De epidemie is wereldwijd de op één na zwaarste ooit, na die van 2014-2016 in West-Afrika. Het kinderfonds van de Verenigde Naties stuurt extra medewerkers naar de regio.

Sinds augustus 2018 werden in het oosten van Congo ruim 740 mensen besmet met het virus, van wie 30 procent kinderen, aldus Unicef. Volgens het kinderfonds wordt de aanpak van de epidemie bemoeilijkt door onveiligheid, frequente bewegingen van mensen in de getroffen regio's en verzet van sommige gemeenschappen. 'We zijn bijkomend personeel aan het inzetten' in zones 'waar de voorbije drie weken 65 procent van de nieuwe gevallen opdoken', zegt dokter Gianfranco Rotigliano, de afgevaardigde van Unicef in Congo, in de mededeling.

Sinds de uitbraak van ebola heeft Unicef ruim 600 medewerkers in Congo ingezet om slachtoffers bij te staan en de verspreiding van de ziekte tegen te gaan zodat uiteindelijk een einde kan worden gemaakt aan de dodelijke epidemie.

Het kinderfonds helpt kinderen en hun gezinnen en weeskinderen die door de ziekte getroffen zijn, voorziet in drinkbaar water en sanitair, en toont leerkrachten en leerlingen wat ze kunnen doen om een besmetting te voorkomen.