Het risico op botbreuken neemt toe met de leeftijd: het skelet wordt brozer vanaf 40 à 45 jaar. Bij vrouwen versnelt de verzwakking van het bot vanaf de menopauze, wanneer de beschermende invloed van het vrouwelijk hormoon oestrogeen wegvalt. Als het beendergestel een bepaalde grens van broosheid overschrijdt, spreekt men van osteoporose. Het is een aandoening zonder symptomen. De problemen beginnen pas wanneer broze wervels in elkaar zakken (indeukingsfracturen) of fragiele botten breken bij een ongelukkige val. Vaak gaat het om een pols of een heup. Botbreuken door osteoporose genezen slecht.

De dichtheid van botweefsel (de minerale botdensiteit) wordt gemeten met een botdensitometrie (of BMD van bone mineral density): röntgenstralen meten het kalkgehalte van de lage rugwervels en het bekken, en in combinatie met een aantal parameters (waaronder leeftijd, gewicht en geslacht) berekent de computer vervolgens de dichtheid van het bot in vergelijking met een grote controlegroep.

Hinder van de heup

Heupfracturen hebben de zwaarste gevolgen: 10 tot 20 procent van de slachtoffers overlijdt

De minerale botdensiteit wordt uitgedrukt in T-scores, waarbij nul de gemiddelde botmassa van een 20- tot 40-jarige is. Wie hoger dan 1 scoort, heeft een hoge botmassa, wie lager dan -2,5 zit, heeft per definitie osteoporose. In België voldoet ongeveer 15 procent van de vrouwen en 3 procent van de mannen ouder dan 65 jaar aan deze definitie.

Van de thuiswonende 65-plussers valt 28 tot 35 procent minstens 1 keer per jaar. Het risico stijgt met de leeftijd. In rusthuizen vinden nog meer valpartijen plaats. Van de vallers breekt 1 tot 2 procent een heup en 3 tot 5 procent iets anders. Heupfracturen hebben de zwaarste gevolgen: 10 tot 20 procent van de slachtoffers overlijdt, en van de overlevenden blijft slechts 20 tot 60 procent even onafhankelijk als tevoren.

Preventie boven pillen

Sensibiliserings- en preventiecampagnes omtrent osteoporose schenken veel aandacht aan botdensiteit en botdensitometrie. Mensen met een te lage botmassa kunnen zich laten behandelen met geneesmiddelen die de botafbraak tegengaan. Op zich onvoldoende, want botdensitometriemetingen zijn niet altijd betrouwbaar en de geneesmiddelen zijn duur. Bovendien reduceren deze medicijnen het risico op een breuk in wisselende mate: met 4 tot 30 procent, afhankelijk van het middel en het type van de breuk. Zo zijn ze bijvoorbeeld beter in het voorkomen van wervelindeukingen dan van heupfracturen. Je moet ze ook blijven innemen. En ook daar wringt het schoentje: jarenlang een medicamenteuze behandeling volgen om breuken te voorkomen terwijl je eigenlijk geen klachten hebt, is niet vanzelfsprekend. Onderzoek wijst uit dat 1 jaar na de start de helft van de mensen trouw is aan de therapie en na 3 jaar nog slechts 1 van de 5. Voor een kleine groep patiënten met ernstige osteoporose zijn deze medicijnen ongetwijfeld zeer nuttig, maar op bevolkingsniveau voorkomen ze weinig breuken.

'De klemtoon ligt verkeerd', stelt een internationale groep wetenschappers in een medisch vakblad. Men scoort beter met een aanpak op verschillende fronten: valpreventie in combinatie met het behandelen van personen die een hoog risico lopen. Uit de literatuur blijkt dat 75 procent van de botbreuken voorkomt bij mensen die volgens de definitie nog geen osteoporose hebben maar toch iets breken door een ongelukkige val. Dat bewijst eens te meer dat de minerale botdensiteit alleen niet nauwkeurig genoeg is om het risico op breuken in te schatten.

Meer vallen door veel te zitten

Als oudere mensen een been of een heup breken, is dat meestal niet als gevolg van osteoporose

Als oudere mensen een been of een heup breken, is dat meestal niet als gevolg van osteoporose, maar simpelweg omdat ze ongelukkig vallen. Valpreventie kan dan ook veel leed voorkomen. Het nut van een aantal eenvoudige maatregelen is aangetoond in wetenschappelijk onderzoek. Alleen halen die zelden de media, en daardoor raken ze onder het stof. Zo staan mensen er niet bij stil dat slaap- en kalmeringsmiddelen hen overdag ook wat suffer maken, waardoor ze al makkelijker een trap missen of onderuitschuiven op het losliggend tapijtje in de badkamer.

Nog zo'n heikel punt is de verlichting. Mensen denken dat ze hun huis blindelings kennen, ze laten het licht uit en struikelen dan toch. Het helpt bijvoorbeeld om 's nachts de weg naar de badkamer te verlichten door bijvoorbeeld een goedkope spaarlamp te laten branden.

Mensen die niet goed zien, vallen duidelijk meer. Ze doen er goed aan om tijdig hun bril te laten aanpassen. Snel opstaan uit bed of van de sofa verlaagt de bloeddruk. Soms zelfs in die mate dat de hersenen eventjes onvoldoende zuurstof krijgen en er duizeligheid optreedt. Met kans om te vallen. Hetzelfde fenomeen kan zich voordoen bij het bukken en snel overeind komen. Het is dus best om de tijd te nemen om vanuit een zittende of liggende positie recht te komen en plotse bewegingen te vermijden.

Hoe tegenstrijdig het ook klinkt: veel stilzitten vergroot de kans op vallen. Bij het ouder worden verstrammen de spieren, en alleen door actief te blijven, bewaren ze hun soepelheid. Regel matig bewegen (wandelen, tuinieren, fietsen, zwemmen...) houdt niet alleen de conditie op peil, maar ook de reflexen en de coördinatie.

Je loopt meer risico op osteoporose wanneer je:

-ouder wordt

-rookt

-meer dan 3 glazen alcohol per dag drinkt

-mager bent (BMI lager dan 20)

-lijdt aan reumatoïde artritis

-een cortisonenbehandeling volgt

-je moeder haar heup brak

-al eerder breuken opliep

Je loopt minder risico op osteoporose wanneer je:

-regelmatig sport

-stopt met roken

-minder alcohol drinkt

-niet mager bent

-voldoende calciumproducten gebruikt

-voldoende vitamine D hebt (ga regelmatig naar buiten)

-als vrouw hormoonsubstitutie neemt