De Britse virusdeskundige Jeremy Farrar (58) leidt de Wellcome Trust, een medische non-profitorganisatie die wereldwijd subsidies toekent aan geneeskundig onderzoek. Hij maakte in 2003 als onderzoeker de uitbraak mee van het dodelijke SARS-virus in Vietnam. Hoe kijkt hij naar de verspreiding van het coronavirus?
...

De Britse virusdeskundige Jeremy Farrar (58) leidt de Wellcome Trust, een medische non-profitorganisatie die wereldwijd subsidies toekent aan geneeskundig onderzoek. Hij maakte in 2003 als onderzoeker de uitbraak mee van het dodelijke SARS-virus in Vietnam. Hoe kijkt hij naar de verspreiding van het coronavirus? Lang geleden waarschuwde u er al voor dat epidemieën zich in geglobaliseerde tijden ongecontroleerd kunnen verspreiden over de wereld. Is met de uitbraak van het coronavirus uw ergste nachtmerrie waar geworden? Jeremy Farrar: In China zeker wel. Het nieuwe virus verspreidt zich veel sneller dan de vroegere longziekte SARS, dat een vergelijkbare oorzaak heeft. Na enkele wéken zijn wereldwijd al meer mensen aangestoken door het coronavirus, en in China zijn er al meer doden gevallen dan door SARS in negen maanden tijd. In de stad Wuhan en steeds meer ook in andere delen van China leven mensen in een nachtmerrie. De ziekenhuizen barsten uit hun voegen, artsen en verplegend personeel zijn aan het eind van hun krachten. Ze riskeren hun leven om de patiënten te helpen. Het lijken wel scènes uit een rampenfilm. Moeten we bang zijn dat het ook in Europa kan gebeuren? Farrar: Ik denk dat het ergste nog altijd kan worden vermeden. Maar ik vrees wel dat we de komende weken radicale beslissingen zullen moeten nemen. We mogen niet vergeten dat het virus een nieuwe, onbekende vijand is voor ons immuunsysteem, die zeer snel kan worden overgedragen van mens op mens. Bovendien zijn sommige symptomen heel duidelijk, maar andere zijn nauwelijks zichtbaar. Die verraderlijke combinatie maakt het moeilijk om het virus onder controle te krijgen. Deze longziekte zal niet zo snel verdwijnen als SARS destijds. Maar buiten China heeft ze nog niet zo veel slachtoffers gemaakt. Farrar: Dat hebben we te danken aan de bijzonder strenge maatregelen van de Chinese overheid, die meer dan 50 miljoen mensen onder quarantaine heeft geplaatst. Maar het is mogelijk dat zelfs dat niet volstaat om de verspreiding van het virus definitief tegen te gaan. Het zou al goed zijn als het de verspreiding buiten China enkele weken kan vertragen. We zitten nog volop in het griepseizoen, de wachtkamers van artsen zitten vol met hoestende, koortsige mensen, sommige patiënten liggen zelfs op intensive care. Daar wil je geen corona bovenop. Welke drastische maatregelen zouden nodig kunnen zijn? Farrar: Het zou kunnen dat nog meer steden of regio's onder quarantaine moeten. Of dat het lucht-, trein- en scheepvaartverkeer wekenlang stilligt, wat miljarden euro's kan kosten. Voor ons, artsen en epidemiologen, is dit onontgonnen terrein. Bij SARS of bij de varkensgriep zijn nooit steden afgesloten en hele landstreken geïsoleerd, zoals dat nu in China gebeurt. De laatste keer dat zulke strenge maatregelen werden genomen was van 1918 tot 1920, met de Spaanse Griep, waaraan toen wereldwijd bijna 50 miljoen mensen zijn gestorven. In Europa zijn we goed voorbereid op het virus, dankzij grote ziekenhuizen en fantastische onderzoeksinstellingen. Ook de Wereldgezondheidsorganisatie doet wat ze kan. Is het mogelijk dat steden als Parijs of Berlijn onder quarantaine geplaatst moeten worden? Farrar: Ik betwijfel of inwoners van westerse metropolen zouden aanvaarden dat hun stad wekenlang wordt afgesloten. Zulke beperkingen van de burgerrechten zouden een explosieve situatie creëren. Als het tot een worstcasescenario komt, denk ik dat men mensen zal vragen om vrijwillig thuis te blijven. Maar dan is het wel belangrijk dat politici en onderzoekers de bevolking op tijd open, eerlijk en transparant op zo'n noodsituatie voorbereiden. Vertrouwen is