Alcohol staat onder druk. De VAD, het Vlaams expertisecentrum voor alcohol, illegale drugs, psychoactieve medicatie, gokken en gamen, verlaagde in 2016 de normen voor het gebruik van alcohol naar 10 eenheden per week. We vroegen voorzitter Paul Van Deun waarom de VAD alcohol zo streng aanpakt. Hij drukte ons onmiddellijk met de neus op de feiten.
...

Alcohol staat onder druk. De VAD, het Vlaams expertisecentrum voor alcohol, illegale drugs, psychoactieve medicatie, gokken en gamen, verlaagde in 2016 de normen voor het gebruik van alcohol naar 10 eenheden per week. We vroegen voorzitter Paul Van Deun waarom de VAD alcohol zo streng aanpakt. Hij drukte ons onmiddellijk met de neus op de feiten. Paul Van Deun: Alcohol berokkent de samenleving veel schade, veel meer dan de meeste mensen beseffen. Professor Freya Vander Laenen van de Universiteit Gent schat de gezamenlijke kosten van alle legale en illegale genotmiddelen in ons land op 4,6 miljard euro per jaar, ongeveer 416 euro per inwoner. Een kleine helft daarvan is toe te schrijven aan alcohol. Van de directe kosten, zoals voor verkeersongevallen, geweld, ordehandhaving, medische zorgen, ziektes, enzovoort, kunnen de meeste mensen zich nog een beeld vormen. Bij de indirecte kosten, zoals productieverlies en werkverlet, die vooral op de werkgever wegen, lukt dat al veel minder. En dan heb je nog de niet-concrete kosten, zoals de verloren levensjaren, het leed waarmee slachtoffers moeten leven, aangeboren afwijkingen bij baby's, verstoorde gezinnen en kinderen die ontwikkelingskansen missen. Die schade is heel reëel. Alleen geven we er ons geen rekenschap van. Een ander voorbeeld: volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) belanden in België elk jaar een kleine 8000 onschuldige slachtoffers in een ziekenhuis door alcohol (70 op de 100.000 om juist te zijn), bijvoorbeeld omdat ze van de baan gemaaid worden door een chauffeur onder invloed of klappen krijgen van een dronken ouder of partner. Ruim 20 van hen overleven het niet. Van Deun: Ja, maar het gaat niet alleen om mensen die veel drinken. Je hebt ook mensen die beter heel weinig of niets zouden drinken, bijvoorbeeld voor hun bloeddruk, om vallen te vermijden of vanwege de veiligheid op het werk, maar die het toch doen. Die veeldrinkers blijven natuurlijk een heel belangrijke groep. Wij zien ze opduiken als onze patiënten, maar ze zijn evengoed de superconsumenten die de alcoholindustrie recht houden. Volgens de OESO wordt 70 tot 80 % van het totale alcoholvolume geconsumeerd door 20 % van de bevolking. De verkoop aan de brave burger die maar 1 keer per week iets drinkt, houdt deze industrie niet recht. Hun aandeel is verwaarloosbaar. Daarin schuilt het maatschappelijke dilemma van de alcoholproblematiek. Problematisch gebruik uitroeien is onmogelijk, dat weten we. De grote uitdaging schuilt in het beheersbaar houden van het gebruik, en dat kan door te werken aan de prijs en de beschikbaarheid en door leeftijdsgrenzen en normen te stellen. De prijs is heel belangrijk, want veelgebruikers drinken vooral goedkope alcohol. Als alcohol duurder wordt, gaan ze minder drinken. Bier wordt vaak heel goedkoop verkocht: 12 kopen, 6 betalen, dat soort dingen. Dat heeft niets meer te maken met 'kennismaken met onze nobele biercultuur'. Dat is platte commercie. Daarom pleiten wij voor een minimumprijs voor alcohol. Beschikbaarheid is een andere factor. Wie hier en nu drank wil, vindt die binnen de kortste keren, 24 uur per dag. Dat is nergens voor nodig, tenzij voor economische belangen. Af en toe verbieden steden de verkoop via nachtwinkels, meestal tijdens festiviteiten, maar daarna laten ze het weer toe. We hadden verwacht dat de minister van Volksgezondheid drastische maatregelen zou nemen in het nieuwe alcoholplan. Dat is niet gebeurd, en het plan werd daarop in de inter-ministeriële werkgroep afgekeurd. Een herkansing is aangekondigd. Wij hopen dat die meer zal opleveren. Van Deun: We hebben dat niet zomaar gedaan. In wetenschappelijke kringen heerste al langer de mening dat de oude richtlijn te hoog was. Engeland en Nederland hadden de norm al vroeger verlaagd. Normen zijn belangrijk, omdat ze richtpunten geven. Ze helpen je om je eigen gebruik te beoordelen. Sommigen van mijn patiënten vinden 5 à 6 pinten, en dat elke dag, niet te veel: een glas of 