Kun je covid-19 een tweede keer krijgen? Het is een vaak gehoorde bezorgdheid bij heel wat coronapatiënten die zich de afgelopen maanden door allerlei ziekteverschijnselen hebben moeten worstelen. Het vooruitzicht om geen tweede keer die ellende te hoeven meemaken, zou een van de weinige positieve gevolgen van het nieuwe virus zijn. Bij aapjes is alvast aangetoond dat een tweede besmetting geen voet aan de grond krijgt, bij de mens ligt dat natuurlijk iets ingewikkelder.
...

Kun je covid-19 een tweede keer krijgen? Het is een vaak gehoorde bezorgdheid bij heel wat coronapatiënten die zich de afgelopen maanden door allerlei ziekteverschijnselen hebben moeten worstelen. Het vooruitzicht om geen tweede keer die ellende te hoeven meemaken, zou een van de weinige positieve gevolgen van het nieuwe virus zijn. Bij aapjes is alvast aangetoond dat een tweede besmetting geen voet aan de grond krijgt, bij de mens ligt dat natuurlijk iets ingewikkelder. Toen in februari de eerste berichten opdoken uit China en Japan van gevallen van patiënten die voor een tweede keer besmet raakten met SARS-CoV-2 was de wetenschappelijke teneur nog dat dit te verklaren was door een probleem met gecontamineerde tests. Onze natuurlijke afweer reageert immers altijd op infecties door de aanmaak van antistoffen (proteïnen die zich aan het virus binden om te verhinderen dat het de lichaamscellen binnendringt, nvdr.) in het bloed, toch? Zoals heel wat andere zaken rond SARS-CoV-2 is ook hier weer meer aan de hand. Ondertussen werden in april nog eens honderd gevallen gerapporteerd van tweede besmettingen met corona door de Zuid-Koreaanse gezondheidsinstanties. En ook in België komt het fenomeen vermoedelijk vaker voor dan we denken, al is dat moeilijk aan te tonen omdat er in ons land aanvankelijk niet getest werd.Evelyne (28) uit Leuven dacht dat ze uit de gevarenzone was nadat ze begin maart covid-19 had doorgemaakt. 'Omdat er in het begin van de coronacrisis nog niet getest werd, ben ik niet 100 procent zeker dat het wel degelijk om een coronabesmetting ging, maar alles wijst in die richting', vertelt Evelyne. 'De bekende symptomen waren allemaal aanwezig zoals hoofdpijn, hoesten, koorts, spierpijn, smaakverlies en extreme vermoeidheid. Bovendien werd mijn papa een week later in het ziekenhuis opgenomen met covid-19, waarbij hij positief testte.'Evelyne herstelde na een aantal weken volledig, maar voelde zich begin juni plots weer niet lekker. Symptomen als spierpijn, hoesten en vermoeidheid doken opnieuw op, weliswaar in een mildere vorm dan de eerste keer. 'Ik voelde me wat sullig toen ik bij de huisarts een test liet afnemen, want ik had de ziekte toch al gehad? Toch bleek de test positief....'Na een tweetal weken was Evelyne er weer bovenop, maar ze stelde zich heel wat vragen bij haar 'tweede coronabesmetting'. Haar huisarts kon niet uitsluiten dat SARS-CoV-2 een virus is dat latent aanwezig blijft in het lichaam en af en toe opflakkert, al bestaat daar vandaag geen wetenschappelijke evidentie voor. Toch maakte dit nieuws Evelyne behoorlijk ongerust. 'Ik ben verwoed op zoek gegaan naar allerlei mogelijke verklaringen. Sommige wetenschappelijke artikels spraken zelfs van de "polio van de 21e eeuw". Ik werd er zo paranoïde van dat ik er mee gestopt ben. Nu denk ik dat ik gewoon pech heb gehad en misschien "herbesmet" ben met een gemuteerde vorm van het virus zoals bij een verkoudheid. Die verklaring geeft mij gemoedsrust, omdat ik weet dat mijn lichaam hiertegen bestand is.'Barbara (31) uit Antwerpen was rond deze tijd normaalgezien begonnen aan een welverdiende vakantie in de Ardennen. In de plaats daarvan zit ze nu thuis in quarantaine met een coronabesmetting na eerder covid-19 te hebben gehad rond 18 maart. Ook Barbara werd de eerste keer niet getest, maar de symptomen laten er geen twijfel over bestaan: 'Ik kampte met heel veel hoofdpijn, keelpijn en een onbeschrijfelijke vermoeidheid. Om een voorbeeld te geven: op een bepaald moment moest ik een kruk in de douche zetten om te kunnen douchen. Ook mijn smaak- en reukzin waren volledig verdwenen. Na een drietal weken ben ik volledig hersteld, op mijn reukzin na.'Toen Barbara vorige week voor een ingreep naar het ziekenhuis moest, werd ze zoals de procedure voorschrijft, getest op covid-19. Tot haar grote verbazing en die van het verplegend personeel bleek die positief. 'Het werd me ineens duidelijk waarom ik de voorbije tien dagen zo uitgeput was. Ik dacht dat het kwam door het werk en keek ontzettend uit naar de vakantie. Ook mijn reukzin was sinds de eerste besmetting nooit meer teruggekomen. Enkel bij sterke geuren ruik ik een soort misselijkmakende geur die wat wegheeft van overrijpe bananen met een chemische toets. Erg vervelend.'Is de tweede besmetting nog een overblijfsel van de eerste keer? Niemand kan het Barbara zeggen. 