Zullen coronavaccins ons straks van alle ellende verlossen? Vormen ze daadwerkelijk de sleutel tot de herwonnen vrijheid? Het antwoord op die vraag hangt niet alleen af van de doeltreffendheid van de vaccins, maar ook van de bereidheid bij de bevolking om zich te laten vaccineren. Want alleen als een grote meerderheid van de bevolking zich straks laat inenten, kan groepsimmuniteit worden bereikt.
...

Zullen coronavaccins ons straks van alle ellende verlossen? Vormen ze daadwerkelijk de sleutel tot de herwonnen vrijheid? Het antwoord op die vraag hangt niet alleen af van de doeltreffendheid van de vaccins, maar ook van de bereidheid bij de bevolking om zich te laten vaccineren. Want alleen als een grote meerderheid van de bevolking zich straks laat inenten, kan groepsimmuniteit worden bereikt. 'Er wordt nu vaak gesproken over een noodzakelijke vaccinatiegraad van 70 procent,' zegt vaccinologe Corinne Vandermeulen (KU Leuven), 'maar dat lijkt me het absolute minimum. Bij de traditionele vaccinatieprogramma's beogen we een vaccinatiegraad van 90 procent. Als u me vraagt hoe hoog het percentage bij corona moet zijn, zeg ik: zo hoog mogelijk.' Daar zou de schoen wel eens kunnen wringen. Het medische tijdschrift The Lancet publiceerde eind mei de resultaten van een Franse enquête die werd afgenomen op het hoogtepunt van de eerste golf. Daaruit bleek dat meer dan een kwart van de Fransen een vaccin zou weigeren. Nog onrustwekkender dan dat aantal noemden de onderzoekers het profiel van die weigeraars. Het gaat vooral om mensen met een laag inkomen - uitgerekend de groep die het zwaarst door de pandemie wordt getroffen. Opvallend is verder dat de enquête een verband suggereert met de politieke voorkeur. Weigeraars vind je vooral bij mensen die bij de laatste verkiezing voor extreemlinks of extreemrechts stemden of - de grootste groep - niet aan de verkiezingen deelnamen. Of het profiel van de sceptici in België fundamenteel anders is, valt te betwijfelen. In een recente enquête door Sciensano gaf 17 procent van de respondenten te kennen dat ze zich niet zullen laten vaccineren. Nog eens 33 procent verklaarde er nog niet uit te zijn. Die sceptici en/of twijfelaars zijn volgens Sciensano-viroloog Steven Van Gucht 'vaak mensen met weinig vertrouwen in de overheid of wetenschappelijke instellingen'. Dat brengt ons bij wat misschien wel de grootste moeilijkheid is in deze kwestie. Om voldoende mensen tot een vaccinatie te bewegen, moeten overheid en wetenschappelijke instellingen in de eerste plaats de twijfelaars en sceptici overtuigen. Precies die groep dus die de overheid en wetenschappelijke instellingen het meest wantrouwt. 'Wij zien vandaag een groeiend wantrouwen tegenover politiek en wetenschap', erkent professor Vandermeulen. 'Het vertrouwen terugwinnen, is allesbehalve makkelijk. Je helpt de zaak zeker niet vooruit door het wantrouwen niet ernstig te nemen. Als je de twijfels en angsten van de sceptici afdoet als quatsch, werkt dat contraproductief en zal de scepsis nog toenemen.' Volgens de professor zijn ook niet alle bekommernissen volledig uit de lucht gegrepen. 'De vaccins zullen ongetwijfeld bijwerkingen hebben', zegt ze. 'De communicatie daarover moet eerlijk zijn. Leg aan de mensen duidelijk en eerlijk uit wat ze precies kunnen verwachten. Zo vermijd je dat er in een later stadium heisa van komt en het wantrouwen voortwoekert.' Een soortgelijke boodschap is te horen bij Joyce Braem, gezondheidsexperte bij de Christelijke Mutualiteit. 