het niet langer plezierig is. Sneeuwfietsen lukt het best bij een niet te dikke sneeuwlaag of op een belopen wandelpad, maar blijf weg van langlaufpistes, want die rij je stuk. Op sneeuw en ijs ben je nooit helemaal zeker van de omstandigheden. Ga er altijd van uit dat je onverwacht kunt wegglijden en, op een bevroren bodem, hard kunt neerkomen. Spijkerbanden bieden meer grip.

5. IJsklimmen

© Getty Images/Tetra images RF

IJsklimmen op bevroren watervallen of sneeuwwanden is een winterse uitbreiding van alpinisme. Het is een zeer technische sport waarvoor ervaring met zomeralpinisme meer dan wenselijk is. Net als een uitstekende fysieke conditie en de mentale bereidheid om in klimtouwen te hangen. Je klimt met stijgijzers aan je voeten en speciale ijsbijlen in de handen, die je afwisselend in de sneeuw- of ijswand slaat om steun te vinden. Die wanden zijn per definitie brozer dan rots, en bij het inslaan van de stijgijzers of ijsbijlen kunnen stukken afbreken en vallen. Je hoort steeds beveiligd te zijn met een klimtouw.

6. Snowkiten

© GETTY

Bij snowkiten sta je op ski's of een snowboard en laat je je voorttrekken door een vlieger (kite). Het is als kitesurfen, maar dan op sneeuw. Goede locaties, zoals uitgestrekte vlaktes zonder afsluitingen, vind je niet in onze streken. Je moet ervoor naar het hoge Noorden. In de bergen heb je dan weer stijg- en daalwinden, wat het kiten moeilijk maakt. Een uitgebreide veiligheidsopleiding is onmisbaar.

7. Bobslee, rodelen en skeleton

© Getty Images

Elk wintersportcentrum heeft wel ergens een baan om met een klassieke slede naar beneden te komen. Maar degene die beschikken over een (ijs)baan voor bobslee, rodelen of skeleton kun je op 1 hand tellen. De beoefenaars van deze sporten eveneens. Dit zijn geen sporten waaraan je onvoorbereid begint, tenzij je een ritje in een bobslee kunt maken met een ervaren piloot.

Op besneeuwde hellingen zie je vaak mensen naar beneden suizen op opgeblazen autobanden. We kunnen dat alleen maar afraden, tenzij op héél zwakke hellingen. Je bereikt snel hoge snelheden en de spullen zijn oncontroleerbaar. Het aantal ernstige ongevallen met zware kwetsuren is niet te tellen.

8. Skijøring

© Getty Images

Bij skijøring laat je je op ski's voorttrekken door honden of een paard. Je hebt er geen hellingen voor nodig en de inspanning is minimaal; het is nog het best te vergelijken met die op een stoeltjeslift op een alpijnse piste. Spannend? Misschien, maar warm krijg je het er niet van.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.