Steeds meer mensen vergaderen als gevolg van de covid-19-pandemie online via videoconferencing. En steeds vaker zeggen ze te lijden aan 'Zoom-moeheid'. Jeremy Bailenson, directeur van het Virtual Human Interaction Lab (VHIL) van Stanford, legt in het tijdschrift Technology, Mind and Behavior dat langdurige videochats dit gevoel kunnen veroorzaken.

Hij benadrukt dat hij geen specifieke app of dienst in kwaad daglicht wil plaatsen en dat hij er zelf ook vaak gebruik van maakt. Maar volgens Bailenson zou de technologie met enkele aanpassingen een pak minder vermoeiend kunnen worden.

'Videoconferencing is een goede oplossing voor communicatie op afstand. Maar dat het kan, wil niet zeggen dat het ook moet', zegt hij.

Mensen vinden videochatten vermoeiend om verschillende redenen, zegt hij. De eerste is dat het close-up oogcontact in deze chats zeer intens is. Zowel de hoeveelheid oogcontact als de grootte van de gezichten op het scherm zijn onnatuurlijk.

'Bij een normale vergadering kijken mensen afwisselend naar de spreker, ze maken notities of wenden hun blik af. Bij Zoomgesprekken kijkt iedereen naar iedereen, en dat continu. Een luisteraar wordt non-verbaal behandeld als een spreker. Dus zelfs als je niets zegt, staren al die gezichten naar je. Veel mensen vinden spreken in het openbaar lastig. Voor een publiek staan is een stressvolle ervaring.'

Gezichten groot in beeld

Dat de gezichten erg groot in beeld kunnen verschijnen, is een bijkomende oorzaak van stress. 'Als je één-op-één met een collega of zelfs een vreemde via video in gesprek bent, heeft hun gezicht een omvang die je normaal gesproken alleen ervaart als je met iemand in een intieme situatie bent', zegt Bailenson. 'Als iemand zo dichtbij komt in het echte leven, ervaren onze hersenen dat als een intense situatie die tot intimiteit of conflict leidt. Als je Zoom urenlang gebruikt, veroorzaakt dat hoge spanning.'

Jezelf continu zien tijdens videochats is een bijkomende factor. 'Dat werkt belastend en veroorzaakt spanning', zegt Bailensen. 'Er bestaat veel onderzoek waaruit is gebleken dat kijken in een spiegel leidt tot negatieve emotionele gevolgen.'

Videochats verminderen ook de bewegingsvrijheid, die er bijvoorbeeld bij een telefoongesprek wel is. Mensen kunnen lopend bellen en zich bewegen. Bij videoconferencing is de bewegingsvrijheid beperkt.

Non-verbale signalen

Bij communicatie in real life is bovendien de non-verbale communicatie natuurlijker. Mensen maken gebaren en geven onbewust non-verbale signalen. In videochats is het veel moeilijker die signalen te geven en op te vangen.

'In feite hebben we een van de meest natuurlijke dingen in de wereld - een gesprek met iemand - getransformeerd in iets waar we veel bij na moeten denken. Je moet ervoor zorgen dat je hoofd zich midden in het beeld bevindt. Als je instemming wilt tonen, moet je overdreven knikken of je duimen in de lucht steken. Dat is cognitief vermoeiend en je verbruikt veel mentale calorieën om te kunnen communiceren.'

Video uit

Zolang de videoplatforms hun interfaces niet veranderen, raadt Bailenson gebruikers ervan aan om de fullscreen-optie uit te schakelen en het Zoom-venster te verkleinen in relatie tot de omvang van de monitor. Ook kan een extern toetsenbord gebruikt worden om de persoonlijke ruimte tot het scherm te vergroten. Gebruikers kunnen het beeld van zichzelf uitschakelen.

De video-functie helemaal uitzetten is natuurlijk ook een optie, en die is ook een pak beter voor het milieu. Uit een recent onderzoek door het Massachusetts Institute of Technology (MIT) bleek immers dat video verantwoordelijk is voor het grootste deel van onze online ecologische voetafdruk.

Een uur online vergaderen met de webcam is goed voor een uitstoot van 150 tot 1000 gram CO2, een verbruik van 2 tot 12 liter water en de grootte van een iPad Mini aan landgebruik. Zet je de webcam uit, dan vermindert die voetafdruk met maar liefst 96 procent.

