Vanaf ongeveer 35 jaar verliest iedereen wat botmassa, maar bij vrouwen begint na de menopauze het bot versneld te ontkalken, waardoor zij risico lopen op osteoporose (botontkalking). Osteoporose is oorzaak van de meeste pols-, wervel- en heupfracturen (die soms al optreden na een minimaal trauma) op oudere leeftijd.
...

Vanaf ongeveer 35 jaar verliest iedereen wat botmassa, maar bij vrouwen begint na de menopauze het bot versneld te ontkalken, waardoor zij risico lopen op osteoporose (botontkalking). Osteoporose is oorzaak van de meeste pols-, wervel- en heupfracturen (die soms al optreden na een minimaal trauma) op oudere leeftijd. Om dat fractuurleed te voorkomen, is calcium nodig en vitamine D. Wie precies preventief moet slikken en hoeveel, daarover hebben de voorbije jaren heel wat experts het hoofd gebroken. Er zijn adviezen geweest over het systematisch toedienen van vitamine D in combinatie met calciumsupplementen aan alle 65-plussers, het systematisch toedienen aan alle vrouwen vanaf de menopauze en het systematisch controleren van de vitamine D-spiegel in het bloed bij alle ouderen. Naarmate het wetenschappelijke onderzoek vordert en de literatuur zich opstapelt, werden ook deze richtlijnen bijgestuurd. Volgens nieuw onderzoek is het zinvol om bij menopauzale vrouwen de vitamine D-concentratie in het bloed te bepalen. Een te lage concentratie verhoogt het risico op osteoporotische botfracturen. Vanaf een vitamine D-concentratie lager dan 20 ng/ml is de inname van vitamine D-supplementen verantwoord, klinkt het. De zopas vernieuwde Belgische consensus stelt ook dat het niet nodig is alle ouderen, ook mensen zonder klachten, vitamine D-supplementen te laten slikken. Maar vitamine D is wel aanbevolen voor individuen met een verhoogd risico op botbreuken: mensen met een eerdere niet-traumatische fractuur en gevallen waar er een vermoeden van een tekort aan vitamine D bestaat. Risicogroepen voor een mogelijk tekort zijn mensen die een gastric bypass (vermageringsoperatie) ondergingen, mensen met chronisch nierfalen of chronische darmontstekingen, bewoners van woonzorgcentra en andere mensen die weinig zonlicht zien of op de huid krijgen (gesluierde vrouwen). Voor die risicogroepen is het niet nodig vooraf de concentratie vitamine D te bepalen om extra vitamine D te starten. Vanaf de menopauze bedraagt de aanbevolen totale dagdosis calcium 1200 mg (vooral zuivelproducten) en 800 eenheden vitamine D. Vitamine D is de enige vitamine die ons lichaam zelf aanmaakt. Tenminste, zolang de zon zich laat zien. Slechts weinig voedingsmiddelen bevatten van nature veel vitamine D. Het rijtje beperkt zich vooral tot dierlijke vetten, zoals boter en eieren. Maar daar mogen we niet te veel van eten. Aan te raden zijn de vette vissoorten, al kan hun vitamine D-gehalte afhankelijk van hun voedsel sterk variëren. Elke dag een dikke 10 minuten wandelen in de open lucht zou 200 keer meer vitamine D opleveren dan we uit ons eten kunnen halen, maar tussen oktober en maart is dat niet zo vanzelfsprekend: de dagen zijn korter, we dragen meer kleren en komen minder buiten. Een groot deel van de bevolking heeft in die periode een te laag vitamine D-gehalte in het bloed. Wie een donkere huid heeft, vaak uv-filters gebruikt (zoals in dagcrèmes) of gesluierd buiten gaat, loopt een nog groter risico.