Dat blijkt uit de grote enquête 'Wie bent u, apotheker?' van het magazine De Apotheker, waaraan 600 Belgische apothekers hebben deelgenomen.

Meer dan negen op de tien apothekers willen weten voor welke indicatie de arts een welbepaald geneesmiddel voorschrijft: 60 procent is het daar helemaal mee eens, 36 procent eerder eens. Als ze de indicatie van het voorschrift kennen, kunnen apothekers hun advies beter afstemmen op de persoonlijke situatie van de patiënt, is de achterliggende gedachte. Om diezelfde reden is het kunnen inkijken van de bloedwaarden van de patiënt voor 82 procent van de respondenten een evidentie. In Nederland zijn beide praktijken - de indicatie van een geneesmiddelenvoorschrift kennen en de bloedwaarden inkijken - overigens al jaren in de zogenaamde 'regeling geneesmiddelenwet' verankerd.

Apothekers mogen mee ziektes opsporen (bijvoorbeeld diabetes) en indien nodig patiënten doorverwijzen, luidde een ander standpunt in de enquête. Meer dan acht op de tien (84 procent) zijn het daar (helemaal) mee eens.

Vaccins toedienen, tegen onder meer griep, zien 62 procent van de respondenten als onderdeel van hun takenpakket. Zowat een kwart (26 procent) gaat daar niet echt mee akkoord, 12 procent is zelfs ronduit tegen. Ook hier bewijzen voorbeelden uit het buitenland dat apothekers inzake vaccinatie wel degelijk een meerwaarde kunnen bieden.

Om af te sluiten: negen op de tien apothekers zijn van mening dat een centraal beschikbaar medicatieschema voor de patiënt moet worden veralgemeend. Nederlandstaligen (92 procent) zijn hier affirmatiever in dan de Franstalige apothekers (85 procent). En dat het elektronisch patiëntendossier met de apotheker moet worden gedeeld, daar stemmen 94 procent van de deelnemers aan de enquête mee in.