Steeds meer mensen vergaderen als gevolg van de covid-19-pandemie online via videoconferencing. En steeds vaker zeggen ze te lijden aan 'Zoom-moeheid'. Jeremy Bailenson, directeur van het Virtual Human Interaction Lab (VHIL) van Stanford, legt in het tijdschrift Technology, Mind and Behavior dat langdurige videochats dit gevoel kunnen veroorzaken.Hij benadrukt dat hij geen specifieke app of dienst in kwaad daglicht wil plaatsen en dat hij er zelf ook vaak gebruik van maakt. Maar volgens Bailenson zou de technologie met enkele aanpassingen een pak minder vermoeiend kunnen worden. 'Videoconferencing is een goede oplossing voor communicatie op afstand. Maar dat het kan, wil niet zeggen dat het ook moet', zegt hij.Mensen vinden videochatten vermoeiend om verschillende redenen, zegt hij. De eerste is dat het close-up oogcontact in deze chats zeer intens is. Zowel de hoeveelheid oogcontact als de grootte van de gezichten op het scherm zijn onnatuurlijk. 'Bij een normale vergadering kijken mensen afwisselend naar de spreker, ze maken notities of wenden hun blik af. Bij Zoomgesprekken kijkt iedereen naar iedereen, en dat continu. Een luisteraar wordt non-verbaal behandeld als een spreker. Dus zelfs als je niets zegt, staren al die gezichten naar je. Veel mensen vinden spreken in het openbaar lastig. Voor een publiek staan is een stressvolle ervaring.'Dat de gezichten erg groot in beeld kunnen verschijnen, is een bijkomende oorzaak van stress. 'Als je één-op-één met een collega of zelfs een vreemde via video in gesprek bent, heeft hun gezicht een omvang die je normaal gesproken alleen ervaart als je met iemand in een intieme situatie bent', zegt Bailenson. 'Als iemand zo dichtbij komt in het echte leven, ervaren onze hersenen dat als een intense situatie die tot intimiteit of conflict leidt. Als je Zoom urenlang gebruikt, veroorzaakt dat hoge spanning.'Jezelf continu zien tijdens videochats is een bijkomende factor. 'Dat werkt belastend en veroorzaakt spanning', zegt Bailensen. 'Er bestaat veel onderzoek waaruit is gebleken dat kijken in een spiegel leidt tot negatieve emotionele gevolgen.'Videochats verminderen ook de bewegingsvrijheid, die er bijvoorbeeld bij een telefoongesprek wel is. Mensen kunnen lopend bellen en zich bewegen. Bij videoconferencing is de bewegingsvrijheid beperkt.Bij communicatie in real life is bovendien de non-verbale communicatie natuurlijker. Mensen maken gebaren en geven onbewust non-verbale signalen. In videochats is het veel moeilijker die signalen te geven en op te vangen. 'In feite hebben we een van de meest natuurlijke dingen in de wereld - een gesprek met iemand - getransformeerd in iets waar we veel bij na moeten denken. Je moet ervoor zorgen dat je hoofd zich midden in het beeld bevindt. Als je instemming wilt tonen, moet je overdreven knikken of je duimen in de lucht steken. Dat is cognitief vermoeiend en je verbruikt veel mentale calorieën om te kunnen communiceren.'Zolang de videoplatforms hun interfaces niet veranderen, raadt Bailenson gebruikers ervan aan om de fullscreen-optie uit te schakelen en het Zoom-venster te verkleinen in relatie tot de omvang van de monitor. Ook kan een extern toetsenbord gebruikt worden om de persoonlijke ruimte tot het scherm te vergroten. Gebruikers kunnen het beeld van zichzelf uitschakelen. De video-functie helemaal uitzetten is natuurlijk ook een optie, en die is ook een pak beter voor het milieu. Uit een recent onderzoek door het Massachusetts Institute of Technology (MIT) bleek immers dat video verantwoordelijk is voor het grootste deel van onze online ecologische voetafdruk. Een uur online vergaderen met de webcam is goed voor een uitstoot van 150 tot 1000 gram CO2, een verbruik van 2 tot 12 liter water en de grootte van een iPad Mini aan landgebruik. Zet je de webcam uit, dan vermindert die voetafdruk met maar liefst 96 procent.