'Omdat ik opnieuw symptomen vertoonde, zou een mogelijke verklaring kunnen zijn dat de antistoffen na twee, drie maanden uit mijn bloed verdwenen zijn en ik dus opnieuw besmet ben geworden. Dat was voor mij een wake-upcall, maar ook voor mijn vrienden. Dit is echt verre van voorbij', zucht Barbara. Het nieuwe coronavirus is nog niet lang genoeg onder ons om te weten hoe de immuniteit functioneert. Het is bijvoorbeeld nog niet duidelijk of er een link is tussen de ernst van de ziektesymptomen en hoe sterkt de immuunrespons is. Zorgt een milde besmetting wel voor voldoende bescherming? Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ontwikkelt bijvoorbeeld niet iedereen voldoende antilichamen om als immuun voor covid-19 te worden beschouwd. Die personen kunnen dus opnieuw geïnfecteerd raken. Maar er zijn ook gevallen waarbij mensen die al eerder besmet zijn een tijdje later nog steeds restjes van het virus van de vorige infectie in zich hebben en dus positief testen, al dan niet met symptomen. Uit onderzoek van het South Korean Center for Disease Control blijkt dan wel dat deze mensen niet meer besmettelijk zijn omdat het gaat om genetisch materiaal van het virus en geen besmettelijk virusdeeltje. Of zou het kunnen dat de infectie veroorzaakt werd door een mutatie van het virus, zoals bij het griepvirus elk jaar het geval is. Voorlopig zijn er nog geen sluitende bewijzen dat het coronavirus effectief snel genoeg muteert zodat de opgebouwde antilichamen het niet meer herkennen. Wat onlangs wel is aangetoond, is dat bij patiënten bij wie het virus verdwenen is en wel voldoende antilichamen hebben opgebouwd, die antistoffen soms in een mum van tijd weer verdwijnen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een eerste langdurig onderzoek van het King's College London, waarbij aangetoond werd dat de antilichamen zo'n drie weken na de eerste symptomen pieken, maar dan snel afnemen tot ze zelfs na zo'n drie maanden niet meer waarneembaar zijn. Ook onderzoek van de Universiteit van Antwerpen toonde onlangs aan dat het aantal bloedstalen van de Belgen dat antilichamen bevatte, eerst in stijgende lijn ging, van bijna 3, over 6 tot bijna 7 procent, maar onlangs weer zakte tot 5,5 procent. Dat wijst er mogelijk op dat de antilichamen uit het bloed verdwijnen. Het lijkt erop dat SARS-CoV-2 steeds meer gelijkenissen vertoont met de gewone coronavirussen die we al kennen, waarmee we voortdurend 'hergeïnfecteerd' kunnen raken, zelfs al enkele weken na de eerste besmetting. Mensen die de social distancing maatregelen aan hun laars lappen omdat ze geloven dat we met groepsimmuniteit covid-19 kunnen indijken, zijn er met deze nieuwe inzichten aan voor de moeite. De niet ongevaarlijke strategie van kudde-immuniteit, gaat niet langer op als een besmetting geen langdurige bescherming biedt. Het brengt mensen mogelijk in gevaar wanneer iemand een tweede, minder ernstige infectie oploopt en doorgeeft aan anderen. Ook de piste van plasmabehandeling, waarbij bloed met antistoffen van genezen patiënten wordt toegediend aan patiënten, lijkt in het gedrang te komen. Daarnaast zou een vaccin, dat antistoffen opwekt door een stukje van het virus toe te dienen, niet langer dan enkele maanden bescherming bieden en dus jaarlijks moeten worden toegediend. Toch hoeven we nog niet te wanhopen dat we om de drie mzanden een coronabesmetting zullen oplopen. Bij gebrek aan een duurzame antilichamenrespons heeft het lichaam gelukkig nog andere strategieën in de strijd tegen SARS-CoV-2, waardoor groepsimmuniteit misschien wel weer in het vizier komt.Zo zijn er in eerste instantie de witte bloedcellen van het aangeboren immuunsysteem die lichaamsvreemde partikels in het lichaam, zoals een virus, onmiddellijk de deur wijzen. Iemand met een sterk aangeboren immuunsysteem wordt niet ziek, ook geen tweede keer. Iemand die van de natuur een minder sterk afweersysteem kreeg, kan een beroep doen op het verworven immuunsysteem dat naast de antistoffen, ook T-cellen inzet. Dat zijn afweercellen die geïnfecteerde lichaamscellen doden, maar die iets trager op gang komen omdat het virus eerst de nodige schade moet aanrichten. Iemand die zijn T-cellen gebruikt om het coronavirus te bestrijden, hoeft minder zijn antilichamen aan te spreken. En daar schuilen wellicht opportuniteiten. Uit onderzoek blijkt namelijk dat de T-celrespons mogelijk een belangrijkere rol speelt bij SARS-CoV-2 dan antilichamen. T-celonderzoek zou zelfs een betere strategie kunnen zijn om uit te maken of iemand covid-19 heeft doorgemaakt. Ook voor de ontwikkeling van een vaccin zou de activatie van T-cellen weleens effectiever kunnen zijn en op die manier zorgen voor groepsimmuniteit. Verder onderzoek moet nog uitmaken hoe en vooral hoe lang T-cellen bijdragen aan de immuniteit tegen covid-19.Een laatste element in de strijd tegen een tweede besmetting met het coronavirus en wellicht de reden waarom Evelyne en Barbara de tweede keer een milder ziekteproces doormaakten, is het geheugen van het verworven immuunsysteem. Dat immunologische geheugen maakt bij een nieuwe infectie opnieuw T-cellen en antistoffen aan, maar dan sneller waardoor de immuunrespons meteen op gang komt en de symptomen milder zijn. Zo lijkt de menselijke afweer het misschien toch nog te halen van eventuele 'herbesmettingen' met covid-19.