2 na het werk met de collega's, een aperitiefje voor het eten, iets bij het eten en nog een glaasje voor het slapengaan. Mensen gaan sneller over de veilige limiet dan ze zich realiseren. Nu hebben ze die nieuwe richtlijn om zich aan te spiegelen. Van Deun: Neen. Wij willen de mensen hun pintje niet afpakken, want de meesten drinken weinig en blijven ruim onder de norm. Over hen maken we ons geen zorgen. We moeten alleen opletten dat ze niet verleid worden om meer te drinken, bijvoorbeeld via alcoholvrije bieren die hen de smaak leren kennen. De verkoop daalt en meer alcoholvrije of -arme bieren aanbieden is een strategie om dat op te vangen. Ik ben geen tegenstander van alcohol. Ik pleit voor smaakvol en gematigd gebruik, maar stoor me wel aan de enorme reclamecampagnes die de indruk wekken dat je iets mist als je niet drinkt. Rond voetbal is er in ons land veel druk voor alcohol. Het lijkt alsof je alcohol moet drinken om erbij te horen. De belangrijkste voetbalcompetitie draagt zelfs de naam van een biermerk, de Jupiler Pro League. Rond de Olympische Spelen zag je nergens reclame voor alcohol. Waarom? Omdat het verboden was. Hebben we daardoor iets gemist? Ik zou niet weten wat. De voetbalwereld lijkt niet te beseffen wat er in het kielzog van alcohol meekomt: een hele problematiek van cocaïne- en amfetaminegebruik. Veel van mijn patiënten durven nauwelijks nog naar het voetbal te gaan. Ze vertellen me dat er op verplaatsing, bijvoorbeeld in de bus, vaak spul rondgaat. Voor wie niet met deze wereld vertrouwd is, lijkt dat misschien raar, maar het is heel eenvoudig te verklaren. Veel supporters drinken veel omdat ze zat willen zijn, minder geremd. Maar van alcohol val je in slaap, tenzij je iets neemt om wakker te blijven. En dat is wat cocaïne en amfetamines doen. Zo simpel is het. Je kunt die twee moeilijk van elkaar scheiden. Alles loopt door elkaar. Van Deun: Neen. Preventie is een taak van preventieorganisaties en de overheid, en we staan met dit standpunt niet alleen. De Wereldgezondheidsorganisatie stelt categoriek dat we de preventie niet aan de industrie mogen overlaten, want die wil in de eerste plaats geld verdienen en zit dus altijd met een belangenconflict. We horen regelmatig dat de industrie 'aan een mentaliteitsverandering wil werken en meer alcoholarme bieren op de markt zal brengen'. Zulke maatregelen komen best sympathiek over, maar ze leveren te weinig op en zorgen alleen maar voor uitstel van meer efficiënte maatregelen. AB InBev, bijvoorbeeld, zegt in 10 jaar tijd wereldwijd naar 10 % minder problemen te streven, met campagnes voor een globaal budget van 1 miljard dollar. Maar wat zie je? In dezelfde week waarin ze in Leuven met veel gedoe en personaliteiten een campagne voor alcoholarme bieren lanceerden, werden er enkele straten verder op een 'dagdisco' pinten verkocht voor 0,5 euro. Dat gaat niet meer om eens een pintje drinken. Dat is vragen om gezuip, met alle miserie van dien. Helaas is de overheid geneigd de industrie te volgen, omdat het haar niets kost. Maar vergeet niet dat de producenten ondertussen mooie winsten maken op basis van een product dat veel schade veroorzaakt, maar waarvan ze de kosten afwentelen op de samenleving. Het besef dat het zo niet langer kan, dringt steeds dieper door in onze maatschappij. We moeten goed beseffen dat alcohol geen koopwaar is zoals een andere. Het veroorzaakt veel problemen en houdt geen voordelen in voor de bevolking. Voor de Wereldbank is dat de reden waarom ze geen financiële ondersteuning geeft aan de alcoholindustrie. Nergens ter wereld. Wij dragen een collectieve verantwoordelijkheid om onze bevolking en onze maatschappij te beschermen. We moeten alcohol niet verbieden, maar wel grenzen stellen. De VAD pleit ook al geruime tijd voor een verbod op de verkoop van alcohol aan jongeren onder de 18 jaar, zoals in Nederland en Frankrijk. Dat kan ons veel opleveren. Sinds de invoering van de minimumleeftijd van 16 jaar is de alcoholconsumptie bij min-16-jarigen zeer duidelijk gezakt. Neem de jeugdbewegingen. Vroeger was dat een plek waar jongeren leerden drinken. Nu niet meer. De minimumleeftijd verkondigt een duidelijke boodschap, namelijk dat alcohol onder de 16 geen goede zaak is. Dat alleen al overtuigt veel jongeren om het drinken uit te stellen. 18 jaar zou volgens ons nog beter zijn.