Verwardheid na een operatie: alle chirurgische ingrepen kunnen een delirium uitlokken

14/09/18 om 13:53 - Bijgewerkt om 15:59

Sommige oudere mensen verliezen de pedalen na een operatie. Het lijkt wel of ze in ijltempo dement worden, maar die indruk is verkeerd.

Verwardheid na een operatie: alle chirurgische ingrepen kunnen een delirium uitlokken

© iStock

Mevrouw Hendrickx is een kranige dame van 85 jaar. Na een ongelukkige val breekt ze haar heup en wordt ze geopereerd. Een paar dagen later is ze angstig en verward. Ze vertelt heftig onsamenhangende verhalen, trekt haar infuus uit en praat luid tegen haar zoon die 5 jaar geleden verongelukte. Soms weet ze niet goed waar ze is. De familie vermoedt dat ze in snel tempo dementeert. Maar het gaat niet om dementie : daarvoor is de verwardheid te plots begonnen. Deze mevrouw lijdt aan acute postoperatieve verwardheid, ook wel delirium of kortweg delier genoemd.

Onbekend is ongemoeid

Een delier is akelig, vooral voor de familie die er rechtstreeks mee geconfronteerd wordt. Patiënten zijn soms verbaal agressief en vertonen storend gedrag voor de omgeving. Overigens is het fenomeen nog niet zo goed bekend in de ziekenhuizen, zodat er niet altijd adequaat mee wordt omgegaan. De chirurgische ingreep lijkt perfect geslaagd, maar na enkele dagen of weken loopt het mentaal ineens mis. Nogal wat artsen en verpleegkundigen wijten de verwardheid aan de leeftijd of aan beginnende dementie en ondernemen verder niets. Soms is de patiënt al thuis en wordt de huisarts in paniek opgetrommeld. Tijdig herkennen en behandelen is nochtans belangrijk om de verwardheid zo snel mogelijk te stoppen.

Delen

Een postoperatief delirium komt voor bij 10 tot 15 % van de patiënten boven de 65 jaar.

Een postoperatief delirium komt voor bij 10 tot 15 % van de patiënten boven de 65 jaar. Het risico neemt verder toe met de leeftijd. Een enkele keer zien we het ook opduiken bij een jongere patiënt en iets vaker bij kleine kinderen. In principe kunnen alle chirurgische ingrepen een delirium uitlokken, maar sommige, zoals hartoperaties, meer dan andere. Jarenlang werd narcose als de schuldige gezien, maar die uitleg bleek te simplistisch. Het gaat veeleer om een combinatie van verhoogde kwetsbaarheid en ziekenhuisstress. Het risico neemt toe op gevorderde leeftijd, bij cognitieve beperkingen, een slechte preoperatieve conditie, depressieve gevoelens, misbruik van slaap- en kalmeermiddelen, overmatige alcoholconsumptie, en slecht horen of zien. Centraal staat een ontregeling van de neurotransmittersystemen in de hersenen, uitgelokt door verschillende factoren, waaronder bewustzijnsonderdrukkende verdovingsmiddelen, de toename van 'afvalstoffen' als gevolg van de chirurgische ingreep, en uitzonderlijk zelfs door een tijdelijk zuurstoftekort in de hersenen.

Zwijgen of schelden

Het bewustzijn is gestoord : wie een delirium doormaakt, heeft minder besef van de omgeving en kan zich moeilijker concentreren. Sommige patiënten praten anders dan anders en zien mensen en dingen die er niet zijn. Die veranderingen installeren zich vaak na enkele uren of dagen. Het dag-nachtritme kan volledig omkeren : velen zijn 's nachts onrustig en suf overdag. Delirante patiënten zijn niet helder van geest. Een gesprek met hen voeren of hun gedachtegang volgen is haast onmogelijk. Sommigen zijn zwijgzaam, anderen schelden en tieren. Vaak zijn ze achterdochtig en soms duiken paranoïde waanbeelden op, zoals de overtuiging vergiftigd of vermoord te zullen worden. Het kortetermijngeheugen is vaak verstoord : ze herinneren zich enkel flarden van gebeurtenissen of ontmoetingen van de voorbije uren of dagen. Daarnaast zijn ze veelal gedesoriënteerd : ze weten niet meer welke dag of week het is. In een later stadium weten ze niet meer waar ze zijn of herkennen ze hun familieleden amper. Stemmingsstoornissen zijn meer regel dan uitzondering. Deliranten zijn doorgaans emotioneel labiel: soms zijn ze eufoor (extreem opgewekt), dan weer bang of radeloos. Vaak plukken ze aan dekens of aan draineerbuisjes en infusen. Een enkele keer uit een postoperatief delirium zich in teruggetrokken, apathisch gedrag, wat dan verward wordt met een depressie.

Actie tot opheldering

Bij postoperatieve verwardheid spelen naast het operatieve trauma vaak nog andere oorzaken een rol. Eigenlijk kan elke ontregeling van de stofwisseling bijdragen aan de ernst van de problematiek. En daar moet steeds actief naar worden gezocht: infecties (zoals een banale urineweg infectie), een hersenbloeding, bepaalde medicijnen, uitdroging en zelfs stoelgangproblemen kunnen een delirium uitlokken. Naast het opsporen en corrigeren van deze onderliggende problemen kan een delirium symptomatisch behandeld worden met een antipsychoticum (bij voorkeur Haldol-druppels). Vooral wanneer agitatie op de voorgrond staat. Het effect kan even op zich laten wachten (een halve dag tot een dag). Zodra de geest opklaart (wat meestal het geval is na enkele weken of uitzonderlijk enkele maanden), wordt de medicatie weer afgebouwd. Bij uitgesproken slapeloosheid geeft men tijdelijk een kortwerkend slaapmiddel.

Voor de omgeving is omgaan met een delirante patiënt een zware opgave. Hoe moeilijk ook, een rustige houding in een veilige omgeving is van kapitaal belang. Praat langzaam en in korte zinnen. Voorkom harde geluiden of abrupte bewegingen. Discussieer niet over verhalen die geen steek houden : ga eventjes mee en zeg dan kort dat jij het zo niet ziet. Probeer de aandacht van hallucinaties af te leiden naar zaken in het hier en nu. Nuttig daarbij zijn vertrouwde voorwerpen of foto's, bijvoorbeeld van kinderen en kleinkinderen. Die geven houvast. Probeer ook het dag-nachtritme aan te houden : structuur in de dag houden is erg belangrijk. Verblijft de patiënt in het ziekenhuis, dan is het goed om hem geregeld te zeggen waar hij is en waarom. En welke dag het is.

Kennis kalmeert

Het risico op acute verwardheid na een chirurgische ingreep kan verkleind worden, zo blijkt uit onderzoek. Voor de operatie kunnen chirurg en anesthesist het risico inschatten door een grondig onderzoek en vragen over alcohol- en tabakgebruik. Wie wordt opgenomen in een ziekenhuis heeft het recht op een degelijke uitleg over wat er gaat gebeuren, ook wie bijvoorbeeld slecht hoort. Informatie over nakende onderzoeken en de reden daarvan, over toegediende medicijnen en infusen, over de noodzaak van mobilisatie of voldoende drinken brengt rust.

Onze partners