'Wij merken dat veel scepsis en twijfel vandaag voortkomt uit de snelheid waarmee het vaccin blijkbaar geproduceerd kan worden. Mensen vragen zich af hoe je in zo'n korte termijn een veilig vaccin kunt ontwikkelen, terwijl daar anders jaren voor nodig zijn. Dat is geen domme vraag. En dus moet je, in dit specifieke geval, helder uitleggen dat die snelheid vooral te maken heeft met de keuze van de verschillende onderzoeksinstellingen om het andere onderzoek even te laten voor wat het is, en van dit vaccin de absolute prioriteit te maken.' Heldere en eerlijke communicatie, het is volgens experts de eerste en misschien wel belangrijkste vereiste voor een overtuigingsstrategie. Maar die strategie veronderstelt uiteraard wel dat de boodschap binnenkomt bij de ontvanger. 'Er is een groep mensen die je niet overtuigt met grafieken, cijfers en tabellen,' vertelt professor Vandermeulen, 'maar die je mogelijk wél kunt bereiken met storytelling. Onderzoek naar de communicatie over borstkankerpreventie heeft dat ook aangetoond. Voor sommige mensen werkt zoiets pas als je de boodschap in een verhaal giet. Je zou het kunnen vergelijken met de sprookjes die mensen vroeger aan elkaar vertelden. In wezen zijn ook dat verhalen die doorverteld worden met de bedoeling om te waarschuwen voor gevaar.' Om het vaccinatieprogramma in goede banen te leiden, richtte de federale overheid onlangs een taskforce op. Binnen die taskforce zal ook een cel opereren die verantwoordelijk is voor de publieke communicatie. Geen overbodige luxe, vindt professor Vandermeulen. 'We zullen alle registers moeten opentrekken, met campagnes die per doelgroep verschillen. Want in onze huidige, gefragmenteerde samenleving volstaat één gelijkvormige campagne niet. Je moet de inhoud, de vorm en het medium van je communicatie afstemmen op de verschillende leeftijden en opleidingsniveaus.' In afwachting van een campagne voor het coronavaccin lanceerde de Christelijke Mutualiteit vorige week al een algemene vaccinatiecampagne. 'Daarbij maken we gebruik van de meest uiteenlopende media', vertelt Braem. 'Er is een informatieve site en er zijn ook radiospotjes en advertenties op sociale media als Facebook en Instagram. Maar zelfs daarmee bereik je niet iedereen. Als je de kwetsbaarste groepen wilt bereiken, is het vaak zinvoller om één op één te werken, en te communiceren via zorgverleners als artsen, apothekers, verpleegkundigen, vroedvrouwen en via medewerkers in de sociale sector. Om die medewerkers bij te staan zullen we volgend jaar webinars aanbieden waarin informatie wordt gegeven over de samenstelling, veiligheid en het belang van vaccins, en over hoe je in gesprek kunt gaan met iemand die terughoudend staat tegenover vaccinatie.' In de vaccinatiecampagnes zal de huisarts sowieso een kapitale rol spelen. 'Als mensen ergens nog veel vertrouwen in hebben,' zegt professor Vandermeulen, 'dan is het wel in het advies van hun huisarts. Hij of zij zal straks een cruciale rol spelen in het overtuigen van twijfelaars. Ik ga er ook van uit dat de huisartsen, net als het zorgpersoneel, het vaccin snel toegediend zullen krijgen. Dat maakt dat ze uit ervaring kunnen spreken, en vanuit die ervaring hopelijk zo veel mogelijk sceptici over de streep kunnen trekken.' Wat te doen als ook dat niet werkt? Moet de overheid dan overwegen om het coronavaccin, net als het poliovaccin, te verplichten? 'Wij vinden het een goed idee om dat, zeker in eerste instantie, niet te verplichten', reageert Braem. 'Verplichting kan contraproductief werken en het wantrouwen nog doen toenemen. Laten we eerst zo veel mogelijk mensen proberen te overtuigen om zich vrijwillig te laten vaccineren. We zullen dat doen door ze goed mogelijk te informeren over de werking en de veiligheid van het vaccin. Als dat niet werkt, zou je, in allerlaatste instantie en omwille van het maatschappelijk belang, kunnen overwegen om tot een verplichting over te gaan.'