alles. Bent u zelf bang voor een pandemie? Farrar: Twintig jaar lang heeft onderzoek naar de oorzaken van ziektes als vogelgriep, dengue en ebola het belangrijkste deel van mijn professionele leven uitgemaakt. Voor iets waar je vertrouwd mee bent, ben je meestal niet bang. En tóch maak ik me nu grote zorgen. Alleen is niemand daarmee geholpen. We moeten rustig blijven en verstandig optreden om het ergste te vermijden. Angst zal ons niet redden. In welke landen zal beslist worden of we de controle over het nieuwe coronavirus kwijt zijn? In ontwikkelingslanden en nieuw-geïndustrialiseerde landen met een zwak gezondheidssysteem? Farrar: Dat houdt de Wereldgezondheidsorganisatie heel erg bezig. Bij een rampscenario zoals in Wuhan zou zelfs een goed functionerende gezondheidssysteem, zoals in Duitsland of Singapore, ook snel zijn limieten bereiken, zeker in de winter. Voor landen zoals Bangladesh en Venezuela en ook sommige Afrikaanse landen is een veel kleinere epidemie al onoverkomelijk. We moeten de armere landen zo snel mogelijk helpen met al wat nodig is: beschermende kledij, sneltests, medicijnen en gespecialiseerde artsen. We moeten de komende twee à drie weken in de gaten houden of het virus buiten China mensen besmet. Er was een melding van een Zuid-Koreaanse die naar Thailand was gereisd. Ze was daarvoor niet in China geweest en had ook geen contact gehad met Chinezen, maar heeft toch het virus opgelopen. Dat is zorgwekkend. Er is wereldwijd te weinig beschermende kledij. Hoe kunnen de producenten snel genoeg voor voorraden zorgen? Farrar: Een groot deel van de beschermende kledij wordt in China zelf geproduceerd. Nu blijkt hoe kwetsbaar de wereld is als zo veel belangrijke producten uit slechts één enkel land afkomstig zijn. Wat met de wereldeconomie gebeurt als deze epidemie langer dan een paar maanden blijft duren, valt niet te becijferen. De uitzonderingstoestand in China zou zelfs indirecte schade kunnen berokkenen aan de gezondheid, als daardoor bijvoorbeeld de levering van medicijnen of vaccins in het gedrang komt. Als de ziekte zich steeds meer buiten China verspreidt, zal de quarantaine in Wuhan en de andere getroffen steden misschien opgeheven worden. Dan komen we in een nieuwe fase terecht. Zou de snelle ontwikkeling van een vaccin helpen om de globale verspreiding van het virus te vermijden? Farrar: Nee, een vaccin zal te laat komen. Het internationale programma CEPI, dat vaccins ontwikkelt en door het Wellcome Trust gesubsidieerd wordt, schakelt nu wel een versnelling hoger, maar het zal nog minstens zes maanden duren vooraleer er een vaccin beschikbaar is. Realistisch gezien kan dat pas ten vroegste eind dit jaar of over een jaar klaar zijn, en dat is dan werkelijk een recordtijd. Als het tegenzit, zal het zelfs nooit lukken om een vaccin voor dit nieuwe virus te produceren. Waarom zouden onderzoekers uit de farma-industrie dan nog veel moeite doen? Farrar: Een vaccin is van doorslaggevend belang als het coronavirus, anders dan SARS, niet verdwijnt maar een bedreiging blijft vormen, zoals het griepvirus. Het zou zelfs kunnen dat het coronavirus niet alleen in een bepaald seizoen optreedt, zoals griep, maar het hele jaar door. Bestaat er op z'n minst enige hoop dat de ziekste mensen met antivirale geneesmiddelen geholpen kunnen worden? Farrar: Er wordt in ieder geval tegen de klok gewerkt. De eerste tests met een hiv-medicijn zijn midden januari al begonnen in Wuhan. Intussen nemen ongeveer 200 patiënten aan de studie deel. Deze week is een ander klinisch onderzoek begonnen met het antivirusmiddel Remdesivir. In het lab worden ook bekende geneesmiddelen getest op hun werkzaamheid tegen het nieuwe virus. Ook de ontwikkeling van heel nieuwe middelen is op gang gekomen. Dat is allemaal nodig, want tot nu toe hebben we niet veel in de hand. Artsen kunnen momenteel alleen maar symptomen verzachten en de ziekste patiënten behandelen op intensive care.Vertaald door Veronika Hackenbroch