De Nederlandse professor Peter Hollman, tot vorig jaar (in 2016 ging hij met pensioen) verbonden aan het Departement Agrotechnologie en Voedingswetenschappen van de Universiteit Wageningen, maakte deel uit van de groep wetenschappers die zich bij de Europese Voedsel- en Veiligheidsautoriteit (EFSA) buigt over vervuilende bestanddelen in de voedselketen. Het EFSA-panel van wetenschappers bracht een rapport uit over micro- en nanoplastics in de voedselketen.
...

De Nederlandse professor Peter Hollman, tot vorig jaar (in 2016 ging hij met pensioen) verbonden aan het Departement Agrotechnologie en Voedingswetenschappen van de Universiteit Wageningen, maakte deel uit van de groep wetenschappers die zich bij de Europese Voedsel- en Veiligheidsautoriteit (EFSA) buigt over vervuilende bestanddelen in de voedselketen. Het EFSA-panel van wetenschappers bracht een rapport uit over micro- en nanoplastics in de voedselketen. Peter Hollman: De EFSA heeft de wetenschappelijke literatuur over het onderwerp uitgebreid onder de loep genomen en komt tot de bevinding dat er te weinig gegevens voorhanden zijn over de impact van micro- en nanoplastics, de toxiciteit en wat ermee gebeurt na opname via de voeding. De EFSA weet nu wel waar de hiaten in de kennis zitten en schreef aanbevelingen uit voor onderzoek in die domeinen. Hollman: Door het toenemende gebruik van plastics in de voorbije decennia drijft er heel veel plasticafval in de oceanen. Afval verplaatst zich via stromingen en wind. Veel van het plastic concentreert zich daardoor op bepaalde plekken in de oceaan. Het zijn locaties waar de oceaanstromingen een ringvormige beweging maken omdat het er windstil is. Zo zijn er al drijvende vuilnisbelten gespot zo groot als Frankrijk. We noemen dit de plasticsoep. Al dat afval wordt gaandeweg afgebroken tot kleine partikeltjes, microplastics, die vervolgens verder degraderen tot nanoplastics. Het onderscheid tussen beide ligt in de grootte. Microplastics worden gedefinieerd als stukjes tussen 0,1 en 5000 microgram, wat ongeveer overeenkomt met stukjes van maximaal 5 millimeter grootte, terwijl nanoplastics vele malen kleiner zijn: tussen 0,001 en 0,1 micrometer (of 1 tot 100 nanometer). Hollman: We hebben geen zicht op de aanwezigheid van nanoplastics in de voeding. Wat we tot nu toe weten is dat microplastics worden aangetroffen in voedsel uit de zee. Vissen bevatten soms hoge concentraties in de maag en de darmen, maar die organen worden verwijderd wanneer vis wordt gereinigd voor consumptie. Door vis te eten krijg je dus geen microplastics binnen.Anders is het gesteld met schaaldieren zoals mosselen en oesters. Van deze dieren eten we alle ingewanden op, dus ook de microplastics die ze zelf verorberd hebben. Er zijn ook sporen van microplastics teruggevonden in honing, bier en keukenzout. Hollman: Waarschijnlijk niet, maar het is te vroeg om dat met zekerheid te stellen. Wel zijn we bezorgd over de hoge concentraties polluenten, zoals pcb's en PAH's, die soms in microplastics opstapelen. Ook bisfenol A (BPA) kan worden aangetroffen in microplastics. Er zijn studies die suggereren dat deze polluenten, die wel schadelijk kunnen zijn, na inname van de microplastics migreren en doorheen de darmwand in de weefsels belanden. We weten bijvoorbeeld dat nanopartikels (van verschillende types nanomateriaal) in de cellen kunnen geraken, wat dus schadelijk kan zijn. Daarom is het belangrijk om te onderzoeken hoeveel we van dergelijke stoffen gemiddeld opnemen. Hollman: De EFSA schat dat een portie mosselen (225 gram) tot 7 microgram microplastics kan bevatten. Stel dat zo'n portie uitzonderlijk veel pcb's en bisfenol A zou bevatten, dan is dat nog steeds een uitermate kleine fractie van de totale hoeveelheid pcb's waaraan we worden blootgesteld. Een portie mosselen zou de blootstelling aan pcb's met minder dan 0,01 % verhogen en die aan BPA met minder dan 2 %. In het slechtste geval. Hollman: Wetenschappers moeten helpen om meer duidelijkheid te scheppen over het voorkomen van micro- en nanoplastics in de voedselketen. Van nanoplastics weten we helemaal niets. Geraken ze door de darmwand? Hoe toxisch zijn ze? Theoretisch kunnen deze kleinste partikeltjes tot diep in de weefsels doordringen. Er is meer onderzoek nodig om te weten welk effect ze hebben. De EFSA heeft een aantal aanbevelingen geformuleerd over hoe dat onderzoek het best gevoerd wordt. Hollman: Neen, de EFSA focust op voedselveiligheid voor de mens. Andere organisaties onderzoeken de impact van plastics op het milieu. De Europese Commissie onderzoekt ook hoe de enorme vuilnisbelt aan plastics verminderd kan worden.